search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
was ervan overtuigd dat ik folte- ren niet vol kon houden. Dus ik dacht: dat moet ik vermijden.” Eerst bedacht ze dat het een moge- lijkheid was om met een soort ‘vlucht naar voren’ zich als jodin voor te doen. Dat zou het valse persoonsbewijs verklaren en ze zou naar Westerbork worden afge- voerd, in ieder geval weg van de verhoren. Toen de Aufseherin ech- ter van cel naar cel ging, schreeu- wend of er nog Juden waren, kreeg ze op het moment dat haar cel aan de beurt was het niet uit haar keel. “Ik was woedend op mezelf”, vertelt ze, “maar ik was te laat.” Kohlbrugge ontkwam niet aan de verhoren en ze besloot het over een andere boeg te gooien. Ze besloot toe te geven dat ze wist dat het persoonsbewijs vals was, maar dat het wel haar echte naam was. Haar verhaal was dat ze ach- ter haar verloofde aan wilde rei- zen die vanuit Zwitserland maar niets meer van zich liet horen. Bovendien was ze Rijksduitse, bracht ze naar voren, en omdat de Nederlanders zich zo gemeen tegen de Duitsers gedroegen, had ze vervalste papieren georgani- seerd, opdat ze als Nederlandse door het leven kon. Er was heel wat acteerwerk voor nodig om ‘het domme wichtje uit Duitsland’ te zijn. De Duitse ondervrager geloofde haar niet. “Hij zat tegen- over me en toen brulde hij: ‘Bewei- sen Sie dass Sie eine Deutsche sind!’”, vertelt ze. “Meine Sprache, Sie kennen keine Holländer die so Deutsch spricht wie ich.” Toen loonde het dat Kohlbrugge, voordat ze het land was uitgezet, eind jaren dertig een opleiding had gevolgd in Berlijn. Haar Duits was inderdaad uitstekend. Bovendien deelde ze mee dat ze een Haustochter was, iemand in huis die met het huishouden een beetje helpt. In Duitsland een heel normaal begrip, maar niet in Nederland. Hij was overtuigd, haar overtreding werd nu dat ze verplicht was geweest zich bij aankomst te melden bij de auto- riteiten, wat klaarblijkelijk niet gebeurd was. Tien maanden met aftrek van voorarrest kreeg ze. “Tien maan- den, dat lijkt dan niks, dat is als vakantie, drie maanden Sche- veningen waren er al af, dus ik


had maar zeven maanden. Maar in Ravensbrück zijn zelfs zeven maanden veel”, vertelt ze. Sche- veningen was zonder het gevaar van de verhoren voor Kohlbrugge een ‘prettig verblijf’. Ze mocht lezen, werd gelucht en: “Het eten in Scheveningen was, ja, niet als thuis, maar als je een dikke bruine bonensoep kreeg: lekker.”


Kamp Vught Aan het verblijf in Scheveningen kwam echter een eind en ze werd naar kamp Vught afgevoerd. Ook over Vught willen mensen, in de woorden van Kohlbrugge, “vooral schrikverhalen horen”, maar daar kan ze niet echt over meepraten. Ze had het relatief goed, werkte op het Krankenrevier, waar ze met “allemaal illegale meiden” die de medeverpleegsters waren, een relatief goede tijd had. Kohl- brugge kon echter, ook daar, niet haar ware identiteit onthullen. Ze moest het verhaal van de ver- loofde en het domme wichtje uit Duitsland genaamd Christine Doorman vol blijven houden. Toen een Aufseherin, een uit de ach- terbuurt van Rotterdam komend meisje bij wie ze eerder een kleine toenadering had gevonden, naar haar verhaal vroeg, antwoordde die echter: “Meid, dat geloof je zelf niet.” “Dan ga je door de grond”, vertelt Kohlbrugge. “Toen heb ik een week lang in angst gezeten, maar ze heeft me niet verraden. Dat vind ik groots. Ze heeft daarmee meer gepresteerd dan een heleboel illegalen.”


Nadenken De ‘relatief goede tijd’ in kamp Vught kwam echter ook ten einde. Dolle dinsdag brak aan en in


kenhuis bij elkaar in één wagon werden gezet en niet al te veel zieken hadden op dat moment, waardoor ze nog enigszins konden zitten. De stemming in de wagon was niet al te best en enkelen begonnen te weeklagen over hun duistere lot: “Nu gaan we naar een Duits kamp, dat kun je niet vol- houden, nu ga je dood, dat soort dingen zeiden ze”, vertelt Kohl- brugge. “Toen dacht ik: verdraaid, dat wil ik niet. Als ik dood ga, ga ik dood, maar niet van: oh oh, ik ga dood. Daar zal ik me tegen ver- zetten. Ik zat daarover te denken tijdens de rit en toen dacht ik: je moet je hersens inspannen, dus je moet in Ravensbrück contact zoeken met mensen waar jij niets vanaf weet, zodat je iets leert of hoort.” In Ravensbrück aangekomen wer- den zij bij de ziekenboeg van het kamp ingedeeld. Bij het dagelijkse urenlange appel zorgde Kohl- brugge ervoor dat ze naast een stel jonge Tsjechische vrouwen kwam te staan. Met hen kon ze in het Duits converseren. Zij vertelde over Amsterdam en de Tsjechi- sche meisjes, allen communis- ten, vertelden over Praag en het communisme. “Ik zat met open mond te luisteren. Ja, ik had Marx gelezen, maar verder wist ik niks natuurlijk. En ik dacht: het is wel wonderschoon, het lijkt me iets te mooi. Dat was mijn kritiek. Verder was ik niet in staat tot kritiek, ik dacht: zo mooi kan de wereld niet worden. Maar ik luisterde en dat was precies wat ik wilde, ik kon erover nadenken.” Kohlbrugge bouwde een goede relatie op met deze Tsjechische meisjes en dat zou haar geluk worden. Deze meisjes zaten al


‘In Ravensbrück zijn zelfs zeven maanden veel’


paniek versleepten de Duitsers alle gevangenen naar het oos- ten. Ze werden in vrachtwagons gepropt en per trein afgevoerd. Ze hadden het ‘geluk’ dat ze als zie-


lang in het kamp en hadden een zekere positie verworven, een van hen was zelfs arts. “Je kreeg in Ravensbrück, en dat was heel naar, geen behoorlijke kleding.


oktober 2016 45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65