This page contains a Flash digital edition of a book.
JAN BRUYN UIT ZUIDSCHERMER LEERDE DE KNEEPJES VAN ZIJNMANNEN Als enige belanda bij een


Als 15-jarige zag Jan Bruyn, terwijl hij met zijn vader op het land in Zuidscher- mer in de vroege ochtend van 10 mei 1940 de koeien aan het melken was, hoe Duitse vliegtuigen overvlogen om het verderop gelegen vliegveld Bergen te bombarderen. Ver van de stad ging de oorlog grotendeels langs hen heen en pas tijdens de laatste oorlogswinter was het een komen en gaan geweest van ‘etenhalers en melkhalers’. Geboren in 1925 behoorde hij na de bevrijding wel meteen bij de eerste generatie die opgeroepen zou worden om ingezet te worden in Nederlands-Indië.


Door: Gielt Algra B


ruyn kreeg eerst nog een half jaar uitstel omdat hij zijn vader op het boe- renbedrijf moest helpen


en dat was nu eenmaal een belang- rijke bedrijfstak in het naoorlogse Nederland. Maar toen zijn broer 16 was geworden, werd die geacht het werk van hem over te nemen. Bruyn werd eind 1946 alsnog opgeroepen en moest zich melden bij 4-5 RI in Schalkhaar bij de Palmboom divisie. “Ik was nog nooit de provincie uit geweest, Schalkhaar leek toen wel de andere kant van de wereld”, aldus Jan Bruyn (90).


Het werd een bijzonder koude winter waardoor ze aan oefeningen nauwe- lijks toekwamen. Ze moesten zich toch eind februari al inschepen voor Nederlands-Indië. Maar in de week inschepingsverlof die daar aan voor- afging, kreeg Bruyn de mededeling dat hij zich voor de kaderschool in Harderwijk moest melden. In eerste instantie dacht hij dat hij zo wel aan Nederlands-Indië zou ontkomen. “Ik dacht: met die tijd is het in Indië wel afgelopen. Nou, mooi niet natuurlijk.”


42 SEPTEMBER 2015 Indiëveteraan Jan Bruyn. Foto: Erik Kottier


Na een strenge opleiding in Harder- wijk ging Bruyn met zijn kameraden eind oktober van dat jaar alsnog aan boord van de Nieuw Holland met bestemming Nederlands-Indië.


Nieuw Holland


De reis was geen pretje volgens Bruyn: “We zaten er met zo’n twee- duizend man op, denk ik. Dat was niet zo geweldig. Je zat met vijf- à


zeshonderd man in een ruim. In de Golf van Biskaje werden de meesten al zeeziek. Het werd gewoon een zwijnenstal. We deden er denk ik dertig dagen over en we kregen zo’n drie weken elke dag macaroni. Dat hoefde ik voorlopig niet meer te hebben.” Na een laatste beproeving waarbij ze op de Indische Oceaan met een ziekmakende deining waar- bij ze acht of negen dagen alleen


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65