This page contains a Flash digital edition of a book.
INTERVIEW MET BOSNIËVETERAAN EN VVD-TWEEDE KAMERLID ANNE MULDER ‘Je moet een milde boosheid


Tweede Kamerlid Anne Mulder weet als geen ander hoe het is om als militair op missie door politici in de steek te wor- den gelaten. Hij werd als dienstplichtig militair van Dutchbat 3 geconfronteerd met de val van Srebrenica en de daar- opvolgende massamoord op duizenden Moslims. De bekende nasleep waarin militairen vanuit hun heldenrol in de beklaagdenbank terechtkwamen en het trauma dat hij op bleek te hebben gelopen, vormen belangrijke drijfveren voor zijn politieke carrière.


Door: Fred Lardenoye M


studie economie zijn dienstplicht zou gaan vervullen. “Toen ik in september 1994 voor mijn nummer opkwam in Ede moest ik alleen nog mijn scriptie schrijven. Een week voordat ik naar Bosnië ging, heb ik die ingeleverd.”


idden in een veel- belovende carrière kreeg oud-Dutchbatter Anne Mulder (43)


een zware inzinking vanwege zijn uitzending. “Ik werkte net als frac- tiemedewerker voor de VVD. De parlementaire enquêtecommissie over Srebrenica was bezig, er werden allemaal mensen die ik goed kende verhoord. Ik liep hier door de gangen van het Tweede Kamergebouw en in één keer kwam alles terug. Ik kon niet meer slapen, moest vaak huilen, kreeg herbelevingen en angsten.” De huisarts schreef kalmeringsmid- delen voor en stuurde hem naar een psycholoog. “Dat kwam hard bin- nen. Tot die tijd was ik nooit ziek geweest. Mijn carrière liep goed, ik was in de gemeenteraad actief en in één keer was ik terug bij af. Bij de psychologe was het heel confronte- rend. Zij zei na drie sessies: ‘Ik heb hier een handboek met de indicato- ren voor PTSS en je scoort op bijna alle punten.’”


Bosnië Voor de nog jonge Mulder was er


geen twijfel over dat hij na zijn 24 JUNI 2013


Dat hij op uitzending zou gaan, stond voor dienstplichtig soldaat Mulder vast. “Ik dacht: als ik toch in dienst moet, dan wil ik ook naar Bosnië. Mijn eerste aanvraag ging echter niet goed, want ik kwam bij de inlich- tingendienst terecht.” Maar hij bleef proberen en uiteindelijk werd hij na een psychische keuring toch voor uitzending opgeleid. Het bracht hem bij de verbindingen en dat bleek ook zijn ticket naar het 13e bataljon van de Luchtmobiele Brigade dat als Dutchbat 3 in Srebrenica zou gaan opereren. Hij belde de destijds bekende generaal Berkhof, waar hij nog college van had gehad, om te zeggen dat hij op uitzending ging. “Hij zei: ‘Waar naartoe? Srebrenica? Kansloos!’ Dat bleek een vooruit- ziende blik.”


Zelf merkte hij al snel dat Dutchbat met zijn uitgeklede middelen wei- nig in te brengen had. “Het begon al in Zagreb. De bus werd helemaal volgestouwd met medicamenten, ze hadden gewoon de banken openge- sneden om ze mee te smokkelen. Ik dacht: dat is toch wel gek, wij zijn van de VN, wij zijn toch de baas?” De aankomst in de enclave voedde zijn slechte gevoel. “Je komt in een dal met op die bergen de Servische artillerie. Je hoefde echt geen Napo- leon te zijn om te weten dat dit een kansloze zaak zou worden als het op vechten aan zou komen.”


Raviv van Renssen


Samen met zeven dienstplichtigen en twee beroepssergeanten bevolkte hij het communicatiecentrum (com- cen) op de compound in Potocari. Door zijn functie wist hij al gauw hoe slecht Dutchbat ervoor stond. “We werden steeds verder afgekne- pen. Bij ons hing een bord met aan- gevraagde konvooien, dat ging naar


nul. Karremans stuurde een fax naar Den Haag. Daar stond in: het gaat hier niet goed, het eten deugt niet, de moraal gaat omlaag, het materiaal is aan het roesten en er is geen diesel meer.”


Mulder weet zich nog precies te herinneren hoe de echte schermut- selingen begonnen.“Ik was net mijn moeder aan het bellen. Dat mocht eigenlijk niet, maar in het comcen kon dat. Op dat moment werd de enclave onder vuur genomen met granaten. Ik hoorde de inslagen en zei: ‘Ik ga nu ophangen, want deze lijn gaat heel drukbezet worden.’” Zijn moeder sprak hij daarna twee weken niet meer. “Ze is in die tijd 15 kilo afgevallen.”


De aanval van Servische milities op het zuidelijke deel van de enclave en de daar gelegen observatieposten (OP’s) van Dutchbat 3 was ingezet. De dood van Raviv van Renssen staat hem nog bij. “Ik zat net op het com- cen en toen moest er gelijk een medi- sche evacuatie per helikopter aange- vraagd worden bij de Noren omdat we een zwaargewonde hadden. Toen ik bezig was met het bericht te versturen, kreeg ik te horen: ‘Anne, het hoeft niet meer, hij is overleden.’ Toen sloeg de stemming in het batal- jon om. Maar veel tijd om na te den- ken, was er niet. Hij werd in een kist neergelegd met een vlag eroverheen, maar ondertussen werden andere OP’s onder de voet gelopen.”


Geen luchtsteun


Het comcen werd verplaatst naar een kleine bunker. “Daar zaten we met majoor Franken en overste Kar- remans. Ik hoorde Franken zeggen: ‘Vanaf nu wordt het een groene operatie.’ De Bravo Compagnie van kapitein Jelte Groen moest in een blocking positie gaan staan. Toen besefte ik dat het menens werd. Maar ook daar dacht je niet te veel over na, want je wilt maar één ding: dat als die overste de telefoon nodig heeft, dat ding het doet.”


Hij was erbij toen overste Karre- mans vergeefs luchtsteun aanvroeg.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64