This page contains a Flash digital edition of a book.
KINDERARTS GERARD ROOSENDAAL OVER ZIJN UITZENDING NAAR LIBANON:


‘Helpen zit me in het bloed’


Dat hij naar Libanon werd uitgezonden was voor Gerard Roosendaal eigenlijk een nuttige fase in zijn carrière in de zorgsector. Of zijn loopbaan er anders uit had gezien zonder die ervaring vraagt hij zich af, maar het heeft zijn leven zeker verrijkt. “Ik wil er nog een boek over schrijven.”


Door: Fred Lardenoye Foto: William Moore


“P 16


as in maart, toen ik met verlof terug was in Nederland, raakte ik depressief, ik was


in één keer in de put. Ik zag het niet meer zitten, maar ik moest nog terug naar Libanon.” Gerard Roosendaal (60) wijt de inzinking aan een ernstig incident op 1 november 1980 waarbij hij samen met enkele collega’s op een verkenningspatrouille enige tijd gegijzeld werd door een Palestijnse strijdgroep. “Dan sta je echt wel even doodsangsten uit. Maar die hele uitzending was natuurlijk ook een enorme cultuurschok.” Toch kijkt hij verder met plezier terug op zijn uitzending. “Ik heb een dagboek bij- gehouden en ik wil er nog een boek over schrijven.”


Luitenant arts Vanwege zijn studie Geneeskunde


kreeg Roosendaal uitstel, maar op zijn 25e moest hij zich alsnog


SEPTEMBER 2015


melden op de Korporaal Van Oud- heusdenkazerne in Hilversum waar de geneeskundige troepen werden opgeleid. De opleiding werd na acht weken afgerond met de rang eerste luitenant en Roosendaal stond te popelen om een (medische) bijdrage te leveren in Libanon. “Tijdens mijn coschappen had ik al gehoord over de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL. Ik was ongebonden en had wel zin in een avontuur in Libanon. Om zinvol werk te doen en mensen te helpen, maar ook omdat het een extra toelage opleverde”, geeft Roosendaal toe. “Overigens had ik wel net het eerste afspraakje met mijn huidige vrouw, dus dat was onverwacht nog een moeilijk punt.”


Roosendaal mocht op de Eerste Hulp van het Militair Hospitaal ervaring opdoen. “Je wordt dan een beetje in het diepe gegooid. Daarna ben ik nog een week naar de Harskamp geweest, samen met het beroepskader dat deel


uitmaakte van de uitgezonden mili- tairen. We kregen schietoefeningen en voorlichting over Libanon. Pas vlak voor vertrek in september 1980 kwam ik bij het 44e pantserinfante- riebataljon in Assen.”


Zweedse verpleegkundigen In Libanon werkten drie artsen,


van wie twee op het Nederlandse hoofdkwartier in Haris en een bij de Charlie-compagnie in Majdal Zoun. “Daar moest de arts dag en nacht beschikbaar zijn, ook voor de boven- posten in de bergen. De omstandig- heden daar waren heel anders dan in Haris. Er stond wel ‘hospitaal’ op een gebouwtje, maar het was niet meer dan een krakkemikkig hok met een hobbelige stenen vloer waar je slechts een tafel, stoel en wat legerkisten met medische spullen kwijt kon. En voor de winter een gaskacheltje dat enorm stonk.” Beroepsmatig was Libanon sowieso


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65