This page contains a Flash digital edition of a book.
nog niet. We moeten nog afspraken ma- ken over de informatieoverdracht en de vorm waarin we die informatie gieten.” De technologie daarvoor is volgens Adriaanse nog onvolledig: “We werken momenteel dan ook internationaal met andere bouwbedrijven samen aan de ontwikkeling van BIM 2.0, de volgende generatie BIM-technologie. Daarnaast moet er nagedacht worden over zaken als hoe gaan we de informatie opbou- wen, wat wordt de coderingsstructuur en hoe garanderen we de betrouwbaar- heid ervan?”


Hoe bouwpartners precies gaan wer- ken met BIM is ook nog niet duidelijk. “Op basis van risico’s moeten we geza- menlijk besluiten waarover we informa- tie willen delen en wat we willen toet- sen”, aldus Mommers. “Hoe zien onze processen eruit, welke informatie heb- ben we van elkaar nodig en wachten we


wel op de juiste zaken? Dus hoe gaan we met elkaar samenwerken? Daarvoor moeten nog procedures en protocol- len vastgelegd worden in het Bouw In- formatie Model. En dan zijn er ook nog vragen als: Wie gaat BIM als centrale in- formatiedrager beheren, wie krijgt de re- gie? Of BIM-informatie van alle bouw- partijen centraal beheerd moet worden, staat nog ter discussie. Voor de accep- tatie en haalbaarheid van BIM is het misschien in eerste instantie wenselijker dat bedrijven hun eigen informatie be- heren en frequent met elkaar delen. Ik schat dat het nog zo’n vijftien jaar duurt voordat we volledig BIM-gerelateerd werken.”


“We realiseren ons dat we nog maar de eerste stappen hebben gezet in de ont- wikkeling en implementatie van BIM”, merkt Adriaanse op. “De grote vraag is: Hoe maak je het concept sturend?


Techniek en samenwerking zijn daar- voor de voorwaarden. De eerste zal wei- nig problemen opleveren, maar de sa- menwerking op basis waarvan BIM een succes kan worden voor alle bouwpar- tijen, vergt een lange adem. Het is dan ook onmogelijk om nu al vast te stellen wanneer we ons doel bereikt hebben of waar we over een paar jaar staan. Dat wil echter niet zeggen dat we wei- nig vorderingen maken. Door het staps- gewijs implementeren van BIM hebben we de afgelopen jaren discussies losge- maakt over samenwerking, het nut, de noodzaak en de risico’s ervan. We zijn de weg ingeslagen van ‘rekening hou- den met elkaars belangen en eisen’ en ‘sturen op zachte factoren’. We zijn da- gelijks bezig met de ontwikkeling van BIM, dat op die manier langzaam onder- deel wordt van de bedrijfscultuur.”


MEER WETEN OVER BIM?


Op 27 en 28 april organiseert Bouwinstituut Nederland in het Novotel Rotterdam Brainpark de Beheer en onderhoudsdagen van Infrastructuur en openbare ruimte. Met vier workshops en vier aankondigingen van beleidsmakers inhoudelijker dan ooit. Rijkswaterstaat, Provincie Zuid- Holland en Gemeente Utrecht gaan in op actuele discussies over clusteren, innovatieve contractvormen, BIM, performance auditing bij infrabeheer en nog veel meer.


www.bouw-instituut.nl/beheerenonderhoud


18 Nr.2 - 2011 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52