SCHRIJVERS OP DE MOTOR 57
schilder-schrijver zelf, die zich naast deze kreet liet afbeelden, nors op een motor zittend alsof hij op zijn publiek wil inrijden. In drie maanden had de kunstnozem zijn kleurrijke verleden in 145 feuil- letons bij elkaar geveegd en opgepept tot een schelmenroman. Ik Jan Cremer is dus een portret van Cremer zelf. Hij vrijt, knokt en drinkt veel, lapt de heersende moraal aan zijn laars en rijdt eeuwig rond op Zilvermonster, zijn Harley 750 cc met zij- span. Deze zilverkleurige machine had hij in Parijs gekocht toen hij daar de schilderkunst bedreef. Zijn motto was: liever honderd gulden schuld dan vijf minuten verdriet. Ik Jan Cremer werd inderdaad een gigantische bestseller, met wereldwijd zo’n veertien miljoen verkochte exemplaren. Twee jaar later probeerde de rebel het opnieuw met Ik Jan Cremer, Tweede boek. Daarin verhaalde de bromnozem over de tochten die hij samen met vriend Barry op Zilver- monster maakte door Spanje, Tunesië en Algerije. Op het laatst moest de Harley met touwtjes, han- saplast, ijzeren kleerhangers en kauwgum bij el- kaar worden gehouden. Het boek verkocht wel, maar haalde ‘t niet bij het eerste deel. De inhoud werd niet meer als schokkend ervaren: Nederland was in 1966 een stuk minder preuts geworden.
Bedenker van Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle.
De mooiste jas voor Herman de Man: een motorjas.
man die sneller schrijft dan God kan lezen’ - reed in zijn jonge jaren motor. En iemand die hier zeker niet kan ontbreken, is Herman de Man. Deze chro- niqueur van het Hollandse polderlandschap die in 1925 doorbrak met de streekroman Het wassende water, raakte zes jaar later bevangen door het mo- torvirus nadat hij als journalist de TT-races op As- sen had mogen verslaan. Het motorgebrul maak- te zo veel indruk op De Man dat hij meteen een 490 cc Norton kocht. Daarmee kon de rusteloze De Man aan zijn klein- burgerlijk gezinsleven ontsnappen. Zo reed hij in januari 1936 naar Zuid-Frankrijk om daar voor de KRO-radio verslag te doen over de Rally van Mon- te Carlo. Tijdens de terugtocht naar Nederland kwam hij op zijn Norton in bar winterweer onge- veer tegelijkertijd in Brussel aan als de rallyrijders in hun auto’s; een puike prestatie. Eén jaar later werd de Norton ingeruild voor een 500 cc Sun- beam kopklepper, die op zijn beurt door een BMW R12 werd vervangen. Aan beide machines kon De Man een zijspan koppelen om dan met vrouw Eva door de Alpen, België, Frankrijk of Italië te toeren. Maar toen het nazidom Europa overviel, kwam het onheil. Herman de Man heette eigenlijk Sal Ham- burger en was, evenals zijn vrouw, een joodse Nederlander die zich tot het katholisme had be- keerd. Voor de nazi’s vormde dat geen belemme- ring. In oorlog werden zijn vrouw en vijf van zijn kinderen door de Duitsers weggevoerd en ver- moord.
Herman de Man Het wassende water Natuurlijk zijn er nog andere Nederlandse pen- ners geweest die ooit een motorfi ets onder de bil- len hebben gehad. Bijvoorbeeld de eeuwige zwer- ver A. den Doolaard, dichter Hans Warren, de Indische schrijver-journalist Tjalie Robinson, schrijfster Anna Blaman, provo-scribent Heere Heeresma of de nog springlevende Jan Siebelink. Enzovoort. Zelfs veelschrijver Simon Vestdijk - ‘de
Arthur Conan Doyle Sherlock Holmes ‘The more we progress the more we tend to pro- gress,’ schreef de bedenker van Sherlock Holmes ooit. Voor Sir Arthur Conan Doyle was de toekomst een zonnig oord waarin techniek en wetenschap de mensheid zou verheffen. Dus toen de ‘motori- zed bicycle’ op het toneel verscheen, was hij er snel bij. Al in 1902 kocht de detectiveschrijver zijn eerste motorfi ets, met riemaandrijving en zonder versnellingen. Conan Doyle was zo verrukt met
die noviteit dat hij twee jaar later fi nancier werd van ROC Motor Works, dat in Guilford en later in Brimingham potente V-twins fabriceerde. De lei- ding van die fi rma was overigens in handen van een schoonbroer van Conan Doyle. In 1905 liet Conan Doyle een 600 cc ROC inschrijven voor een race op het Isle of Man, voorloper van de beroem- de Tourist Trophy (TT). En in 1911 lanceerde ROC het 118 cc Auto-Wheel, een gemotoriseerd wiel dat in een hulpframe naast een gewone fi ets kon worden gemonteerd. Conan Doyle maakte daar- voor reclame door testverslagen in motortijdschrif- ten te publiceren.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92