This page contains a Flash digital edition of a book.
Rients Dijkstra geeft als Rijksadviseur Infrastructuur en Stad gevraagd en ongevraagd ad- vies over de manier waarop we verkeersstromen op een betere manier in ons stedelijke land- schap kunnen inpassen. “Ruimtelijke kwaliteit legt het ten opzichte van veiligheid nog te vaak af.”


Tekst: Joost Zonneveld


Wie denkt dat architecten en steden- bouwkundigen alleen in termen van vormgeving denken, komt bij Rients Dijkstra bedrogen uit. Sinds 2012 ‘be- moeit’ hij zich in opdracht van het mi- nisterie van Infrastructuur en Milieu met vooral grote infrastructurele projecten in het land. En dan met name in de Rand- stad, waar een goede balans tussen een prettige leefomgeving en mobiliteit vaak een uitdaging is. En daarbij gaat het na- tuurlijk over de ruimtelijke inpassing van tunnels en viaducten, maar net zo goed over innovatie en trends, over duurzame mobiliteit, menselijk gedrag en integraal werken.


Wat is uw rol bij infrastructurele projecten?


“Als Rijksadviseur kan ik denk ik van net iets meer afstand naar een project kij- ken dan de mensen die daar dagelijks mee bezig zijn. Ik probeer dan ook vra- gen te stellen en thema´s te benoemen die soms wellicht over het hoofd ge- zien worden. Bovendien kan ik ervaring uit andere projecten inbrengen. Op dit moment zit ik bijvoorbeeld in vier kwa- liteitsteams van grote infrastructurele projecten. De kennis die in het ene pro- ject wordt opgedaan, kan van pas ko- men in het andere.”


Want kennis wordt te weinig gedeeld?


“Dat valt mij inderdaad wel op, ja. Er zijn mensen die heel veel ervaring hebben, maar die kennis te weinig delen met an- dere partijen. Soms is het niveauver- schil binnen één projectteam daardoor erg groot. Dat zou ik graag anders zien. Uiteindelijk zijn we allemaal gebaat bij de beste inpassing van infrastructuur in ons land. En in steden waar de leefbaar-


heid sneller onder druk komt te staan, geldt dat des te meer.”


Vindt u dat de inpassing van infrastructuur nu te wensen overlaat? “In veel projecten komen ergens in het proces veiligheid en ruimtelijke kwali- teit tegenover elkaar te staan. Heel vaak legt de ruimtelijke kwaliteit het dan af. Het argument is dan dat er nu eenmaal eisen zijn op het gebied van veiligheid. Dat krijgt dan de voorkeur, terwijl het vaak niet zo zwart-wit is als wordt voor- gesteld. Ik vraag mij dan af in hoever- re een paar procent minder veiligheid in verhouding staat tot een betere inpas- sing van een tunnel of spoortraject in het landschap. Het spelen van de veilig- heidskaart is vaak een teken van onwil en in dat soort situaties hoop ik een rol te spelen. Uit mijn eigen praktijk weet ik ook dat het anders kan, maar eerst moet de wil er zijn. Zonder dat ik hier namen van projecten wil noemen, vind ik het hoopgevend dat ik ook heel goe- de voorbeelden zie.”


U bepleit een integraal ontwerpproces. U bent niet de eerste, waarom blijkt dat vaak zo ingewikkeld te zijn? “Als je een bouwpakket krijgt zonder handleiding, dan moet je al werkende leren hoe je dat in elkaar zet en zijn er vaak te veel mogelijke verbanden om het geheel goed te overzien. De neiging ontstaat dan al snel om op één onder- deel te focussen. Grote infrastructure- le projecten zijn vaak uniek, waardoor de ervaring ontbreekt. Maar ik vind ook dat de beschikbare kennis beter ge- deeld moet worden. Er heerst te vaak de angst om toe te geven dat iets niet


of niet goed genoeg gelukt is. Ik pleit er- voor om in de voorbereiding van grote projecten een paar succesvolle en min- der geslaagde voorbeelden te analyse- ren. En, ook heel belangrijk, is dat pro- jectteams interdisciplinair zijn en dat dus mensen van verschillende pluimage aangehaakt zijn. Ik ben er van overtuigd dat dat de kwaliteit ten goede komt.”


Steden zijn van vitaal belang voor onze economie. Bereikbaarheid is daarom essentieel. Is die voldoende op orde in Nederland? “Dat is in algemene zin een moeilijk te beantwoorden vraag, maar als ik er van een afstand naar kijk, bedenk wat ik daar over lees en van anderen hoor, wat mijn eigen ervaringen zijn en als ik naga wat buitenlanders over Nederland zeg- gen, dan denk ik dat we het niet slecht doen. Maar daar wil ik meteen een paar kanttekeningen bij maken. Als we een hoog niveau van bereikbaarheid be- langrijk vinden, dan is dat iets waar we voortdurend over moeten blijven naden- ken en aan blijven werken. En we moe- ten daarbij natuurlijk altijd een fi nanciële afweging blijven maken ten aanzien van andere maatschappelijke wensen.”


U heeft eerder te kennen gegeven dat we vooral beter gebruik moeten maken van wat er al aan infrastructuur in Nederland is. Toch is er in de laatste jaren veel asfalt bij gekomen.


“Op een aantal plekken in Nederland is inderdaad een inhaalslag gemaakt met grote wegprojecten en dat is in re- latief korte tijd gebeurd of in gang ge- zet. Denk maar aan de verbinding A13-


Nr.1 - 2015 OTAR OTAR Nr.1 - 2015 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54