This page contains a Flash digital edition of a book.
LIBANONVETERAAN LOUIS HELLEWEGEN IS MEDEWERKER VAN HET VETERANENLOKET ‘Niks zo mooi als mensen


Het Veteranenloket is onder- deel van het Veteraneninstituut. V.l.n.r. medewerkers van het Veteranenloket Paola van den Hoeven-Pepermans, Minke Bosch- Nauta en Louis Hellewegen.


Het Veteranenloket bestaat inmiddels een jaar en alles wijst erop dat het func- tioneert zoals afgesproken. Uit de eerste door het ministerie van Defensie in de Veteranennota bekendgemaakte cijfers blijkt dat veteranen snel en efficiënt geholpen worden met de meest uiteen- lopende vragen. Libanonveteraan Louis Hellewegen is een van de medewerkers van het loket. “Ik vind het heerlijk om mensen op weg te helpen.”


Door: Fred Lardenoye Foto: Birgit de Roij


H 26


et is nog een hele omweg die Louis Hellewegen (54) maakte voordat hij bijna 35 jaar na zijn uitzending


naar Libanon bij het Veteranenloket belandde. Hij werkte eerder als taxi- chauffeur, kabelmonteur, technisch bankmedewerker en life coach. Sinds de opening in juni 2014 is hij een


SEPTEMBER 2015


van de 35 medewerkers van het Vete- ranenloket. “Maar het is allemaal werken met mensen geweest, dus er is wel degelijk een rode draad”, zegt hij met een brede glimlach. Bij het Veteranenloket voelt hij zich als een vis in het water. “Want we hebben een geweldig hecht team dat gewoon probeert alle veteranen en hun rela- ties zo goed mogelijk te helpen.”


Sabra en Chatila Tijdens de oproep voor zijn dienst-


plicht, begin jaren tachtig, volgde hij een studie theologie in België. Toen hij terug in Nederland alsnog de dienst wilde vervullen, kreeg hij te horen dat hij zich binnen een week in Breda diende te melden. “Met de kerst in 1981 zat ik alsnog in dienst op de Isabellakazerne in Den Bosch.” Toen hij kenbaar maakte dat hij graag uitgezonden wilde worden naar Libanon, werd hij overgeplaatst naar Assen en toegevoegd aan het 44e pantserinfanteriebataljon. De opleiding voor de uitzending stelde volgens Hellewegen niet veel voor. “Je leerde wat over een roadblock en


kreeg te horen dat je het over locals moest hebben in plaats van ‘de vij- and’. Mijn theologische achtergrond heeft wel geholpen, Zuid-Libanon is tenslotte een stukje Galilea. Maar ik had niet verwacht dat ze anno 1982 nog steeds het water uit dezelfde put- ten haalden als 2000 jaar geleden!” Behalve die cultuurschok maakte ook het bloedbad dat vlak voor hun aankomst in september 1982 had plaatsgevonden in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in Beiroet veel indruk. Daarbij werden met medeweten van Israël tussen de 700 en 3.500 Palestijnen vermoord door een falangistische strijdgroep. “Hoe het ons precies is verteld, weet ik niet meer, maar we waren aardig geschokt toen wij daar aankwamen.”


Fairuz


Hellewegen werd als beheerder van de Bevoorrading (Bevo) geplaatst op het Nederlandse hoofdkwartier in Haris. “Wij moesten zo nu en dan ook patrouilles lopen. Ook ’s nachts, maar de sociale patrouilles waren het leukst. Inderdaad, dan werd er ook


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65