This page contains a Flash digital edition of a book.
Consequenties inschatten Van der Gaag vertelt dat in het Klimaat- effectatlasproject ook nader is onder- zocht welke gevolgen klimaatveran- dering kan hebben voor de natuur en landbouw. Het is te verwachten dat het toekomstige klimaat Nederland min- der geschikt maakt voor bepaalde na- tuurtypen en bijbehorende planten- en diersoorten. Deze soorten zullen plaats- maken voor andere, mits er voldoende robuuste ecologische verbindingszo- nes van zuid naar noord lopen en er vol- doende leefgebieden voorhanden zijn. De te verwachten langdurige droog- tes, warmte en zware buien zullen ook consequenties hebben voor landbouw- gebieden. Verder is er een toenemen- de verzilting van de bodem te verwach- ten, die vooral in gebieden langs de kust gaat optreden. Van der Gaag: “Deze ontwikkeling zal onherroepelijk gevol- gen hebben op de keuze van gewassen.


‘HET IS TE VERWACHTEN DAT HET TOEKOMSTIGE KLIMAAT NEDERLAND MINDER GESCHIKT


MAAKTVOOR BEPAALDE NATUURTYPEN EN


BIJBEHORENDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN’


Sommige zullen minder geschikt zijn of vatbaar voor ziekten en plagen, an- dere, nieuwe gewassen bieden wellicht een nieuwe uitdaging omdat het groei- seizoen langer wordt of omdat ze juist goed gedijen op een zilte ondergrond. Het gaat er dus om tot een duurzame inrichting van het provinciaal grondge- bied te komen en wij proberen daartoe alle beschikbare kennis zoveel mogelijk door te vertalen.”


Anticiperen Toenemende temperatuur kan in stede- lijke gebieden leiden tot hittestress; de warmte in steden met het vele beton en asfalt, kan overdag ondraaglijk worden en blijft ook ’s avonds en ‘s nachts lan- ger hangen. Gemeenten kunnen daar nu al op inspelen bij de inrichting van de steden. Bijvoorbeeld door meer wa- terbuffers aan te brengen, die overtollig water kunnen opvangen en zo in warme


6 Nr.2 - 2011 OTAR


perioden juist verkoeling kunnen bren- gen. Of door groene daken en gevels te realiseren, bomen aan te planten et ce- tera. Van der Gaag: “Door alle toekom- stige effecten nu al zo goed mogelijk in te schatten, zoals wij met die klimaat- atlas hebben proberen te doen, kunnen de provincies beter, daadkrachtiger en ook efficiënter vooruitlopen in de plan- nen die de ruimtelijke inrichting van ons land bepalen. Samen met wetenschap- pelijke instellingen en ingenieursbureaus kunnen zij dan landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen van gemeenten, waterschappen en andere organisaties bijstaan in het maken van keuzes.”


Impulsbijeenkomsten Vanuit hun regiefunctie voor de ruimte- lijke omgeving en aan de hand van de klimaateffectatlas, zijn door de provin- cies destijds een vijftal regiobijeenkom- sten georganiseerd. Van der Gaag: “Im- pulsbijeenkomsten met gedeputeerden, wethouders, terreinbeheerders, de agra- rische sector en het bedrijfsleven. Inzet was niet zozeer samen te theoretiseren over klimaatverandering, maar vooral tot praktische maatregelen te komen waar- mee zo snel mogelijk aan de slag kan worden gegaan. Wat moet er gebeuren, waar kunnen we ‘winst’ maken en hoe gaan we ervaringen uitwisselen? Hoe kunnen we bij de voorbereiding van een gebiedsplan verder vooruit kijken, re- kening houden met de toekomstige kli- maateffecten en daarin alvast maatre- gelen meenemen? Als je toch alles op de schop zet, kunnen die maatregelen tegen geringe meerkosten meeliften en soms zelfs zonder extra uitgaven wor- den gerealiseerd.” Volgens Van der Gaag is vervolgens in vrij korte tijd een groot aantal plannen tot stand gekomen en zijn door de im- pulsbijeenkomsten ideeën die al een tijdje ‘rondzongen’ vrij snel samenge- bracht en geconcretiseerd.


Quickscan Uit een quickscan die NovioConsult voor het IPO heeft verricht, bleek vori- ge maand dat de provincies na drie jaar hebben gedaan wat ze hebben beloofd. In veel provincies houden de ruimtelij- ke structuurvisies al rekening met kli- maatadaptie en in totaal zijn er al meer dan 240 provinciale gebiedsontwikke-


lingsprojecten waarin klimaatadaptie- ve maatregelen, zonder veel ophef en zonder veel extra kosten zijn meegelift. Nu al hebben Noord- en Zuid-Holland, Gelderland en Utrecht klimaatadap- tie planologisch verankerd in huidige structuurvisies. Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg noemen het opvangen en aanpassen aan klimaatverandering in hun omge- vingsplannen. Ook zij nemen klimaat- adaptie op in komende structuurvisies.


Vuist op tafel Van der Gaag: ”Er is dus in korte tijd heel veel gebeurd, waarbij vooral is ge- investeerd in bescherming tegen water- overlast en bestrijden van verdroging. Maar het ‘hoofdpijnverhaal’ in het com- municeren van de behaalde resultaten is dat al die maatregelen grotendeels geïntegreerd zijn uitgevoerd in nieuwe of lopende gebiedsprojecten. Daardoor is het moeilijk heel precies aan te ge- ven welke onderdelen van die projecten klimaatbestendige maatregelen bevat- ten. Water speelt ook binnen de provin- ciale plannen een grote rol, maar haalt zelden de voorpagina. Juist omdat er geen schrikbarende budgetten hoeven te worden ingezet voor klimaatadap- tie, is dit onderwerp niet spectaculair of sexy en zal een bestuurder met betrek- king tot dit onderwerp niet snel met de vuist op tafel slaan. Maar juist daarom past dit onderwerp goed bij de provin- cies die op het gebied van de ruimtelijke ordening met een wat langere tijdshori- zon werken en in hun ruimtelijke plan- nen dus ook kunnen wijzen op de lan- ge termijn effecten. Op die manier kan, door nu al in te spelen op de klimaatver- andering, geld worden bespaard. Want als wij een afwachtende houding zou- den aannemen, zijn de reparatiekosten die wij in de toekomst moeten uitvoeren oneindig veel groter.”


Toenemend bewustzijn Tegelijkertijd zegt Van der Gaag zich wel te verheugen dat het bewustzijn ten aanzien van de problematiek die op ons afkomt, steeds meer tussen de oren van de beleidsmakers en plannenmakers komt. “Dat is niet op de laatste plaats door de wijze waarop de provincies hun taak hebben opgepakt en partijen bij el- kaar hebben gebracht. Dat proces zet


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52