This page contains a Flash digital edition of a book.
set snel weer operationeel of bruikbaar was (curatief en cor- rectief onderhoud). De snelle ontwikkeling van de industriële productie en de aanleg van transportinfrastructuur in de jaren zestig zorgde ervoor dat de negatieve invloeden van deze niet te plannen onderhoudsaanpak op de beschikbaarheid van as- sets toenam. Het buitenbedrijf stellen van productie-installa- ties en transportinfrastructuur kost immers geld en levert on- tevreden klanten op, vooral als dat onaangekondigd gebeurt.


Toestands- en gebruiksafhankelijk onderhoud waren hierop het antwoord. Op basis van periodieke inspecties werd de technische conditie van de asset vastgesteld, waardoor beter gepland kon worden wanneer de onderhoudsdienst of aan- nemer daaraan ging werken. Ook het in de planning meene- men van de mate waarin van een asset gebruikgemaakt werd en de onderhoudsgeschiedenis daarvan, hebben bijgedragen aan een betere voorspelbaarheid van technisch onderhoud.


Uitbesteden onderhoudsactiviteiten Vanaf begin jaren negentig gingen bedrijven in de indus- trie over tot het uitbesteden van onderhoudsactiviteiten aan marktpartijen die zich daarin gespecialiseerd hadden. De uit- bestedende organisatie kon zich hierdoor volledig concentre- ren op haar kerntaken. Door de privatisering van overheidsbe- drijven zou het uitbestedingsproces zich ook daar voltrekken. Deze bedrijven moesten zich gaan verdiepen in hun nieuwe rol van opdrachtgever en hun samenwerking met conctrac- tors of aannemers.


Inmiddels wordt allang ingezien dat onderhoud niet alleen een kostenpost is voor de organisatie, maar ook een positie- ve bijdrage kan leveren aan en vaak onontbeerlijk is voor ver- betering van productie en dienstverlening. Onder meer door het, op basis van een goede informatievoorziening, preven- tief uit te voeren in goede samenwerking tussen opdracht- gever en opdrachtnemer. Onderhoud is zowel in de infra- als industriële sector een volwaardig onderdeel van de bedrijfsvoering geworden.


H


et onderhoud aan transportinfrastructuur is de afge- lopen zestig jaar veranderd van een storende ingreep tot een volwaardige bedrijfsfunctie voor het garan-


deren van beschikbaarheid en instandhouding van die infra- structuur. Maar het kan kosteneffi ciënter, door onderhoud in- tegraal op te nemen in een beheersysteem voor de fysieke bezittingen (assets) van de organisatie. Daarom heeft asset- management de laatste jaren sterk aan belangstelling gewon- nen.


Noodzakellijk kwaad In de jaren vijftig werd onderhoud aan technische installaties en bouwwerken nog gezien als een noodzakelijk kwaad. Als iets stuk ging of niet meer goed functioneerde, moest het ge- repareerd of gecorrigeerd worden zodat de betreffende as-


Professioneel opdrachtgeverschap Eind jaren negentig kwam de opdrachtgever-opdrachtne- mersrelatie in bouw- en onderhoudsprojecten in de infra- sector ter discussie te staan. Een relatie die werd gekenmerkt door de strakke regie en gedetailleerde aanbestedingen van Rijkswaterstaat. Het onderhoud aan de autowegen, vaarwe- gen en kunstwerken die Rijkswaterstaat beheert, zou beter en effi ciënter kunnen als de dienst meer gebruik zou maken van de kennis en expertise in de markt.


In 2002 werd Rijkswaterstaat door het toenmalige ministe- rie van Verkeer en Waterstaat opgeroepen om aannemers bij de aanbesteding van onderhoudsprojecten en -werkzaamhe- den meer ruimte te geven voor hun inbreng in het project. Dat gebeurde onder het motto: ‘minder overheid, meer markt en meer samenleving’. Aannemers hebben in veel gevallen vaak meer kennis en expertise op de vakgebieden waarin zich in in- fraprojecten vraagstukken voordoen. Die nieuwe samenwer-


Nr.1 - 2015 OTAR OTAR Nr.1 - 2015 19


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54