This page contains a Flash digital edition of a book.
56


RONKENDE LETTERS


TEKST YOP SEGERS SCHRIJVERS EN MOTOREN


Motorrijden is de ultieme symbiose van mens en machine. Niet alleen Miep en Jan Splinter ervaren dat. Ook schrijvers en dichters hebben dat altijd geweten. Een relaas over beroemde scribenten die behalve prachtige literatuur ook vele kilometers op de motorfiets maakten.


Een nog jonge Hanlo op zijn DKW.


‘Een motor is een hond die nooit dood hoeft,’ schreef cabaretier en schrijver Kees van Kooten ooit. Of andere literatoren deze prikkelende stel- ling onderschrijven, is helaas onbekend. Toch wa- ren en zijn er nog steeds schrijvers die de motor- fi ets een trouwe kompaan voor het leven vinden.


Herman Brusselmans: De dood op de motorfiets De zelfverklaarde oppergod van de Vlaamse let- terkunde, Herman Brusselmans, is een fervent motard. Begonnen op een Honda, jakkerde de ‘beste beffer van België’ vervolgens met een 1200 cc Buell over de kasseien. Die heeft ie onlangs


ingeruild voor een Triumph Street Triple, waarbij hij het rijden naar eigen zeggen beperkt tot ‘toer- kes rond de blok’. Illuster voorganger van hem was Johan Daisne, een schrijver die de aanzet gaf tot de stroming van het magisch realisme in de Vlaamse literatuur. Zo schreef hij de novelle De dood op de Motorfi ets; een speelse fantasie over de dood die zich aankondigt door een motorrijder die passanten naar de weg vraagt. Daisne zelf was na de oorlog directeur van de stadsbibliotheek in Gent en iedere morgen maakte hij op zijn Saroléa een ommetje rondom de stad om fris uitgewaaid met de werkdag te beginnen. Of hij dan wel eens naar de weg vroeg, weten we niet.


Jan Hanlo De verloren bestuurder Jan Hanlo baarde in 1952 opzien met het klank- gedicht Oote, dat een Eerste Kamerlid als ‘infantiel gebazel’ wraakte. Die kritiek liet Hanlo koud, want zijn lust en zijn leven was het motorrijden. Voor hem hadden motorfi etsen zelfs een soort ziel en waren het voelende wezens. De verslaving openbaarde zich al op 17-jarige leeftijd toen hij in zijn woonplaats Valkenburg een FN huurde. Twee jaar later bezat de Limburger een zware Indian, vervolgens een antieke grasbaanmotor (Sheffi eld- Henderson) en net voor de oorlog een 125 cc DKW RT. Na de wereldbrand kocht Hanlo een Matchless van de dump om in 1957 zijn eerste Vincent-HRD te bemachtigen. Wat later volgen nog twee super- snelle 1000 cc Black Lightings van hetzelfde merk. Met een exemplaar deed Hanlo in 1965 zelfs mee aan de op Zandvoort gehouden sprintwedstrijden voor motoren. Hanlo verheerlijkte zowel in proza als poëzie de motor en het motorrijden. In De verloren bestuur- der vertelt Hanlo een van de vele grappen die hij vroeger met de motor uithaalde: het ‘bij jezelf ach- terop zitten’. Hij schoof dan op het achterste punt van de dicky seat, legde zijn hoofd op de tank te rusten en deed net of hij in slaap was gevallen. Andere verhalen gaan over het repareren van mo- torfi etsen, zoals de afmattende bezigheid van het inzetten van een ringetje bij de benzinekraan, en over het voortijlen waarbij auto’s ingehaald ‘moe- ten’ worden. Dit laatste noemde Hanlo ironisch ‘het najagen van droomkamers op vier wielen’. De motor werd echter ook zijn dood. Op een zomer- dag in 1969 botste de schrijver-dichter bij een in- haalmanoeuvre tegen een tractor en overleed twee dagen later in het ziekenhuis van Maastricht.


Fervent motard Herman Brusselmans.


Jan Cremer Ik Jan Cremer Dat lot is Jan Cremer gespaard gebleven. In 1964 werd preuts Nederland opgeschrikt door het ver- schijnen van Ik Jan Cremer. ‘De onverbiddelijke bestseller’ stond op de omslag. Een idee van de


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92