This page contains a Flash digital edition of a book.
teruitrusting omdat de legerleiding in Nederland dacht dat er in Korea een (sub)tropisch klimaat, vergelijk- baar met Nederlands-Indië, heerste. Eenmaal aangekomen, kwamen de Nederlanders er echter achter dat het tijdens Koreaanse winters mak- kelijk zo’n graad of 20 vriest. Zeker in de beginperiode vielen er naast de gevechtsslachtoffers dan ook veel Nederlanders met bevriezingsver- schijnselen uit. Veel Nederlandse militairen had- den gevechtservaring opgedaan in Indië, een aantal anderen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze geoefendheid, in combinatie met de enorme verliezen aan westerse kant, leidde ertoe dat het bataljon met open armen en blije spandoeken (The best junglefighters in the world) werd ontvangen en al heel snel na aankomst als onderdeel van de Ame- rikaanse Second ‘Indianhead’ Divi- sion ook werd ingezet. Zo kregen de Nederlanders begin februari 1951 tij- dens een groot offensief van Noord- Koreanen en Chinezen opdracht de terugweg open te houden voor vluchtende Amerikanen. Dat lukte, maar in de buurt van Hoengsong werd de Nederlandse commandopost aangevallen door Chinezen. Daarbij sneuvelden uiteindelijk zeventien Nederlanders, onder wie bataljons- commandant Den Ouden en domi- nee Timens. Telkens opnieuw werden de westerse troepen geconfronteerd met een enorme communistische overmacht. ‘Ging het niet met duizend, dan met tienduizend. Niet met tienduizend, dan met honderdduizend. Ik heb de besneeuwde bergen wel zwart zien worden van de Chinezen. Ze zaten tegenover je op een kale heuvel (…)’, zo verklaarde later oorlogscor- respondent Wim Dussel, ‘(…) en je dacht: dat zijn allemaal boompjes. Tot al die boompjes ineens in bewe- ging kwamen. Ze stuurden eerst een ongewapende golf vooruit om de mijnenvelden op te ruimen. Al die mensen dood en dan volgde de golf die bewapend was. Mensen telden bij hen niet. Tegen vijf uur ’s mor- gens, als we zo moe mogelijk waren, kwamen ze aanstormen. Ze bliezen op hoorntjes om zich aan te kondi- gen. Dan was er een dodelijke angst bij iedereen.’ Wat de westerse troepen op de been hield, was het overwicht in de lucht.


Als aan het eind van de nacht de golven Noord-Koreanen en Chinezen aanvielen, dan leek de situatie vaak hopeloos. Zodra het licht genoeg was om bombardementen uit te voeren, keerden de kansen. Wij bidden om de dageraad is dan ook de veelzeg- gende titel die de Nederlandse officier Willem van der Veer gaf aan zijn boek over de strijd in Korea. Hoengsong zou niet het enige Neder- landse wapenfeit blijken: zo wist een Nederlandse eenheid onder leiding van luitenant Anemaet bij Wonju wederom met zware verliezen de strategisch belangrijke heuvel 325 op de Chinezen te heroveren. Uit- eindelijk stabiliseerde het front zich rond de 38e breedtegraad, de huidige grens tussen Noord en Zuid. De strijd ontwikkelde zich tot een bloedige stellingenoorlog die deed denken aan de Eerste Wereldoorlog. Uiteindelijk eindigde de gewapende strijd in juli 1953 met een wapenstilstand, die voortduurt tot op de dag van van- daag. Triest detail: op de dag voor de wapenstilstand liep een Nederlandse patrouille in een Chinese hinderlaag, waarbij vijf Nederlandse militairen sneuvelden.


Patrouille van Nederlandse militairen in Korea. Balans


Hoewel het zuidelijk deel van ‘het land van de morgenstilte’ voor het Westen behouden bleef, had de oorlog zelf uitsluitend verliezers opgeleverd. In Zuid-Korea had de strijd 450.000 burgerlevens gekost, in Noord-Korea 1,3 miljoen. Naar schatting anderhalf miljoen Noord- Koreaanse en Chinese militairen kwamen om, tegenover een half mil- joen Zuid-Koreaanse geüniformeer- den. De Verenigde Staten hadden 33.600 doden te betreuren, de ove- rige veertien VN-landen circa 3.200. Nederland verloor in deze vonk in de Koude Oorlog als gezegd 123 man, van wie er 116 begraven liggen op het ereveld Tanggok in Pusan. Ruim 460 militairen van het NDVN raakten gewond, een veelvoud van hen kampte nog jarenlang met psy- chische naweeën.


De Nederlandse inzet en offers ble- ven niet onopgemerkt. Zo ontving het bataljon hoge Amerikaanse en Zuid-Koreaanse onderscheidingen. Daarnaast ontvingen luitenant Anemaet, bataljonscommandant Den Ouden en soldaat Ketting Olivier voor hun getoonde moed de


Militaire Willems-Orde (de laatste twee postuum). Ten slotte: de nazorg voor de Korea- gangers was minimaal. Ze hadden vrijwillig gekozen voor Korea en moesten zich na terugkeer in Neder- land maar zien te redden. ‘Voor ons is nooit ene moer gedaan’, aldus Koreaganger R.C. van Wolde. ‘Toen we terugkwamen werden we ontvan- gen als een zootje ongeregeld. Ik liep met mijn vrouw in Groningen en mij werd nageschreeuwd: beroepsmoor- denaar. Er werd ook wel gezegd: wat hadden jullie in Korea te zoeken? Dan stelde ik altijd de tegenvraag: wat hadden de Amerikanen en Cana- dezen in de Tweede Wereldoorlog in Europa te zoeken? Je kunt zeggen: in Zuid-Korea is nog geen democratie. Maar mensen zijn daar wel in de gelegenheid om te demonstreren en te zeggen wat ze willen. Dat hebben wij dan toch maar bereikt. Dan liggen daar toch niet 123 doden voor niks.’


De citaten uit dit artikel komen uit het reformatorisch gezinsblad Terdege van 9 november 1988.


JULI-AUGUSTUS 2013 17


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64