This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige Brinke hakte erin’


maar we werden iedere keer tegenge- houden. De Serven hebben Dutchbat nog net niet van de honger laten omkomen.” In 1996 volgde nog een uitzending met IFOR naar Sisava als hoofd van de genie. “Dat was na de Dayton-akkoorden zonder road- blocks. Je kon echt je gang gaan.”


Waterbooreenheid Wolterink was inmiddels bevorderd


10 december, net voor de verjaardag van mijn dochter, was ik terug op verlof. De missie duurde uiteindelijk ruim zes maanden.” Wolterink was commandant van de geniegroep en belast met de ontplooiing in Banja Luka. “We werden ‘gestald’, er ging een hek omheen en we werden gewoon drie weken vastgehouden. Je kon helemaal niks, je voelde je mach- teloos.” Later kwam hij terecht in Santici, waar hij alles van de grond af aan moest opbouwen. Vlak voor zijn vertrek in april 1993 begon de oorlog. “Ik heb nog gezien hoe nabij Vitez die moskee werd opgeblazen. De tv-serie Warriors is erop gebaseerd. Dat was een spannende periode met veel beschietingen.” Van juni tot december 1994 ging hij opnieuw naar Bosnië en kwam terecht in Lukavac. “Dat was ook hef- tig want, we moesten geniemiddelen sturen naar Srebrenica en Potocari,


tot adjudant en specialiseerde zich steeds meer. “Ik had gehoord dat er een waterbooreenheid in Wezep zou worden opgericht, daar heb ik me in 1999 voor aangemeld.” Het zou zijn verdere carrière bepalen en zijn uit- zendingen meer dan verdubbelen. In 2002 mocht hij als eerste comman- dant van de waterbooreenheid in Bosnië naar water boren voor onder meer de brandweer in Bugojno. In 2003 kwam hij na meer dan twin- tig jaar weer terug in Irak om mee te werken aan de ontplooiing voor de mariniers die daar in het kader van de Tweede Golfoorlog naartoe werden uitgezonden. “Op de drie basiskampen hebben we waterputten geslagen. Een hele ervaring om daar onder extreem warme omstandighe- den te opereren.” Hem staan ook de ontmoetingen met Amerikaanse mili- tairen bij, nog in de verkenningsfase. “Die kwam je in As-Samawah tegen, maar die hadden vanaf hun landing in Koeweit acht weken aan een stuk gevochten. Sommigen vertelden dat ze pas na vijftig dagen voor het eerst een douche hadden gezien. Dat kon- den wij ons niet indenken.” Hij kwam op Hemelvaartsdag terug, maar werd onmiddellijk gevraagd om weer terug te gaan op verken- ning. “Dan moet je vertellen dat je met Pinksteren ook niet thuis bent. Dat was geen pretje.” En daar kwam het vooruitzicht van de langere uit- zending in juli nog bij. “Want toen moesten we gaan boren.”


Thuisfront


De eerste uitzending naar Afghani- stan hoefde de waterbooreenheid aanvankelijk niet mee. “Ze maakten


gebruik van lokale mensen, maar door onkunde is de waterbron niet goed ontwikkeld. Dus ik ben in januari 2005 alsnog naar Afghanistan gegaan. Dat was drie weken voor mijn zoon zou trouwen en dan scoor je geen punten thuis. Maar ik had wel veel contact met ze.”


In totaal zou hij tien keer worden uit- gezonden, waaronder vier keer naar Afghanistan. Het contact met het thuisfront werd in de loop der jaren een stuk beter. “In Irak was het nog één keer in de maand drie minuten bellen. Later, vanaf mijn tweede uit- zending naar Irak, kon je onbeperkt e-mailen en chatten.” Hij benadrukt het belang van het thuisfront. “Je krijgt alle aandacht als je thuiskomt, maar je vrouw heeft eigenlijk veel meer meegemaakt. En de kinderen waren soms wel verdrietig, maar ik heb gelukkig niet de indruk dat ze er nu nog last van hebben.” Wolterink promoveerde vanwege zijn vakkennis nog tot officier. Zijn laatste functie was commandant Lokale Facilitaire Dienst (LFD) en kazernecommandant van de Prinses Margrietkazerne in Wezep. Hij kijkt dan ook tevreden terug op een car- rière waarvan hij, ondanks dat hij in totaal meer dan 31 maanden van huis is geweest, geen moment spijt heeft. “Het enige wat ik betreur, is dat ik bij mijn tiende uitzending aanvankelijk geen uitstel kreeg om bij het huwelijk van mijn dochter te zijn. Uiteindelijk moest de Maat- schappelijke Dienst Defensie er aan te pas komen.”


En wat hij ook nooit meer vergeet, is de impact van het sneuvelen van Jos ten Brinke door een bergbom in Uruzgan. “Dat heeft er wel ingehakt. Hij kwam net als ik uit het oosten, dus we spraken elkaars taal. Ik was ook een beetje de opa van de een- heid, dus die jonge gasten kwamen met je praten als zij de volgende dag weer de poort van Kamp Holland uit moesten. Daar had ik veel respect voor.”


JULI-AUGUSTUS 2013


25


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64