This page contains a Flash digital edition of a book.
te kunnen helpen’


thee gedronken. Dan is het: kom bin- nen! Je wordt met alle egards ontvan- gen, alsof je de koning zelf bent.” Heel spannende dingen heeft hij in Libanon dan ook niet meegemaakt, maar als 21-jarige jongen zag hij, net als zijn veelal nog jongere collega- dienstplichtigen, geen gevaar. In tegenstelling tot een wat oudere beroepsadjudant die ‘horizontaal’ ingestroomd was. Hellewegen vertelt hoe deze militair volslagen in paniek raakte nadat zij rijdend in een jeep een knal hoorden. “De jeep werd stilgezet en we werden de wadi in gedirigeerd. Wij lagen helemaal in een deuk omdat we al gezien had- den dat we over een kartonnen pakje drank waren gereden.”


Sporadisch waren er wel beschie- tingen. “Maar ik heb nooit hoeven schuilen, we zaten al in een bunker en waren redelijk veilig.” Verder herin- nert hij zich vooral de leuke dingen, zoals de konvooien. “We gingen naar Beiroet met een tientonner waar zes ton bier in werd geladen!” Hij kijkt dan ook alleen maar met plezier terug op zijn uitzending. “Ik heb nog een aardig woordje Arabisch geleerd. Veel ben ik inmiddels kwijt, maar zangeres Fairuz vind ik nog steeds erg leuk.”


Medewerker Veteranenloket Na terugkeer ging hij meteen aan het


werk in de burgermaatschappij. Van taxichauffeur tot zijn huidige baan als medewerker van het Veteranen- loket was een lange weg en daarbij speelde het toeval uiteindelijk een rol. “Ik was op de lokale veteranen- dag van de Utrechtse Heuvelrug en werd door een medewerker van de Basis gewezen op het veteranencafé. Daar meldde ik me als vrijwilliger van het Veteraneninstituut. Toen vorig jaar het Veteranenloket in beeld kwam, werd ik geattendeerd op de vacatures. Ik was op dat moment op zoek naar een baan, dus heb gelijk gereageerd.”


Zijn werk bij het Veteranenloket bevalt Hellewegen uitstekend. Als loketmedewerker houdt hij zich bezig met ‘het administratief verwer-


ken’ van een telefoongesprek. “We werken in verschillende shifts met verschillende diensten en werkzaam- heden. Je hebt of dienst achter de receptie, waar mensen met allerlei vragen terechtkunnen of bij de zorg- telefoon.”


De meeste telefoontjes en e-mails gaan over veteranenzaken zoals de veteranenpas en treinkaarten. Deze worden afgehandeld door dienstver- lening. Hulpvragen worden doorge- zet naar de zorgcoördinator. “Niks is zo mooi als mensen te helpen. Al is het maar aan een gratis treinkaartje. Sommige veteranen missen na het verlaten van de militaire dienst de structuur en cultuur van de krijgs- macht. Of ze voelen behoefte om over hun uitzendervaringen te praten en inzichten te delen met mensen die begrijpen wat zij hebben doorge- maakt. Soms is het telefoongesprek al voldoende, maar in beide gevallen kan ook een passend traject in gang gezet worden.”


Dode duif


Hoewel de meeste telefoontjes gerela- teerd zijn aan veteranenzaken, wordt er voor de gekste dingen gebeld. “Ik kreeg een keer een weduwe uit Den Haag aan de telefoon die vroeg of ik de dode duif in haar tuin kon ver- wijderen. ‘Ja, mijn man was veteraan en was er voor het land en u bent er voor ons.’ Dat zei ze bloedserieus. Natuurlijk willen we altijd wel men- sen helpen, maar de vragen moeten


Eén jaar Veteranenloket


Sinds juni 2014 kunnen veteranen en hun relaties terecht bij één loket, het Veteranenloket, voor al hun dienstgerelateerde vragen. Het loket biedt de toe- gang tot de bestaande zorg en dienstverlening van het ministerie van Defensie, het Veteraneninstituut (Vi), het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en het Veteranen Platform (VP). Bij het loket worden de dienstverleningsvragen, bijvoorbeeld vragen over de veteranenpas, afgehandeld door het Vi. Psychische of materiële hulpvragen worden doorgezet naar zorgcoordinatoren van het Veteranenloket. Zij coordi- neren de zorg en schakelen de desbetreffende instanties in zoals maatschappe- lijk werk, ABP, LZV of de nuldelijnshulpverleners.


uiteraard wel dienstgerelateerd zijn.” Maar, benadrukt Hellewegen, het blijft belangrijk om goed door te vragen om erachter te komen waar iemand precies voor belt. “Soms begint het met een algemene infor- matieve vraag en eindigt het ermee dat iemand naar een zorgcoördinator wordt doorverwezen.”


Dat hij zelf veteraan is, speelt wel eens een rol. “Soms zeg ik dat wel. Want dan weten ze dat je aan een half woord genoeg hebt. Ik weet niet hoe het was in Mali of Irak, maar ik ken wel een soortgelijke omgeving en situatie.” Hellewegen legt uit dat het lang niet altijd concrete hulpvragen betreft. “Vaak komen ze terug van een uitzending en hebben ze gewoon moeite om weer te wennen. Dan helpt een goed gesprek al. Ik vind het heerlijk om de mensen een stukje verder te helpen.”


Hij vertelt hoe hij lange tijd aan de lijn werd gehouden door een vete- raan die op het punt stond om zijn vrouw in het ziekenhuis op te zoe- ken. “Ik probeerde de hele tijd erach- ter te komen wat nou zijn vraag was, maar ging ondertussen ook in op zijn verhaal. Na een half uur zei hij: ‘Zo, bedankt voor het luisteren, nu durf ik weer naar het ziekenhuis te gaan.’ Dan denk ik: daar doen we het alle- maal voor!”


Info: www.veteranenloket.nl, tel: 088-3340000 of e-mail: info@veteranenloket.nl.


SEPTEMBER 2015


27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65