This page contains a Flash digital edition of a book.
voorbeeld van publiek-private samen- werking – in dit geval ook een DBFM- constructie – in Nederland.


Programma Sluizen Keersluis Limmel is onderdeel van het programma Maasroute, dat het scheep- vaartverkeer met Frankrijk, België en Duitsland wil verbeteren. Het sluizen- complex valt tevens binnen het pro- gramma Sluizen van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat voorzag enkele jaren geleden dat een groot aantal sluizen in Nederland in het komende decenni- um aan renovatie, uitbreiding of vervan- ging toe is. Behalve de keersluis Limmel zijn dat onder meer het Sluizencomplex IJmuiden, waar een grotere zeesluis bij moet komen, de Beatrixsluis in het Lek- kanaal ,waar een derde kolk en een ka- naalverbreding moet worden voorzien, de sluis Eefde en de spui- en schutslui- zen in de Afsluitdijk. Ook de bouw van een nieuwe grote sluis binnen het be- staande sluizencomplex Terneuzen be- hoort tot de werkzaamheden.


Niet één op één


Een traditionele aanpak met zes aparte projectteams bleek al snel onhaalbaar te zijn. Daarom besloot Rijkswaterstaat het geheel onder te brengen in één sluizen- programma, waarbinnen de afzonder- lijke projecten geïntegreerd worden op- gepakt. Het was Rijkswaterstaat daarbij wel duidelijk dat de PPS-toepassing op land niet één op één kon worden ver- taald naar natte kunstwerken als slui- zen en keersluizen. Alleen al de risico- beheersing in de natte sector is van een geheel andere aard dan op land. Boven-


dien gaat het er om een combinatie van veel meer functies.


Integrale werkwijze Vonck: “Het algemene doel van het sluizenprogramma is het deskundig en zorgvuldig aanbesteden van deze zes sluisprojecten, zodat ze tijdig in gebruik genomen kunnen worden. DBFM was daarbij een aantrekkelijke optie vanwe- ge de complexe uitdaging en de enor- me bedragen die ermee gemoeid zijn. We moesten streven naar een integra- le werkwijze waarmee wij niet alleen de samenwerking met de markt naar een hoger plan tillen, maar waarbij ook het gebruik van slimme en duurzame oplos- singen wordt gestimuleerd, zoveel had- den we wel geleerd van de ervaring op het land. Tegelijkertijd was het duide- lijk dat we dit niet een-twee-drie zou- den klaren. Zowel Rijkswaterstaat als de markt ontbrak het aan ervaring wat de natte sector betreft.” De Koning van BE- SIX vult aan: “Wat Rijkswaterstaat goed heeft gedaan, is gebruik te maken van de DBFM-standaard die zij in de loop der jaren ‘op het droge’ heeft ontwik- keld. Voor het project keersluis Limmel is het aantal wijzigingen in die standaard tot een minimum beperkt. Dat geeft bij- voorbeeld voor onze adviseurs die de contracten doorspitten op risico’s voor de fi nanciers, een stuk minder werk.”


Kleinste project Na intern beraad, en na consultatie van marktpartijen - waarmee via een speci- aal sluizenplatform met enige regelmaat bijeenkomsten worden gehouden om over allerhande zaken rond PPS-pro-


WE WILLEN ALS PARTNERS OPTREKKEN, SAMEN


LEREN VANUIT OPENHEID, TRANSPARANTIE EN EERLIJKHEID.


jecten te brainstormen - koos Rijkswa- terstaat ervoor om het project keersluis Limmel als eerste natte DBFM-contract in de markt te zetten. Vonck: “Limmel is ten opzichte van de andere projec- ten binnen het Programma Sluizen het kleinst in omvang. De kosten voor de werkzaamheden werden rond de 60 mil- joen euro geschat. Dat is normaal ge- sproken de ondergrens die voor DBFM- contracten geldt. Extra uitgangspunt was dit project als een ‘leertraject’ aan te merken. Zowel Rijkswaterstaat als marktpartijen zouden hier met de ken- nis die zij al op het droge hadden op- gedaan, verder kunnen zoeken naar de meest gewenste DBFM-vorm voor de natte sector. Het gaat erom dat je elkaars doelen en belangen beter leert snappen om uiteindelijk tot het beste re- sultaat te komen.”


Zo werd Keersluis Limmel gekozen. Daarbij werd voor lief genomen dat dit project extra voorbereidingstijd zou ver- gen om zorgvuldige afwegingen en ver- taalslagen te kunnen maken. “Maar alle ervaring die daarbij wordt opgedaan en lessen die wij daarbij leren, kunnen ver- volgens worden ingezet bij de realisatie van het hierop volgende sluizenproject en zo verder. Dat is de gedachte”, aldus Vonck.


Als partners De programmadirecteur onderscheidt drie belangrijke aspecten die een cen- trale rol spelen binnen het aanbeste- dingstraject. Het eerste is de nieuwe werkwijze vanuit de eerder ontwikkel- de beleidslijn voor complexe en dure projecten: PPS-constructies, waarbij marktpartijen ook een bepaalde ver- antwoordelijkheid dragen. Het twee- de aspect is de marktrelatie, of zoals Vonck het zelf noemt, de filosofie van een open, eerlijke en transparante re- latie tussen Rijkswaterstaat en markt- partijen. Vonck: “En dit het liefst aan de ‘voorkant’. Laten we maar gewoon be- noemen wat er aan de hand is en van


Nr.1 - 2015 OTAR O Nr.1 - 2015TAR 31


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54