This page contains a Flash digital edition of a book.
gevallen maakte hij zelf ook mee. “Bij een meisje dat door een auto- ongeluk een schedeltrauma opliep kon ik gewoon door de schedel heen, haar hersenen zien. We hebben haar met de helikopter naar Haifa moe- ten brengen, maar ze heeft het niet gered.”


‘IJzeren driehoek’


een uitdaging. “Je gaat voor het eerst zelfstandig patiënten zien. Vooral met luchtweginfecties, griep en kleine verwondingen. En natuurlijk diarree, het bruine monster. In Haris hadden we de mogelijkheid om mili- tairen op te nemen in een zieken- zaaltje, als ze dreigden uit te drogen. In Majdal Zoun niet, dan moesten ze naar Haris.” Voor de nog zwaardere gevallen was er het Zweedse leger- hospitaal in Naqoura. “Daar gingen de jongens overigens graag naartoe, vanwege de vrouwelijke verpleeg- kundigen!”


Maar er lag ook een taak richting de lokale bevolking. “Omdat de Liba- nese artsen naar rustiger gebieden getrokken waren, hielden we voor de locals spreekuur. Van patiënten die voor ernstige klachten naar het ziekenhuis moesten in Beiroet moest je wel eerst weten van welke religie ze waren, anders bracht je ze naar het verkeerde ziekenhuis.” Ernstige


Door het gratis verstrekken van medicijnen aan de locals kreeg hij het aan de stok met een collega- officier. “Als het op was, bestelden we nieuwe. Iemand vond dat dat allemaal precies geregistreerd moest worden, maar dat deden wij niet. We gaven het weg met een reden en zorgden er wel voor dat er genoeg was voor de manschappen.” Op 1 november 1980 maakte hij met een verkenningspeloton een gijze- lingsactie mee in de zogeheten ‘IJze- ren Driehoek’. “Het was omstreden gebied waar regelmatig incidenten plaatsvonden. Ik moest eigenlijk als smoes mee om naar de oogklachten van de Muchtar (burgemeester; red.) daar te kijken.” Nadat ze eerder al door een ‘jochie van een jaar of 15 met een slecht gebit’ met een kalasj- nikov waren bedreigd, liepen ze in een hinderlaag van Palestijnse strij- ders. Dat ging gepaard met gewapend geweld en vervolgens werden ze vastgehouden. “Later hoorde ik dat ze ons al als vermist en vermoedelijk omgekomen hadden doorgegeven aan het VN-hoofdkwartier in New York. Net als bij het eerdere incident met het Palestijnse jochie, heeft onze tolk Thomas Milo ervoor gezorgd dat ze ons weer lieten gaan. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. We moesten ons materieel achterlaten en daarna nog wel een mijnenveld trot- seren. Het duurde uren voordat we op de dichtstbijzijnde observatiepost aankwamen,” herinnert Roosendaal zich. Ondanks de goede afloop, maakte het incident heel wat los. “Ik dacht echt: mijn laatste uur heeft geslagen, ben ik daarvoor al die jaren in opleiding tot dokter geweest?”


Kinderarts


Na terugkeer diende Roosendaal na in het Militair Hospitaal. “Lichame- lijk was ik er wel, maar geestelijk eigenlijk niet. Ik was te veel bezig met Libanon en dat men in Neder- land doet alsof het vanzelfsprekend is dat er vrede is.” Zijn depressie


duurde voort tot na het afzwaaien, waardoor hij zelfs uit de kinderart- senopleiding gezet dreigde te wor- den. “Het waren mijn huidige vrouw en mijn zus die mij al pratende uit de put hielpen. Zo is het een jaar na terugkeer weer goed gekomen.” Zijn opleiding als klinisch kinderarts volgde hij in het kinderziekenhuis in Utrecht. Vervolgens werkte hij in Delft en Kampen om uiteindelijk in Meppel terecht te komen in het Diaconessenhuis dat sinds 1 juli Diaconessenhuis Isala heet. In dit ziekenhuis was hij 22 jaar kinder- arts, want inmiddels is hij ook daar ‘afgezwaaid’. Maar als kinderarts blijft hij actief voor de jeugdhulp- organisatie Trias, waar hij al 24 jaar aan verbonden is. “Daar kan ik me vooral bezighouden met kinderen die door allerlei oorzaken ontwik- kelingsachterstand of ADHD hebben, dat is steeds meer mijn specialisme geworden. Verder ga ik ook in de kinder- en jeugdpsychiatrie werken voor de GGZ.”


Weerzien met Libanon Zijn verbondenheid met veteranen


is altijd gebleven. “Door de Vetera- nennota van minister Ter Beek ging het kriebelen en ik heb zodra het kon de veteranenpas aangevraagd en steeds vaker reünies bezocht.” Al na de eerste oproep meldde hij zich als Veteraan in de Klas. “Dit voorjaar heb ik eindelijk voor de klas gestaan. Die kinderen vinden dat prachtig. Ze stellen ook geweldige vragen en ik vertel ook iets over de medische kant.”


Een jaar of vijf geleden maakte hij met Weerzien naar Libanon een terugkeerreis naar zijn uitzendgebied en zette zich ook in voor het leveren van medische apparatuur voor het ziekenhuis in Tyre dat deze stichting adopteerde, al is hij bescheiden over zijn rol. “Ik was verrast dat ik daar enkele jaren geleden een onderschei- ding voor kreeg van de directeur van het ziekenhuis. Maar ik vind het sowieso leuk om me in te zetten op veteranengebied. Ik zit in het bestuur van de Stichting Drentse Veteranen die de regionale veteranendag organi- seert en schrijf regelmatig over vete- ranen in de Meppeler Courant. Waar het vandaan komt? Helpen zit me in het bloed. Ik ben ervaringsdeskun- dige en dokter, dus ik zet me graag in voor collega-veteranen!”


SEPTEMBER 2015 17


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65