search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Nederlandse Veteranendag in Den Haag een groot feest, op het Malieveld, in het defilé. Hillen was nog niet afgetreden of beroepsofficieren buiten dienst grepen hun kans en de Nederlandse Veteranen- dag verwerd tot soldaatje spelen. Er werd geboden, verboden, er kwam een proto- col waarin zelfs de kleur van je sokken wordt voorgeschreven. De Morgenster- vlag, nog steeds een nationaal dundoek, werd verboden. Nu zijn de meeste veteranen ooit dienstplichtig geweest en waren dolblij toen ze afzwaaiden, verlost van het zeekoeachtige gebalk van com- mando’s, verlost van de voortdurende dreiging dat je verlof werd ingepikt omdat er een stofje in de loop van je Garand zou zitten. Daarom mijn voorstel om tot een veteranenvereniging te komen met de naam ‘Uit de pas’ en uitsluitend voor dienstplichtige veteranen. Trek aan wat je wilt, desnoods ga je op klompen, en defileer op een manier die overeen- komt met de onstuimige vrolijkheid van de intocht van de Nijmeegse Vierdaagse door de Sint Annastraat. En bij de koning en zijn gevolg: schenk jezelf een pilsje in en toast op zijn gezondheid. Sinds 2013 mijd ik de Nederlandse Veteranendag, maar mis die dag heel erg, meer dan ik beschrijven kan.


Andreas Schelfhout, Oudwoude


Eindelijk erkenning Het thema ‘Eindelijk erkenning’ in Checkpoint 9-2017 was zeer welkom en verhelderend. Maar een belangrijke omissie is het feit dat er met de toeken- ningscriteria duidelijk met twee maten gemeten wordt, voor wat betreft de ‘oud- jes’ en de jongere veteranen. Ik heb zelf het Nieuw-Guinea Herinneringskruis gekregen voor mijn dienstplichttijd bij de KLu op Biak in 1960-’61. Daar ben ik blij om. Ik vind ook dat ik het verdiend heb, inderdaad een stukje erkenning. De stan- daard uitzendtermijn voor een dienst- plichtige was destijds twaalf maanden, voor beroeps achttien maanden. Geen verlof ertussendoor. Niets bijzonders, zo was het toen. Maar je moest óók minstens drie maanden op Nieuw-Guinea gediend hebben om dat Nieuw-Guinea Herinne- ringskruis te verdienen. Tegenwoordig, althans zo heb ik het begrepen, komt een militair in aanmerking voor een uit- zendmedaille als hij/zij minimaal dertig dagen uitgezonden is geweest. Ik wil de huidige veteranen niets tekort doen, maar dertig dagen is toch wel andere koek dan een jaar, of zelfs die minimaal drie maan- den! Ik weet het, tijden veranderen en het is heel goed dat er tegenwoordig meer


56 januari-februari 2018


en sneller erkenning wordt gegeven voor uitzendingen. Maar wat niet veranderd is, zijn de criteria van destijds voor het verkrijgen van het Nieuw-Guinea Herin- neringskruis. Het minimum van drie maanden geldt daarvoor nog steeds. Er wordt dus met twee maten gemeten. Op 15 augustus 1962 werd in New York de overeenkomst getekend waarbij Neder- land – via de VN – Nieuw-Guinea overgaf aan Indonesië. In die laatste paar maan- den vóór die 15e augustus 1962, en zelfs daarna nog, werden nog vele Nederlandse militairen naar Nieuw-Guinea gestuurd. Op 17 augustus ging de wapenstilstand in. Dat was op het nippertje, want die- zelfde dag zou de grootscheepse Indone- sische aanval losbarsten, inclusief een groot bombardement door Indonesische (Russische?) Tupolev TU-16 straalbom- menwerpers op Biak, gevolgd door een amfibische landing. De landingsvloot was reeds op zee, richting Biak. Zeer zware verliezen aan beide kanten waren onvermijdelijk geweest en we hadden het niet kunnen ‘winnen’. En het wás reeds geruime tijd echt oorlog daar met gedropte Indonesische parachutisten, waarbij ook aan onze kant gesneuvelden vielen. Kortom, we zijn daar door het oog van de naald gekropen. Dat laatste gold mede voor de jongens van de laatst aangekomen versterkingen die nog maar enkele weken in Nieuw-Guinea waren. Zij zijn gegaan om een jaar daar te dienen in een zeer kritieke periode, maar moes- ten wegens de overdracht aan Indonesië plotseling weer naar huis. Velen hebben dus géén recht op een Nieuw-Guinea Herinneringskruis, want zij voldoen niet aan die verouderde drie maandeneis. Ook recent heeft onze KLu-NNG vetera- nengroep nog maten voorgedragen voor het Nieuw-Guinea Herinneringskruis en de voordracht werd geweigerd: ze had- den geen drie maanden daar gediend. Dat is duidelijk met twee maten meten en is zeer onterecht. Meerdere artikelen in Checkpoint 9-2017 spreken van een mate van starheid (om niet te zeggen: gebrek aan inzicht en redelijkheid) bij de regeltjeshandhavers bij Defensie. Kunnen we nu niet eens over onze schaduw heen- stappen en dit rechttrekken? Inspecteur der Veteranen: hier ligt een klus voor u, regel het! Onze koning zal het benodigde wetje graag ondertekenen.


Gerard Casius, IJsselmuiden


Eindelijk erkenning (2) Defensie gaat alsnog militairen die in het Koninklijk Nederlands-Indisch leger (KNIL) hebben gediend, een


medaille geven (Checkpoint 9-2017). Met gemengde gevoelens las ik het bericht. Rijkelijk laat met hun medaille en erken- ning als veteraan. De meesten zijn ons al ontvallen, waaronder onze pa, opa en oyang. Ik wil zijn verhaal vertellen, want net als alle andere militairen die er niet meer zijn, had hij dit ook verdiend. Hij was sergeant-majoor (sport)instructeur. Hiervoor heeft hij hard moeten studeren aan de kaderschool. Daar werd hij zwaar op de proef gesteld door zijn meerderen. Maar hij heeft het wel gehaald. Tijdens de Japanse bezetting is hij in zijn elle- boog geschoten, waardoor hij (als burger) geen sportleraar meer kon zijn. Maar ach, dat maakte voor hem toch niets uit... hij bleef toch militair… dacht hij! Na de


onafhankelijkheid van Indonesië begon de ellende. De KNIL-militairen kregen het bevel om tijdelijk met hun gezinnen naar Nederland te gaan. De 6 maanden zijn inmiddels 66 jaren geworden. Pa/ opa/oyang heeft het heel zwaar gehad. Eenmaal in Nederland kregen de militai- ren te horen dat ze uit het KNIL waren ontslagen. Daar sta je dan, van de ene op de andere dag ben je niets meer en heb je niets meer! En je moet van de bede- ling leven. Met vrouw en negen kinderen ondergebracht worden in houten barak- ken, een paar guldens zakgeld per week, eten uit de gaarkeuken en één keer in de zoveel tijd kledingbonnen. Hoe moet hij zich hebben gevoeld? Ik weet het wel... hij dacht alleen maar aan zijn gezin. Zijn gezin mocht er niet onder lijden. Zijn gezin mocht vooral niet weten dat hij in zijn eer is aangetast! Maar door wie? Defensie? De Nederlandse regering? De koningin? Niemand had zich nog om hem en zijn manschappen bekommerd! Ja en dan mag je na enige tijd eindelijk gaan werken! Maar waar en wat voor


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65