This page contains a Flash digital edition of a book.
veteranen anders?


die de Nederlandse krijgsmacht heeft. Alleen Niels Roe- len en Martien van der Heijden zijn in vaste dienst, alle andere schrijvers zijn reservist. Maar dat valt wel te ver- klaren met een fenomeen dat in alle landen zichtbaar is, namelijk dat uitzonderlijk veel van de militaire schrijvers (en reservisten) individueel uitgezonden zijn. Het lijkt erop dat militairen die niet met hun eigen eenheid op uitzending zijn geweest sneller de neiging hebben om een boek over hun ervaringen te schrijven. En dat is natuurlijk niet zo gek, want zij hebben veel minder andere uitlaat- kleppen om hun ervaringen te delen. Uit Pools onderzoek blijkt dat soldaten het liefst en het meest met andere sol- daten praten over hun ervaringen, maar juist die collega’s die hetzelfde hebben meegemaakt op uitzending ontbre- ken voor individueel uitgezonden soldaten.


Schrijfmotieven Dat wil overigens niet zeggen dat militaire schrijvers dat


zelf ook als belangrijkste reden om te gaan schrijven aan- geven. Als je kijkt naar de redenen die ze in hun eigen boeken geven waarom ze schrijven (zie figuur 2), dan valt op dat militairen in alle landen weinig praten over hoe het schrijven van hun boek hem of haar zelf heeft gehol- pen. In Nederland geeft niemand dat als schrijfmotivatie. Het helpen van anderen is echter zowel in Nederland als in andere landen wel een belangrijk schrijfmotief. Braat begint bijvoorbeeld het nawoord van Consultant in het groen als volgt: ‘Dit boek afsluiten zonder geleerde lessen (lessons learned) zou een gemiste kans zijn.’ Ook het teweegbrengen van een verandering is belangrijk voor militaire schrijvers, bijvoorbeeld door hun lezers iets nieuws te leren. Bielleman begint Een reservist in Uruzgan met: ‘Dit verhaal probeert vooral die zaken die het nieuws niet halen, eens onder aandacht te brengen. Maar ook wat meer te vertellen over de dagelijkse pro- blemen die onze mannen en vrouwen die daar werken tegenkomen.’ Wat heel erg opvallend is, is dat geen van de Nederlandse schrijvers rept over dat ze meer erkenning willen, voor zichzelf of voor anderen. Geen van de Nederlandse boe- ken heeft bijvoorbeeld een dodenlijst of een lijst met gedecoreerden achterin het boek, iets wat in alle andere landen wel voorkomt. Ook wordt er in de voor- en nawoorden van de Nederlandse boeken niet geklaagd over gebrek aan erkenning, zoals bijvoorbeeld de Engelse auteur van Task Force Helmand, Doug Beattie, wel doet: ‘Many of these brave soldiers have drifted off into obscurity, their exploits never to be recognized by anyone other than friends and family.’ Of gebrek aan erkenning als schrijfmotief wordt opgevoerd door schrijvers, hangt heel erg samen met de vraag of er voldoende aandacht in een land is voor de missie. Voor Afghanistan was die aandacht er in Nederland absoluut, terwijl die er in de


Luitenant-kolonel Esmeralda Kleinreesink is universitair docent Defensie Economie aan de Nederlandse Defensie Acade- mie, waar ze ook proefschrift- onderzoek doet naar militaire autobiografieën over Afghani- stan uit vijf verschillende landen. Ze is auteur van de Afghanistan- autobiografie Officier in Afghanistan (Meulenhoff, 2012) en heeft meegeschreven aan militaire bloemlezingen als Task Force Uruzgan (Meulenhoff, 2009) en We missen een man (Kerckebosch, 2012).


Figuur 1: Uitgeefmethode van militaire Afghanistanautobiografieën in vijf landen


Militaire boekenmarkt


100% 80% 60% 40% 20% 0%


Zelf uitgeven


Nederland VS Duitsland Canada Engeland Via uitgever


Figuur 2: Schrijfmotieven die militaire schrijvers in hun boeken noemen Zelf helpen


Anderen helpen Verandering Erkenning Geen


Nederland


0% 20% 40% 60% 80% 100% Andere landen


SEPTEMBER 2013 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64