search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
To the Point


In To the Point kunt u kort en bondig uw mening kwijt. De redactie behoudt zich het recht voor brieven te redigeren en in te korten. Helaas kun- nen slechts enkele van de vele brieven die bin- nenkomen worden geplaatst. Brieven kunt u sturen naar: Checkpoint, brievenrubriek To the Point, Postbus 1091, 6501 BB Nijmegen of (o.v.v. uw huisadres) tothepoint@veteranen.nu.


Kaping De Punt Volgens de advocaat van de kapers zijn


de verklaringen van de mariniers die zijn ingezet bij de ontzetting van gegij- zelden in de trein bij De Punt op 11 juni 1977 op elkaar afgestemd. Dat kan zo zijn en ik kan niet beoordelen of dat straf- baar is. Wel kan ik, als Nieuw-Guinea- veteraan, beoordelen dat de impact van indrukwekkende gevechtshandelingen bij directbetrokkenen verschillend is. De acties bij De Punt en die ik heb mee- gemaakt, vallen in de categorie ‘indruk- wekkend’. Veteranen die ‘op de vierkante meter’ bij hetzelfde vuurcontact betrok- ken zijn geweest, kunnen vooral als het wat langer geleden is, een oprechte ver- schillende uitleg geven van die ervaring. Een ander punt dat me bij de behande- ling van de Molukse kapingen en het optreden van de mariniers bezighoudt, is de legaliteit van dat optreden en de scha- devergoeding die door nabestaanden van de gedode kapers wordt geëist. De Neder- landse regering had het formele recht én de plicht de gegijzelden te ontzetten. Mensen die nota bene niets met de kwes- tie van doen hadden. Een aantal van hen is vermoord en anderen zijn door de gij- zeling voor hun leven getraumatiseerd. Er wordt vaak aan voorbijgegaan dat politie en leger, in dit geval mariniers, uitvoering moeten geven aan handha- ving van recht en plicht en daarbij het risico lopen daar zelf bij om te komen of andere ellende op te lopen. De eis tot schadevergoeding is gebaseerd op een extreem gewelddadig optreden van de mariniers. Het is het democratisch recht om te laten onderzoeken of de actie van de mariniers volgens de regels is uitge- voerd. Dat zal niet makkelijk zijn, omdat gewelddadige situaties per definitie abnormaal en extreem zijn. Internatio- nale overeenkomsten moeten ervoor zor- gen dat betrokken partijen zich houden aan afspraken die in de gevoerde strijd wel en niet zijn geoorloofd. Maar de realiteit laat zich niet in woorden vast- leggen. Zeker niet de realiteit in extreme omstandigheden. Daar hebben veteranen ervaring mee. Dat een schadevergoeding wordt geëist voor het optreden van de


mariniers, leidt op zijn minst af van de gewelddadige acties van de gijzelaars en het leed dat zij daarmee de slachtoffers en nabestaanden hebben aangedaan. Mocht die vergoeding er komen, delen zij die dan met de slachtoffers van de gijzelingen? De Molukse KNIL-militairen die met hun gezinnen van de Molukken naar Nederland moesten verhuizen, zijn door de Nederlandse overheid verkeerd behandeld. De frustratie die dat heeft opgeleverd, is terecht en te begrijpen. Opeenvolgende Nederlandse regeringen is een en ander te verwijten. Dat die frustratie heeft geleid tot gijzelingen is op geen enkele manier te verdedigen. De gijzelaars hebben door hun actie de ellende die dat ook hen heeft opgeleverd, over zichzelf afgeroepen. Na een gewa- pend conflict zouden littekens liefdevol gemasseerd moeten worden. Niet alleen die van onszelf, maar ook die van de voormalige vijand. Dat is wat ik heb geleerd door mijn ervaring in extreme omstandigheden.


Henk Hoogink, Doesburg


Zwemmen in zee Met genoegen en herkenning van omschreven gebeurtenissen heb ik het relaas van Gerard Groen in Checkpoint 10-2017 gelezen. Mijn oog viel op de vermelding ‘een majoor maakte drukte omdat we in onze blote kont in de zee aan het zwemmen waren’. In november 1947 werd onze compagnie met een compagnie grenadiers en een compag- nie mariniers ingezet voor de, zoals we het noemden, ‘veldtocht Madoera’. Een gedeelte van het eiland moest nog wor- den ontdaan van subversieve elemen- ten. Als SMA vertrok ik wat later dan de rest van de compagnie per Catalina vliegboot van Soerabaja naar de kust bij Soemenep en met een roeibootje, com- pleet met administratiekist, aan land. Ik werd ondergebracht in Soemenep, een vissersplaatsje aan de noordkust. Er gin- gen daar ook jongens in hun ‘blote kont’ zwemmen in zee. Ook onze CC kwam, in


zwembroek met een dame in zwempak, om te gaan zwemmen. De dame werd erop geattendeerd dat de jongens naakt liepen/zwommen. Dit was echter geen bezwaar voor genoemde dame en ze klom tussen de jongens, voor het grootste deel onder water, op een in het water lig- gende boom en vroeg: “Wie haalt me er af?” En zo geschiedde. Onze CC was niet conservatief. De bevolking verrekte van de armoe, weinig eten en kleren, de vrouwen droe- gen vaak alleen een sarong van een jute- zak, terwijl er loodsen werden gevonden vol maïs, rijst en suiker. Door ons werd voedsel uitgedeeld en stof voor sarongs. Als men munitie bracht, kreeg men rijst of maïs als vergoeding. Ze werden steeds slimmer en brachten als ze bijvoorbeeld twintig patronen hadden gevonden van de ploppers, er twee maal tien, want dat stond voor twee maal eten. Er werd zelfs een Norton legermotor gebracht, voorheen van het KNIL waarschijnlijk. Het schakelpedaal ontbrak, maar werd door een van onze monteurs keurig vervangen. Verder ontbrak het schroefje waarmee een kabeltje aan de bougie moest worden vastgezet. Dit werd opge- lost door een stukje droog bamboe op de schroefdraad van de bougie te plaatsen en dit werd vastgeklemd tussen kop bougie en benzinetank. En hij liep weer als een tierelier. Met deze motor ging ik de posten rond om uit te betalen, samen met de SMI achterop. Onderweg sloeg de motor echter af. Het bamboestokje was verdwenen, het contact met de bougie was verbroken en daar stond je dan in de rimboe. Een nieuw stukje droog bamboe bracht de oplossing. Door het zwemmen in de ‘blote kont’ kwamen deze herinne- ringen weer eens boven.


H.W. Colenbrander, Meppel


Morgenster (2) De brief over de Morgenstervlag van Ger van den Hurk in Checkpoint 10-2017 is mij uit het hart gegrepen. Tot en met het ministerschap van Hans Hillen was de


Zwemmen in de blote kont in Indië. Foto: privécollectie Gerard Groen januari-februari 2018 55


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65