This page contains a Flash digital edition of a book.
Bron: Fugro.


De aannemer moet een buis boren alvorens het stalen anker erin kan


kenen en aan het regelen. Neem de toelevering. We moe- ten in totaal 1254 ankers aanbrengen. En om die ankers te bevestigen plaatsen we afdokschijven van tien centimeter dik, een halve meter in doorsnede en met een gewicht van 150 kilo. Dat materiaal moet je allemaal toch maar even snel bij elkaar zien te sprokkelen. Dat het is gelukt, is een knap stukje werk.”


Aanvankelijk was berekend dat er ‘slechts’ duizend ankers nodig waren. Dat bleken er dus aanzienlijk meer te moeten zijn. Van Kempen: “Eerst hadden we ankers gepland die dikker en zwaarder waren. Daarmee zouden de gaten in de vloerdelen echter groter worden en dan wordt de belas- ting te hoog voor het materiaal. Door met meer ankers te werken, die bovendien dunner en lichter zijn, verdelen we de krachten beter.” Natuurlijk betekent de verhoging van het aantal ankers wel dat het project bewerkelijker wordt. De aannemer moet een buis boren alvorens het stalen an- ker erin kan, samen met beton dat het anker op zijn plek houdt. Het anker steekt door een gat in de betonnen vloer, waarover weer een dikke afdichtplaat ligt, die wordt beves- tigd met dikke bouten om het geheel op spanning te bren- gen.


1254 Ankers plaatsen: het is op zich al een bewerkelijke klus. Alleen moet het ook nog eens heel snel. En de ruimte is niet bepaald riant; er moeten immers rijstroken open blij- ven voor het verkeer, waardoor er slechts een heel nauwe werkplaats overblijft. Van Kempen: “Het is een enorm com- plexe logistiek waar we mee te maken hebben. Er is een enorme toevloed aan machines en materialen. Dat bleek vooral in het begin erg lastig; we moesten bij de werkzaam- heden echt zoeken naar een goed ritme en een juiste plan- ning. Het tempo waarin we de ankers konden plaatsen lag in het begin dan ook een stuk lager. Maar na een paar we- ken hadden we het ritme gevonden. Sindsdien verloopt het werkproces heel vlot en naar het er nu uit ziet gaan we die Paasplanning wel halen.”


Sinds 2008 verrichtte Fugro elke zes maanden reguliere metingen aan de toeritten, vanuit een raamcontract voor geodetische werkzaamheden met de Data-ICT Dienst van Rijkswaterstaat. In eerste instantie wilde Rijkswaterstaat alleen moot 9 en de aanliggende moten aan de oostelijke toerit in de gaten houden, maar al snel ontstond het inzicht dat, om geen enkel risico te nemen, de gehele tunnel moest worden gemonitord. Dus de open bakken én de zinktunnel.


Op een gegeven moment waren er drie meetploegen aan het werk. Denk bijvoorbeeld aan permanente hoogtemetingen op de drie betrokken moten, en elk uur een meting en een visuele inspectie van de hele tunnel. Al met al veel meetbouten, instrumenten en mensen in de tunnel. Fugro heeft zo snel en effi ciënt mogelijk een compleet meetsysteem opgetuigd voor deze intensieve monitoring. In het begin handmatig, maar daarna volledig geautomatiseerd. Dat betekende wel een nachtelijke afsluiting om alle instrumenten en spiegels te installeren, maar vervolgens was het qua monitoring wel meteen helemaal klaar. Er hoeven geen meetploegen meer de tunnel in en er ontstaat dus geen oponthoud voor de aannemer. Fugro heeft zeven robotic total stations geïnstalleerd die continu automatisch zo’n 400 prisma’s op de tunnelwanden meten. De gegevens worden direct naar Rijkswaterstaat doorgestuurd, die deze vervolgend real time kunnen bekijken en beoordelen.


10 Nr.2 - 2011 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52