This page contains a Flash digital edition of a book.
NGInfra heeft de afgelopen tien jaar onderzoek gedaan met als doel netwerkgebonden infrastructuren te verbeteren. Serious gaming en simulatiemodellen zijn hierbij van groot belang. Naast kennisontwikkeling is intensievere samenwerking tussen infrabeheerders volgens Judith Schueler, managing director van NGInfra, belangrijk. “De komende jaren willen we vooral daar in investeren.” Tekst: Astrid Melger


N


ext Generation Infrastructures (NGInfra) is in 2004 gestart als kennisprogramma om netwerk-


gebonden infrastructuren in Nederland te verbeteren door wetenschappelij- ke kennis op te bouwen. Onderzoekers werken samen met mensen uit het be- drijfsleven, de overheid en infrabeheer om de complexiteit van de infraprak- tijk hanteerbaar te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld met handelingsperspec- tieven, simulatiemodellen en serious games.


Nog tien jaar


NGInfra is indertijd gestart als Bsik-pro- gramma. Bsik staat voor ‘Besluit subsi- dies investeringen kennisinfrastructuur’ en was een breed opgezet stimulerings- programma voor onderzoek. Destijds was er in totaal 802 miljoen euro be- schikbaar om hoogwaardige kenniseco- nomie te stimuleren, waarvan 20 miljoen voor NGInfra. Uiteindelijk leverde dit een programma op van 40 miljoen omdat er 50 procent contra-fi nanciering tegenaan moest worden gezet. In totaal zijn 37 projecten gehonoreerd. Gelukkig is er goed nieuws, want in mei tekenden vijf grote infrabeheerders - Rijkswaterstaat, Alliander, ProRail, Havenbedrijf Rotter- dam en drinkwaterbedrijf Vitens - en de TU Delft een samenwerkingsovereen- komst om met NGInfra door te gaan.


Meer invloed Judith Schueler, managing director van NGInfra is blij met deze ontwikkeling. “Want we geloven dat de vraagstuk- ken rond infrastructuur alleen maar gro-


ter zijn geworden. Dus nu hebben het voor elkaar dat we met een aantal infra- beheerders - en we hopen dat die club groeit - door kunnen.” Wel krijgen de or- ganisaties die het vervolg mogelijk ma- ken in de nieuwe situatie meer invloed. “De partners willen veel duidelijker re- sultaat zien van hetgeen zij bij de weten- schap neerleggen. Ze willen zelf meer aan de knoppen zitten en de vraag uit- zetten.”


Meer samenwerken Schueler gelooft in intensievere samen- werking, maar ziet dat nog te weinig ge- beuren. “Je ziet dat ProRail en Rijkswa- terstaat wel dingen samen doen, maar weer niet met een Alliander, als gasleve- rancier, of Vitens, als drinkwaterbedrijf. Dat zijn echt totaal verschillende gebie- den. Ze kennen elkaar onvoldoende. Het idee is de komende jaren vooral te inves- teren in het elkaar leren kennen en sa- menwerking. En dan toe te werken naar weer een intensief kennisprogramma.”


Schueler heeft geen bezwaar tegen de ontwikkeling dat de partners meer in- vloed krijgen. “Maar daarmee wil ik niet zeggen dat je niet ook zelf onderzoeks- lijnen moet kunnen initiëren vanuit we- tenschappelijke perspectief. We hebben de afgelopen jaren heel nauw samenge- werkt met het Havenbedrijf Rotterdam en Alliander. Voor zowel het bedrijf als voor de onderzoeker is het ontzettend leuk om intensiever met elkaar om te gaan en uiteindelijk haal je er veel meer uit, zowel de wetenschapper als de ex- pert uit de praktijk.”


Vragen voorbij de horizon Voor Schueler is het samen - weten- schapper en mensen uit de praktijk - onderzoek doen heel essentieel. “De mensen van Havenbedrijf Rotterdam gingen daardoor nadenken over waar de issues nou echt lagen, vragen die iets voorbij de horizon lagen van waar ze dagelijks mee te maken hebben. Een wetenschapper kan helpen om de zaken net even in een iets ander per- spectief te zetten.” Ook zijn er projec- ten met Rijkswaterstaat uitgevoerd. Bij- voorbeeld de totstandkoming van het Asset Managementplatform. Schueler: “Dat is echt een groot succes geweest, waarvan nu wordt gezegd: ‘dat type on- derzoek en die type uitwisseling tussen kennis en praktijk willen we in het nieu- we NGInfra voortzetten’.”


Veranderingen Wanneer Schueler terugkijkt op de afge- lopen tien jaar, zijn er een aantal dingen die haar opvallen. Ten eerste is de illusie dat er ooit weer rust komt in de infrawe- reld volgens haar weg. “In 2004 waren er vraagstukken op het gebied van bij- voorbeeld liberalisering. Je had net de splitsing van ProRail en NS en het was heel erg spannend of marktwerking zou gaan lukken. Het beeld was dat het na die hobbel allemaal goedkoper en ef- ficiënter zou worden, dat de rust dan weer zou komen, maar bleek niet zo te zijn. Daarom kunnen we beter om leren gaan met die reuring, en incidenten en de veranderende leefomgeving als on- derdeel van het proces maken. Organi- saties moeten meebewegen.”


Nr.5 - 2014 OTAR O Nr.5 - 2014TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48