This page contains a Flash digital edition of a book.
OUD-MILITAIREN WERKEN IN DE CIVIELE GEZONDHEIDSZORG Een gezonde overstap


Veteranen die na dienstverlaten kiezen voor werken in de gezondheidszorg: het lijkt voor de hand te liggen. Ze brengen immers bruikbare ervaring mee. Been there and done that. Bovendien hebben miliairen een boel eigen- schappen die bij een baan in de gezondheidszorg op prijs gesteld worden. Maar er zijn ook valkuilen.


Door: Christ Klep H


et meest aantrekkelijke beroep ter wereld? Het antwoord zal u verbazen. Volgens recent Amerikaans onderzoek is de beste baan… verzekeringsdeskundige. Dit straalt nou niet bepaald testosteron en keiharde arbeidsbevrediging uit, maar de onderzoekers zijn stellig. Waar het gaat om de afweging tussen lichamelijke inspanning, werkomgeving, inkomen, stressniveau en werkgelegenheid is er blijkbaar geen betere keuze. Trouwens, welke baan scoorde in dit onderzoek het laagst? U zult opnieuw verrast zijn: journa- list. Tja. Daar gaat de avontuurlijke romantiek van Dustin Hoffman en Robert Redford in de politieke thriller All the president’s men (1976) over het Watergate-schandaal. In hetzelfde Amerikaanse onderzoek bungelden militairen zowat als rode lantaarndragers onderaan het lijstje. Nog lager scoorden alleen houthakkers, acteurs en werkers op olieplatforms. Anderzijds, kijken we puur naar maat- schappelijke status, dan zien de cijfers er een stuk vrien- delijker uit. Dan scoren (onder)officieren altijd wel weer in de top twintig.


Discipline en flexibiliteit


Op het eerste gezicht ligt de overstap van een militaire carrière naar de civiele gezondheidszorg of (nood)hulp- organisaties voor de hand. De militair brengt immers een brok zeer bruikbare ervaring mee. “Of het nu gaat om de behandeling van patiënten of het gebruik van moderne technologie”, merkte een deskundige op, “personeel uit de militaire gezondheidszorg heeft het allemaal al een keer meegemaakt – been there and done that.” Soms ter- wijl de kogels om je oren vlogen. Welke positieve eigenschappen brengen oud-militairen dan concreet mee naar de civiele gezondheidszorg? Een inventarisatie van onderzoeken wereldwijd levert steeds dezelfde trefwoorden op: discipline, fysieke fitheid, bekendheid met moderne technieken, resultaatgericht- heid, flexibiliteit, stressbestendigheid en – het moet toch even genoemd worden – betaalbaarheid. Vaak heeft mili- tair-medisch personeel exotische aandoeningen meege- maakt en behandeld. Zeker als ze in tropische omstandig-


10 SEPTEMBER 2015


Militairen brengen bij hun overstap naar de civiele gezond- heidszorg bruikbare ervaring mee, bijvoorbeeld bij het behandelen van bepaalde aandoeningen of op het gebied van moderne technologie. Op deze foto leggen medisch specialis- ten artsen van het lokale ziekenhuis in Tarin Kowt uit hoe de geschonken apparatuur gebruikt dient te worden, Afghani- stan, 2007. Foto: collectie NIMH


heden hebben gewerkt. Het zorgjargon en de procedures zijn doorgaans vergelijkbaar met die in de burgerwereld. Hier gaat de vergelijking met een gevechtspiloot die over- stapt naar een passagiersvliegtuig wel op. Oftewel: strikt vakmatig gezien zijn er sterke overeenkomsten tussen het militair-medische beroep en de burgergezondheidszorg.


Een verademing


Elk onderzoek benoemt wel de typische militaire deug- den die een transitie naar de zorgsector kunnen bevor- deren. Vooral toewijding en de can do-houding staan bovenaan de lijstjes. Nieuwe werkgevers ervaren dit vaak als een verademing in deze wereld van de zogenoemde millennials. U kent deze moderne menssoort waar- schijnlijk beter als de ‘Generatie Y’, ‘Generation Next’ of de ‘Facebook Generatie’. Dit menstype is naar verluidt bovenal welvaartsgericht (‘primaire materiële satisfactie’, zou de socioloog zeggen), politiek-maatschappelijk niet overdreven geëngageerd en ongeduldig. Zijn werkethiek


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65