This page contains a Flash digital edition of a book.
De plunjebaal Afghanistan


“Nadat ik al eerder eenheden had gele- verd voor uitzendingen in Afghanistan,


mocht ik in 2008 zelf als commandant mee van 11 Infanterie- bataljon van de Luchtmobiele Brigade naar Uruzgan. Daar- voor waren al drie mensen van onze eenheid gesneuveld: Bart van Boxtel, Cor Strik en Dennis van Uhm. Dat hakte er al aardig in. We kregen veel aandacht van strijdgroepen die in het gebied tegen het gezag opereerden, niet alleen de taliban. Er zijn daar zestien stammen die voortdurend met elkaar overhoop liggen en daar zaten we ook weleens tussen. We hebben tientallen gewonden gehad en Jos ten Brinke is gesneuveld. Toen we er kwamen, reden we één keer per week op een bermbom, tegen de tijd dat we weggingen vrijwel dagelijks. Die gingen gelukkig niet allemaal af, maar er was veel stress en mensen kampen nu nog met de naweeën daar- van. Ik had mijn gevechtservaring van Srebrenica. Dat heeft me geholpen, want ik kwam daar in een hinderlaag terecht waarin ik opnieuw werd beschoten. Gelukkig heb ik er ook psychisch verder geen schade van opgelopen.”


Brothers in arms


“Militair zijn op missie is niet eenvoudig. Omdat je onder


moeilijke omstandigheden, en soms met een beperkt man- daat, toch voor belangrijke beslissingen staat waar je later op kan worden afgerekend. Dat maakt ons beroep zo bijzonder en dat maakt dat wij met elkaar die band hebben: brothers in arms. Dat voelen we ook zo. Dat ik al zo vroeg een heftige uitzending heb meegemaakt, heeft me de balans gebracht in mijn leven die ik anders misschien nooit had gevonden. Want je leert jezelf het beste kennen door diepe dalen en hoge ber- gen. Door mijn missies en ervaringen voel ik een onverbreke- lijke band met andere veteranen. Ik ben een van hen. Daarom is het nuldelijnshulpsysteem zo belangrijk: veteranen kunnen met elkaar al heel veel zelf opvangen. Een arm om je heen of een luisterend oor is vaak al genoeg. En vergeet ook niet de hulp van familie! Degenen die het daardoor niet in balans weten te brengen, moeten natuurlijk snel in de zorgketen geholpen worden.”


Veteraneninstituut


“Generaal De Kruijf vroeg of dit niet iets voor me zou


zijn en ik zei: ja natuurlijk. Ik heb er ongelooflijk veel zin in. Ook om alles wat ik al die jaren heb meegemaakt in te zetten om dat prachtige werk van mijn voorganger, Frank Marcus, maar waar ook alle instellingen in Doorn een steentje aan hebben bijgedragen, voort te zetten. Het Veteranenbesluit is pas in 2014 effectief geworden, maar anderhalf jaar later is al zoveel bereikt. Ik vind het een voorrecht dat ik dat samen met anderen verder mag gaan uitbouwen. Daarbij zal ik wel zeggen: veteranen kijk niet alleen wat de samenleving voor u kan betekenen, maar draag zelf ook bij aan een beter begrip in de samenleving! Vertel wat het betekent om op missie te zijn namens de samenleving en deel uw ervaringen. Het moet een wisselwerking zijn en als veteranen moeten we oppassen dat we niet gaan overvragen.”


Warm bad


“Ik heb mijn vrouw leren kennen tijdens mijn werk bij het Nationaal Militair Com-


mando in Gouda, waar zij als managementassistente werkte. Ons werk ligt ook nu weer heel dicht bij elkaar. Want zij is consulente Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).


50 juni 2016


Waar wij zorgcoördinatoren hebben bij het Veteranenloket is zij dat in een civiele omgeving. Ik zie welk mooi werk zij doet op een terrein waarop een hoop mensen worstelen met alles wat door de kanteling van de zorg is veranderd. Ik kijk daar met bewondering naar. Ook de verbinding thuis op zorg- gebied maakt dus dat het werken bij het Veteraneninstituut aanvoelt als een warm bad.”


Ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk het is om


tijdig te melden dat je hulp nodig hebt


Kolonel Ludy de Vos (1962) kwam in 1987 van de KMA en begon als officier bij de infanterie in Seedorf (Duitsland). Daarna volgde een lange carrière met soms sterk wisselende functies, van officier Operaties bij de Divisiestaf in Apeldoorn tot commandant van de KMA of beleidsadviseur van Commandant Landstrijdkrachten en bij de Kerngroep SAMSON op het ministerie van Defensie in Den Haag. Zo wisselden staffuncties en operationele functies elkaar steeds af. In 2003 rondde hij een masterstudie Bedrijfskunde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn laatste functie voor de benoeming tot directeur van het Veteraneninstituut vervulde hij bij het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS) van Rob de Wijk. Als veiligheidsanalist hield hij zich daar bezig met trends en ontwikkelingen in de politiek- bestuurlijke wereld en gaf daarbij advies aan ministeries en andere grote organisaties of aan bedrijven.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65