search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
een beetje veiliger wordt. Te ver- plegen viel er niets”, aldus Jansen die samen met de andere mariniers snel de stelling verbeterde en ver- volmaakte. Dat was nodig ook, want de eerste de beste avond werden ze overvallen. “Dan hoor je een hoop gekrijs en geroep en geknal en dan krijg je je eerste aanval, dat is je vuurdoop. Wonder boven wonder raakte er niemand gewond, van alle kanten kwamen de kogels. Dat is wel echt even heftig. Het is hier dus menens”, realiseerde hij zich op dat moment, terwijl hij achter een muurtje dekking vond. Ze begrepen steeds beter in wat voor situatie ze terechtgekomen waren en het werd nu hun taak om inlichtin- gen over hun omgeving te vergaren en op die manier steeds beter voor- bereid te zijn. Hiervoor moesten ze op patrouille en Jansen was zeer vaak van de partij. Hij vertelt over de terughoudende houding van de lokale bevolking. “Die dachten natuurlijk: nou hebben we de jap- pen gehad, toen de Brits-Indiërs en nu die Belanda’s weer.” Hij vervolgt lachend: “En dan kom je met het wapen over de schouder die kam- pong binnenwandelen.” De toestand waarin ze de bevolking aantroffen, was afschuwwekkend. “Haveloos, fatsoenlijke kleding was er niet meer. Kapot, versteld, jutezakken, broodmager, zweren overal, soms zo groot, dat er een vuist in kon.” Hij besloot het aan de bataljonsarts te rapporteren. “Dit kan niet”, vertelde hij aan hem, “ik heb geen idee of het wel of niet besmettelijk is, maar ook als het niet besmettelijk is, hier moet geholpen worden.” Zij kregen vervolgens daar de kans en de mid-


delen voor. “En dat opende deuren. Zo krijg je het vertrouwen van de bevolking.”


Geweten Het ging niet altijd goed. Jansen


roemt in die context de opleiding van de mariniers. “Door die training raak je niet in paniek. Je mag angst hebben, dat mag. Je mag gerust als er aan alle kanten geschoten wordt in je kneiperd zitten, maar je mag


‘Voor iedereen, voor altijd, voor alles dienstbaar zijn’


Ad Jansen tijdens de herdenking bij het Nationaal Indië- monument in Roermond in 2016. Foto: Jan Peter Mulder


40 januari-februari 2018


nooit in paniek raken, want dan ga je domme dingen doen.” Ook Jansen kreeg ermee te maken dat hij zijn hoofd erbij moest houden. Bij een aanval overdag zetten de mariniers de tegenaanval in en in het midden volgde hij de groep om overzicht te houden op wie er eventueel geraakt zou worden. Daarbij struikelde hij bijna over een van de overvallers die zijn machinepistool gericht had op de ruggen van de kopgroep van de mariniers. Jansen trok zijn pistool en riep de man stil te blijven liggen en waarschuwde een van de voor- oplopende mariniers. Deze draaide zich om, aarzelde geen moment en schoot. Nu, jaren later, vertelt hij er heel rustig over: “Het is in zo’n situatie: het is hij of wij. Dat beeld verdwijnt nooit van je netvlies, maar ik heb dat wel een plek kun- nen geven. Ik kan dat ook heel goed hanteren, ik kom daarover niet met mijn geweten in de knoop. Als een man klaarligt met een sten om een groep van achter aan te vallen... Dan is het logisch. Als hij zijn wapen weggegooid had, was het wat anders geweest. Je kunt dan in zo’n situatie geen krijgsgevangene nemen.” Het deed Jansen besluiten om zijn pis- tool om te ruilen voor een karabijn, wat hem meer het gevoel gaf dat hij zichzelf en de anderen kon verde- digen. Jansen is ook daarna nog geregeld in situaties terechtgekomen waarbij “de grassprietjes om hem heen neer- gemaaid werden”. Dat heeft tot vele


benauwde situaties geleid, waarbij het er heet aan toeging. “Ik steek mijn hand er niet voor in het vuur dat er niet ook eens ooit door mari- niers of mensen die in dienst waren van de mariniers misdaden begaan zijn, maar het was zeker niet de intentie.” Jansen is er dan ook geen getuige van geweest dat de troepen zich misdroegen, maar realiseert zich wel dat als ze eenmaal krijgs- gevangenen hadden gemaakt, zij die aan de MP overdroegen en dan ook het zicht daarop kwijtraakten. Jan- sen refereert hierbij onder meer ook aan de acties van mensen als Hak- kenberg en van het KNIL. “Er zou- den veel meer namen op die zuilen in Roermond hebben gestaan. Wat er ook misgegaan is, dat zal altijd bovenaan blijven staan: er zijn ook heel veel jongens gered dankzij.” Jansen heeft dit in deze bewoordin- gen ook aan de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht overgebracht, toen beiden in gesprek kwamen bij de veteranenlezing in Bronbeek, afgelo- pen november.


Sociologie Voor Jansens groep zat het erop


voordat de politionele acties in gang waren gezet. Ze waren “te duur geworden” in de woorden van Jansen en werden terug naar Neder- land verscheept. Alhoewel hem aan boord op de weg terug wat anders voorgespiegeld was, slaagde Jansen er, terug in Nederland, niet in om een studietoelage te krijgen. Zijn gewenste studie, sociale geografie, kon daarom geen doorgang vinden. Het werd sociologie in Tilburg, omdat hij die studie vanuit huis kon volbrengen. Een aantal leden van het studentencorpsbestuur hadden eerst in het studentenverzet gezeten en in de woorden van Jansen: “Die wisten waar het over ging, dus wij werden vrijgesteld van ontgroenin- gen.” Jansen sloot zijn studie succesvol af en ging als sociaal geograaf aan de slag bij de stichting tot ontwikkeling van de komgrondengebieden. Hij trouwde, kreeg kinderen en leidde jarenlang een heel ander leven. Sinds de dood van zijn vrouw is Jansen weer op en top veteraan. ‘Voor iedereen, voor altijd, voor alles dienstbaar zijn’ is zijn devies en hij probeert op allerlei manieren vooral maatschappelijk betrokken te zijn.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65