This page contains a Flash digital edition of a book.
A16 bij Rotterdam of de verbreding van de A27 bij Utrecht. Ik ben geen expert als het om de doorstroming van het verkeer gaat, maar wat ik van belang vind, en dat zie ik echt steeds meer in de praktijk terug, is dat meer asfalt niet meer als dé oplossing gezien wordt. Of beter: er wordt niet zomaar een in- frastructureel project aangekondigd, maar gesproken in termen van drei- gende knelpunten. Dat laatste biedt, naast de verbreding of uitbreiding van wegen, de mogelijkheid om naar ande- re oplossingen te kijken. Dat vind ik, en dat klinkt misschien nogal groot maar dat meen ik wel, vooruitgang in onze beschaving.”


Waarom is dat zo belangrijk? “We moeten zuinig zijn op onze leef- omgeving, zeker in Randstad waar al veel claims op de schaarse ruimte be- staan. En het is ook de vraag of we op termijn wel meer en bredere wegen no- dig hebben, ook al blijft het moeilijk om op prognoses af te gaan. Tot voor kort was de gedachte dat sprake was van een ‘opgekropte vraag’ door de crisis en dat de mobiliteit weer sterk toe zou nemen als de economie weer aan zou trekken, maar het Planbureau voor de Leefomgeving maakte onlangs een prognose bekend waarbij het aan- tal huishoudens in de komende twin- tig jaar wel toeneemt, maar vervolgens weer afneemt. Ook nu is al een afname van het autoverkeer rond Amsterdam zichtbaar. Het zijn soms grillige bewe- gingen die ons voortdurend moeten la- ten nadenken of het wel nodig is wat we willen bouwen en of we projecten in gang zetten die we straks helemaal niet nodig hebben.”


Maar hoe kunnen we de toekomst inrichten aan de hand van wisselende prognoses en veranderend mobiliteitsgedrag? “Daar heb ik ook geen eenvoudig ant- woord op, maar wel een visie. Het is daarbij van belang om breder te kij- ken dan de locatie waar we een pro- bleem ervaren of verwachten dat er een dreigt te komen. De mondiale trek naar de stad, het klimaat en de waar- dering voor de omgeving en leefkwa- liteit. Dat zijn wat mij betreft de be-


8 Nr.1 - 2015 OTAR


langrijkste thema´s die in de komende decennia alleen maar urgenter zullen worden en die voortdurend aanwezig moeten zijn als we een probleem wil- len oplossen op lokaal niveau. Dat be- tekent naar mijn idee ook dat het uit- gangspunt moet zijn dat we het doen met de infrastructuur die we al heb- ben en we voorzichtig moeten zijn met beslissingen om nieuwe wegen aan te leggen. Vanwege de kosten, maar ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Het beter benutten van het bestaande netwerk zou voorop moeten staan, iets waar het Ministerie van Infrastructuur en Milieu overigens ook al goed mee bezig is.”


Hoeveel winst is er te behalen op het bestaande netwerk van wegen en openbaar vervoerverbindingen? “Die is beperkt, we zijn in Nederland aan het finetunen, maar tegelijkertijd kan iedere procent een groot verschil maken. Het benutten van de capaciteit buiten de spits is een belangrijk punt. Maar ook het verleiden van automobi- listen om soms voor een ander soort vervoer te kiezen. Om een voorbeeld te geven: de druk op de ringweg van Utrecht – of beter: de U van Utrecht – kan sterk verminderen als het huidi- ge lokale autoverkeer, nu ongeveer 30 procent van alle autobewegingen op de ring, teruggebracht kan worden.”


“En de hele keten van voetganger tot auto zou veel beter op elkaar aan moe- ten sluiten. Daar liggen mogelijkheden om ons vervoer effi ciënter, goedkoper, duurzamer én sneller te maken. De ca- paciteit van het hoofdnet openbaar vervoer is ook al maximaal benut. Daar is niet veel meer te halen. Als tussen Rotterdam en Amsterdam twee treinen uitvallen, dan weet je zeker dat je moet staan tijdens de reis. Overigens zie ik ook wel dat steeds meer mensen bezig zijn om verschillende soorten vervoer tegen elkaar af te wegen. Hun smart- phone staat voortdurend open om de snelste weg van A naar B te bepalen. De auto kan soms de beste keuze zijn, daar ben ik ook niet tegen, maar ik denk dat de fi ets, een oerhollands pro- duct, nog een duwtje in de rug kan ge- bruiken. Ook als het om woon-werk-


verkeer gaat. En daar zou de overheid nog meer stappen in kunnen nemen.”


Vindt u echt dat de fi ets zo’n belangrijke rol kan spelen? “Ik denk inderdaad dat de fi ets onder- schat wordt. Vanuit het door de over- heid gepropageerde belang van ge- zondheid is het niet meer dan logisch dat er meer aandacht komt voor de fiets en bijbehorende infrastructuur. Maar ook vanuit economisch oogpunt. Voor economisch sterke steden is het van belang dat mensen snel en soepel met elkaar in contact kunnen komen, dat is het hele idee achter de creatie- ve stad. De fiets speelt een belang- rijke rol om nabijheid en dus ontmoe- ting mogelijk te maken. Wat mij betreft gaat de overheid het fi etsgebruik veel nadrukkelijker en langdurig stimuleren. Dat betekent ook dat het stallingen- probleem rond stations wat genereu- zer aangepakt mag worden.”


Vervoersmiddelen afwisselen en het stimuleren van de fi ets, heel innovatief klinkt dat nog niet. In hoeverre gaat nieuwe technologie onze mobiliteit bepalen denkt u?


“Ik denk ook dat we vooral hetgeen we al hebben verder moeten optimalise- ren. Of dat nu het vervoersmiddel is of de infrastructuur. Maar nieuwe techno- logie zal zeker van groter belang wor- den. Ik noemde al de smartphone die steeds meer ons mobiliteitsgedrag be- paalt, maar de zelfrijdende auto bij- voorbeeld is een kwestie van tijd. Die gaat komen. Maar iedere nieuwe ont- wikkeling brengt ook onvoorziene ne- veneffecten met zich mee.


Als we ons in zelfrijdende auto’s be- wegen, dan kan dat op zo´n effi ciënte manier dat we geen fi les meer hebben, is de gedachte. Maar is dat wel zo? Ik sprak onlangs iemand die daar onder-


Rients Dijkstra is spreker op de Nationale Conferentie Beheer en Onderhoud van Infrastructuur die wordt gehouden op 18 en 19 maart. Meer informatie:


www.bouw-instituut.nl/infra


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54