This page contains a Flash digital edition of a book.
sectoraal veel kunt leren’, had iedereen zoiets van ‘dat zijn totaal verschillende bedrijven’. Drinkwater is echt iets an- ders dan een weg onderhouden of gas- leiding beheren. Wij geloofden er toen toch in. Als je maar een bepaald ab- stractieniveau kiest, zie je dat je wel de- gelijk door dezelfde principes heengaat. Nu, tien jaar later, zeggen die organisa- ties ‘we moeten wat met elkaar’ en ‘wat jammer dat we dat niet eerder hebben gedaan’. Ik zie dat als een bewijs dat we in die tien jaar hebben laten zien dat daar echt meerwaarde in zit.”


Ook meldt Schueler trots dat er door NGInfra zo’n 80 proefschriften zijn op- geleverd in de afgelopen tien jaar. “Dan kun je smalend zeggen ‘die staan in de kast’ en dat is ook vaak zo, maar het zijn wel 80 mensen die zijn opgeleid vanuit een bepaalde manier van denken. Zij gaan de maatschappij in en vinden banen waarin ze de opgebouwde kennis verspreiden. Daardoor kijken veel meer mensen en organisaties toch op een an- dere manier naar infrastructuur dan we vroeger hebben gedaan. Dat is nog een waardevol effect van kennis en het net- werk dat ze tijdens het onderzoeks- en schrijfproces hebben opgebouwd.


Gaming en simulatie “En waar we een mooie rol in hebben gespeeld is de ontwikkeling van simu- laties en gaming”, stelt Schueler. Ze legt uit dat games en simulaties niet het- zelfde zijn, maar wel vaak in elkaars verlengde liggen. Vijf jaar geleden was gaming volgens haar iets waarvan een paar mensen dachten ‘daar zit wel iets


in’, maar dat door het gros niet seri- eus werd genomen. “Omdat er bij ons veel onderzoek is gedaan hoe je ga- ming kunt inzetten als beleidsgereed- schap, bied je daarmee wel een weten- schappelijke basis om het echt serieus te nemen binnen de organisatie. En we hebben de waarde ervan bij een aan- tal bedrijven vervolgens echt kunnen aantonen. Dat schept vertrouwen in de waarde van serious gaming en simula- tiemodellen.”


Samen gamen Volgens Schuler is het leukste deel van het traject het samen maken van de game. “Je gaat dan praten over wat nu echt het belangrijkste knelpunt is en wie de belangrijkste spelers zijn. Door dat proces met de wetenschappers en praktijkmensen in te gaan, heb je al een deel van de winst.” Als voorbeeld noemt ze een game bij ProRail waarmee is on- derzocht wat de mogelijkheden zijn voor een flexibele opening van een brug. In de dienstregeling is de brugopening standaard ingeboekt, maar in de zo- mer is er veel meer scheepvaart dan in de winter. “Hij stond dus ook ingepland als het niet echt nodig was, want het stond zo in de dienstregeling.” De vraag van ProRail was of dat niet meer in af- stemming kon met de machinist, ver- keersdienstleider en de brugwachter. En ProRail wilde 50 procent meer treinen op het spoor. Eerst is de huidige situ- atie gesimuleerd en daarna zijn andere scenario’s nagespeeld. “Het antwoord was, dat het onder bepaalde voorwaar- den zou kunnen, maar wat veel leuker was,” stelt Schueler, “is dat er een dia-


‘PARTNERS WILLEN DUIDELIJKER


RESULTAAT ZIEN


VAN HETGEEN ZIJ BIJ DE WETENSCHAP NEERLEGGEN’


loog ontstond over innovatie, die daar- voor veel moeizamer verliep. Door dat spel met elkaar te spelen, kwamen in- eens allemaal andere ideeën op.”


Niet meer op onderbuikgevoel Schueler verwacht dat simulatiemo- dellen en gaming in de toekomst een steeds grotere rol zullen gaan spelen. “Er is zo veel meer mogelijk. De re- kencapaciteit neemt natuurlijk toe met steeds betere computers. Maar ook de complexiteit van zaken neemt dusda- nig toe in onze maatschappij, door frag- mentatie van betrokken partijen, waar- densystemen en innovaties. Hoe kun je nou goede beslissingen nemen? Er zijn zoveel onzekerheden. Dan gebeurt er toch nog heel veel op onderbuikge- voel of globale inschattingen op basis van ervaring. Als je in staat bent om met simulatiemodellen meerdere scenario’s door te rekenen en naast elkaar te leg- gen en te kijken waar je kracht of zwak- tes zitten en het daar met elkaar goed over te hebben, dan verrijkt dat de dia- loog enorm. Het geeft beter gereed- schap om naar de toekomst te kijken. Je krijgt dan betere besluitvormingspro- cessen. Ik geloof dus echt dat het meer zal gaan gebeuren.”


Nr.5 - 2014 OTAR O Nr.5 - 2014TAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48