FRANKRIJK: CEVENNEN 31
brug over de dromerige Gardon. En dan: Hallo, wakker worden! Het opgelapte afval perst het laatste beetje vrije slag uit de vering. De weg bocht als een paling en is ontiegelijk smal. Zo smal dat een volle rol Gaffa-tape niet voldoende is de cosmetische schade te verhullen op een el- kaar schampende Clio en Golf. Uiteindelijk daagt de route je uit tot een 56 kilo- meter lange eindspurt, over de D 986 naar het avondeten.
Mont Aigoual: 1567 m ‘En dan kunnen wij misschien ook nog dit weg- getje meenemen. Route Difficile, dat klinkt toch goed.’ Gesprekken aan de ontbijttafel - met ba- guettekruimels op de kaart - zijn altijd weer een genot. Snel de verplichte morgenronde naar de benzinepomp, waar op dat moment een oude Ci- troën Traction Avant, die goed geveerde gangster- auto uit tv-detectives, opzien baart. En dan begint opnieuw het Grote Weggetjes Verzamelen, een spelletje dat nooit verveelt. De D 57 is meteen een voltreffer. Bloemenperkjes maken als fleurige eilandjes het opengebroken asfalt gezellig en als de schaamteloos blauwe he- mel niet door dik bladerdak - vraag niet welke!- wordt verhuld, werpt een buizerd z’n schaduw wel naar beneden. De blijkbaar uitmuntende thermiek wordt ondersteund door de ventilator in de radiator. De Enduro-genen van onze allroads zijn wel heel erg gedomesticeerd, dat wordt zo wel in toene- mende mate duidelijk. Maar als je zo lukraak rijdt, is de kans groot dat je je ergens op een kruising in het Forêt Domaniale de l’Aigoual de vraag stelt:: waar zijn wij in godsnaam beland. En waar gaat het verder? Wie dan alles goed doet, komt niet in botsing met een plotseling de weg overstekend hert, maar stuit 27 kilometer verder in Meyrueis weer op een normale weg. En dan zul je - vijf minuten later - in het café op de 1567 meter hoge,
als weerstation dienende Mont Aigoual opnieuw een beslissing moeten nemen: wordt het bosbessen -of frambozentaart? Allebei mag natuurlijk ook.
Bergzwervers Een toproute komt in de Cevennen nooit alleen. Voor een langer rondje deze middag luidt de aan- beveling van de verkeersminister: Mont Aigoual, Le Vigan, Ganges, Sumène, Lasalle, Col du Merou, Col de l’Asclier, Notre Dame de la Rouvière, Val- leraugue, Meyrueis. De voorpret stijgt, net als de thermometer. Eindelijk laat Afrika zich voelen. De thermometer aan de pui van apotheek Rombaut in Le Vigan geeft met rood oplichtende cijfers 35 gra- den aan. Het komt daarom goed uit dat de kleine supermarkt verkoelend ijs alleen in grootverpak- king verkoopt. En de rest van de middag? Die is onmogelijk na te vertellen. Al die fantastische boch- tencombinaties, die pittige en kruidige geurexplo- sies en al die sprakeloos makende uitzichten. Laten we het zo zeggen: het hart van de motorrijdende romanticus jubelde. Bergzwervers voelden we ons. Een duo, vooral als die op een Spartaans hard zitje moet hokken, zal de dans door de bergen beleven als een lottoballetje in een lottoapparaat. Zo word je door elkaar geschud. En als de duo je vrouw of vriendin is, zal ze je met zoetgevooisde stem verlei- den: ‘Laten we in het avondrood langzaam naar het hotel rijden.’ Maar in gedachten heeft ze je helm al uren geleden in elkaar getimmerd.
Tantaluskwelling Op de Col de Merou herinnert een plaquette aan de martelaren van de Franse Resistance in WOII en in het bijzonder aan de gedeporteerden. Maar de door kastanjes, eiken en pijnbomen begroeide pas is ook om andere redenen historische grond: op 17 januari 1704 versloegen de Camisarden on- der bevel van Roland hier twee koninklijke batal- jons. En ook al geschiedde dit alles lang geleden,
de fantasie kent geen grenzen. Je kunt je goed voorstellen wat zich eens in dit rauwe ontoegan- kelijke landschap heeft afgespeeld. Hoe de Cami- sarden ongezien uit hun huizen konden vluchten. Die waren gebouwd als ingenieuze driedimensio- nale stenen puzzels, met achter de schoorsteen een gecamoufleerde ontsnappingsroute door een ach- terliggende grot. Een paar kilometer verderop. Op de eenzame Col de l’Asclier, welt een nieuwe gedachte op, meer een tantaluskwelling. Wie hier spontaan besluit naar de Middellandse Zee te spurten, zou binnen twee uur pootje kunnen baden. Doen we natuurlijk niet: wij spurten weer over de 56 kilometer D 986, van Valleraugue naar Meyrueis.
Oude krijgers Hoe graag je deze film oneindig zou willen herha- len, onverbiddelijk komt de dag dat je afscheid moet nemen van de Cevennen. Normaal doe je dat in stilte, ingetogen. Maar deze keer vertrekken we met groot vertoon. Begeleid door het tamboer- korps marcheren de Anciens Combattants d’Algérie door de straten van Le Pont-de-Mont- vert. De oude krijgers uit het departement Lozère vieren het jaarlijkse veteranencongres van de Al- gerijnse Oorlog (1954-1962), een oorlog waaraan Frankrijk geen roem ontleent. Het schouwspel zorgt ervoor dat de crêpes en Grand Crême in het Café de la Commerce koud staan te worden. Haas- tig volg ik de stoet, die trots door het dorp mar- cheert, gefascineerd door het beeld waarin nu eens het blauw-wit-rood van de tricolore en dan weer het martiale legergroen van het gevechtste- nue domineert. Het herinnert je eraan, niet zonder pathos, dat de strijd om vrijheid en onafhankelijk- heid misschien wel altijd tot het leven behoort. Net als de dood. Of het nu bij de Camisarden was, in Afrika of waar dan ook.
DE CAMISARDEN OORLOG
In het verloop van de 16e eeuw drongen de reformatorische ideeën van Luther en die van de in Genève levende Calvijn ook door in de eenzame, afgelegen Cevennen. De ideeën vielen bij de boeren, herders en handwer- kers in een vruchtbare bodem. Spoedig bekeerde een groot deel van de bevolking zich, waaronder de hoge adel en de middenklasse, tot het geloof van de protestanten. Ze noemden zich eyguenet, een woord dat de Katholieken spottend verhaspelden tot Hugenoten. De veertig jarige gods- dienstoorlog kwam pas ten einde, toen in 1598 Hendrik IV het edict van Nantes uitvaardigde. Dat gaf de protestanten een (beperkte) vrijheid van godsdienst en ook dezelfde civiele rechten. In 1685 werd het edict door Lodewijk XIV opgeheven en dat was het begin van opnieuw verbitterd verzet tegen de (katholieke) overheid, in het bijzonder in de Cevennen. Op 24 juli 1702 escaleerde de gespannen situatie, toen in Le Pont-de-Montvert de gehate abt Chaila, plaatsvervanger van de bisschop van Mende, in zijn tot gevangenis omgebouwde pastorie door opstandige Hugenoten werd aangevallen en bij een vluchtpoging werd vermoord. Het was het begin van de Camisarden Oorlog, zo genoemd naar de witte hemden of blouses (che- mise) die ze droegen. Getalsmatig waren de 3000 Camisarden ver in de minderheid. Desondanks waren ze de 30.000 soldaten van de koning de baas,
omdat ze bekend waren met het terrein. In de ontoegankelijke bergstreken sloegen ze keer op keer met succes toe. Om het verzet te breken, werd de bevolking van de Cevennen hard aangepakt, zodat ze geen steun meer ver- leenden aan de opstandelingen. De actie Verbranden van de Cevennen ging gepaard met grootschalige verwoestingen. 466 Dorpen en boerderijen wer- den in brand gestoken, terwijl de bewoners naar katholieke streken werden gedeporteerd. Zonder het gewenste resultaat, want vele ontheemde mannen sloten zich nu ook bij de Camisarden aan. Omdat het de soldaten niet lukte recht en orde te herstellen, bewapenden ook de Katholieke burgerij zich. Ze verenigden zich tot milities als cadetten van het Kruis en Witte Camisarden, die moordend en rovend door het gebrandschatte land trokken. Ondanks geweldplegingen van beide kanten, was de Camisarden Oorlog niet zozeer een burgeroorlog maar veel meer opstand tegen een totalitair regiem. Het doel was om als protestant vrij van represailles te kunnen leven. De Camisarden bleven dan ook trouw aan de koning. Officieel werd de oorlog beëindigd op 10 mei 1704. Maar ook na deze wapenstilstand werd er nog gevochten. De tijd van intolerantie en onderdrukking was eigenlijk pas voorbij, toen in 1789 de Franse Revolutie de Rechten van de Mens proclameerde.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92