search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ting het front werden gebracht. “Koud! Het vroor toen al 20-30 graden in die periode. Wat deden die klootzakken; die hadden gewoon de banken kapotgeslagen, waardoor we een vuur konden maken in de trein.” Al snel daarna zou het tot daadwerkelijke inzet komen. Ze kwamen aan bij het front en moesten stellingen over- nemen van de Amerikanen. Die eerste ervaringen onder- gingen ze in de woorden van Liebregts: “Als vreemden in Jeruzalem. Maar we kregen onze commando’s en daar hadden we ons maar aan te houden.” Voor Liebregts kwam de eerste persoonlijke gewapende confrontatie toen ze positie in moesten nemen bij Hoengsong, om de Amerikaanse terugtocht te dekken. Als schutter van de recoilless rifle, een antitankwapen, moest hij met zijn maat Frits van Mourik en nog een ander een brug verde- digen. Het was toen ook verschrikkelijk koud.


Den Ouden Op een gegeven moment hoorden ze een ratelend geluid,


ze dachten dat het een tank was. Maar het bleek een Amerikaanse weapon carrier te zijn met vier lekke ban-


Sjef Liebregts in zijn tuin met de Koreaanse vlag. Foto: Birgit de Roij


‘Als iemand schiet, dan schiet je terug’


den. “Er kwam een kolonel uit, die was helemaal over- stuur. ‘You saved my life baby’, zei hij. De man achter het stuur had zijn kop helemaal onder het bloed. In de aanhangwagen daarachter lagen vier dode zwarte Amerikaanse militairen. Dat gaat me nog aan het hart, 20 of 21 jaar. Dat was onze eerste ervaring, dat was toch niet te geloven.” Terugkijkend op dit moment legt hij berustend uit: “Iedereen is bang. Het bestaat niet dat je dat niet hebt. Ik ben niet angstig aangelegd, maar je barst van de angst. Je weet niets, je bent een jonge vent en je denkt dat je heel de wereld aankunt. Ja dat zal wel, je kunt helemaal niets! Je bent ondergeschikt aan de situatie om je heen en meer kun je niet doen. Als iemand schiet, dan schiet je terug. Als er een tank overheen was gekomen, dan had ik hem voor zijn klep geschoten.” Het zou de inleiding worden van het drama dat het eerste Nederlandse bataljon overkwam op 12 februari en dat de geschiedenis in zou gaan als ‘de nacht van Hoengsong’, waarbij bataljonscommandant Den Ouden zou sneuvelen. Voor Liebregts begon het toen zijn A-compagnie met mortieren werd bestookt. “Dan wil je weg, nondeju, er waren er twee die lagen ondersteboven, die waren dood.” Naast de twee gesneuvelden waren er ook enkele gewonden en zijn compagnie begon toen ijlings aan de terugtocht, want de laatste Amerikanen waren de brug gepasseerd. Hier is later nog een hele hoop discussie over geweest. Liebregts vindt het oordeel in het ‘gesteggel’ over zijn commandant Van der Veer geheel onterecht. Er waren geen verbindingen meer en de terugtocht was door zijn commandant, een officier met oorlogservaring, geheel voorbereid. Het drama met de stafcompagnie, die die nacht overweldigd werd door een doorgebroken groep Chinezen waarbij Den Ouden zou sneuvelen, had vol- gens Liebregts gewoon voorkomen kunnen worden. Ook zijn compagniescommandant had erop gewezen dat er geen goede beveiliging was voor de stafcompagnie, ver- telt hij. “De A-compagnie lag hier en de B-compagnie lag daar en daartussenin lag niks. Ja, daar stond er eentje met een karabijn.”


Baby De terugtocht die hierop volgde, was minstens zo


dramatisch. “We hadden helemaal geen moer meer. Geen jeep, alles was weg. Met veel geluk en wijsheid zijn we eruit gekomen. Het was hartstikke donker en het was hartstikke koud. Zo nu en dan een flyer en dan is het net dag. En dan begon er weer een of andere idioot te schieten”, vervolgt hij vloekend. “Wie het was, weten wij ook niet. Iedereen schoot op iedereen, maar wij vielen als een gek op de grond opdat ze ons niet kapotschoten.” In het aardedonker vond Liebregts een aantal lichamen van Koreaanse gevluchte burgers. Hij raakte een lijk van een vrouw aan. “Toen zei ik tegen mijn maat Frits: ik hoor een baby huilen.” En hij vertelt hoe hij toen op de rug van de dode moeder een nog levende baby in


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65