This page contains a Flash digital edition of a book.
sector of hulporganisaties willen maken: ‘Geblokte en stugge conformisten, niet in beweging te krijgen zonder een recht- streeks bevel.’ Bekend zijn de anekdotes over oud-militairen die luidkeels – soms wijdbeens op hun bureau geposteerd – ondergeschikten ‘aansturen’. Intussen zijn overal ter wereld over- heidsinstanties en adviesbureaus in deze markt gedoken. Hun aanbod omvat seminars, working sessions en prakti- sche handleidingen. Welke tips vallen daaruit te distilleren? De belangrijkste is misschien wel: zorg dat je voldoende demilitariseert. In de praktijk komt dit neer op fatsoenlijk taalgebruik, fysieke ingetogenheid (dus geen keiharde hand- druk!) en niet al te pocherige cv’s (been there, done that). Kortom, de juiste mate van professionele bescheidenheid. En, zoals een Britse praktijkgids als handige wenk voor het sollicitatiegesprek mee- gaf: ‘Vermijd taal die eventuele vrouwe- lijke aanwezigen als ongewenst zouden kunnen ervaren…’


Een ander regelmatig genoemd knelpunt is ‘een gebrek aan procesoriëntatie’. Zeg maar, te weinig geduld met lang- dradige werkprocessen. Onderzoeken wijzen verder telkens opnieuw uit dat de cultuurkloof als zodanig een hob- bel kan zijn. ‘You are not just leaving a job, you are leaving a lifestyle’, zoals de website military.com het formuleerde. In dit opzicht hebben Nederlandse oud-


laat te wensen over en hij is snel op de teentjes getrapt als iemand kritiek levert. Niet zo bij de oud-militair en al helemaal niet als hij op uitzending is geweest. Wie solliciteert voor een baan in de gezondheidsindustrie merkt dat de doelgerichtheid en de leiderschapscapaci- teiten doorgaans op prijs worden gesteld. Bij de transitie naar de burgergezondheidszorg blijkt bovendien telkens opnieuw dat oud-militairen – als het ware intuïtief – goed in staat zijn om snel de ‘bevelsketen’ in hun nieuwe werkomgeving te doorgronden. Wie is de formele baas en wie heeft het éigenlijk voor het zeggen? Niet voor niets zijn oud-militairen vaak gewild bij non- gouvernementele en non-profitorganisaties, zo leert de ervaring. Zo ver als in de Verenigde Staten gaan we in Nederland echter nog niet. Het Amerikaanse Rode Kruis bijvoorbeeld startte enkele jaren geleden het wervings- programma Hiring our Heroes, inclusief banenmarkten en personeelsconsulenten. Het Amerikaanse Rode Kruis haalde de afgelopen jaren moeiteloos het doel om dui- zend veteranen per jaar te werven. Voor 2017 staat het vizier zelfs op twaalfhonderd. Amerika kent sinds 2011 een Hire More Heroes Act en een gespecialiseerde niet- gouvermentele organisatie Heroes to Healthcare.


Keiharde handdruk


Natuurlijk is niet alles rozengeur en maneschijn. Er doemt evengoed een berg aan negatieve stereotypering op wanneer militairen de overstap naar de civiele zorg-


militairen het overigens aantoonbaar gemakkelijker. Onze krijgsmacht is immers relatief civiel gericht. Een heikel puntje blijft de vraag of militairen een voorkeursbehande- ling verdienen bij hun overstap naar de burgermaatschap- pij. Zelf vindt 44 procent van wel, ruim minder dan niet- militairen (bron: Veteranenmonitor 2012).


Hospitaalridders


Ooit lieten monniken en nonnen de militaire en civiele gezondheidszorg versmelten. Hun werk op het slagveld was spiritueel én werelds. De kruistochten brachten mili- tair-civiele ordes als de Hospitaalridders voort. Zij ver- zorgden onder meer de pelgrims tijdens hun barre toch- ten naar het beloofde land. Pas in de negentiende eeuw zien we de opkomst van een gespecialiseerde militaire gezondheidszorg. Dit ging niet altijd zonder slag of stoot. In Nederland speelde lang de discussie over burgerartsen die als reserveofficier dienst deden. ‘Officier van gezond- heid is een prachtige betrekking, die zonder twijfel een groot aantal gegadigden zal trekken’, schreef luitenant- kolonel jonkeer J.Th. Alting von Geusau in 1931. ‘Onder voorwaarde echter, dat de materieele vooruitzichten behoorlijk zijn en in overeenstemming met de groote hoeveelheid werk die verlangd wordt.’ Hier valt wel weer een lijntje met het heden te trekken. Militairen vinden geld namelijk juist niet een doorslaggevende reden om de overstap naar de burgergezondheidszorg te maken. Een houding die helemaal past in het bredere beeld.


SEPTEMBER 2015 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65