This page contains a Flash digital edition of a book.
Column


Viewpoint Van Bergen


Johan A


ls je niet schiet, ken je niet winnen. Dat zou denkelijk de door oud-minister Pieter Winsemius tot grootste


filosoof van de twintigste eeuw benoemde, beste Europese voetballer aller tijden hebben gezegd als hij onder de wapenen was geroepen. Maar hij zou meteen hebben benadrukt dat, net als in voetbal, de overwinning alleen door een teamprestatie tot stand kan worden gebracht. De spelers dan wel soldaten moeten zich met de andere spelers of soldaten verbonden voelen, zoals in het normale leven een mens, hoe individualistisch verder ook, pas als mens wordt gedefinieerd door de manier waarop hij zich tot zijn medemensen verhoudt. Het betekent dat je in het heetst van de strijd elkaar onvoorwaardelijk moet dekken en steunen. Daarvoor hoef je geen vrienden te zijn, zeker niet buiten voetbalveld of slagveld, maar kameraadschap is onontbeerlijk. Zonder kameraadschap, ook, nee: juist tussen mensen die buiten die specifieke context elkaar waarschijnlijk geen blik waardig zouden gunnen, is overwinnen nauwelijks onmogelijk, tenzij het verschil in bewapening/talent echt domweg te groot is. Zeker in de tijd van de twee grote oorlogen, toen veel van de legers ook nog eens koloniale troepen bezaten, was in de legers vriendschap vaak ver te zoeken. De kameraadschap echter werd door iedereen genoemd en geroemd; kameraadschap tussen Engelsman en Ier, Pruis en Beier, moslim en christen. Het verschil met voetbal is wel dat die kameraadschap in het leger ook onontbeerlijk is als de tegenstander de sterkere is. Daar immers is zij ook van groot belang voor het simpele overleven: fysiek gedurende de strijd en geestelijk erna. Maar ondanks deze onmiskenbaar positieve kanten is kameraadschap –


Foto: Birgit de Roij


Dr. Leo van Bergen is geboren midden in het non-militaire jaar 1959. Desondanks heeft het thema 'oorlog' altijd zijn histori- sche belangstelling gehad, waarbij zijn aandacht vooral uitgaat naar de medische gevolgen. Op dat terrein wordt hij internati- onaal als autoriteit erkend. Hij schreef Zacht en eervol, over het lijden en sterven in de Eerste Wereldoorlog.


Kameraadschap is onontbeerlijk


waarvoor dus niet meer vereist is dan spelen of vechten in hetzelfde team – wel degelijk ook aan kritiek onderhevig. Sommige historici gaan zelfs zover haar een façade te noemen. Zij is niet echt, omdat als puntje bij paaltje komt toch vrijwel iedereen voor het eigen hachje zal kiezen. Maar als dat het criterium is, dan is, wellicht op ware


liefde na, iedere intermenselijke relatie een façade. Ook vriendschap – waarbij in tegenstelling tot kameraadschap een gedeeld intelligentieniveau, gedeelde interesses en/of een gedeeld gevoel voor humor onontbeerlijk zijn – kan zeer broos blijken als het eigen leven of dat van degenen die echt zeer nabij staan, direct wordt bedreigd. Kameraadschap is in mijn ogen dus wel degelijk echt en geen façade. Maar dat wil nog niet zeggen dat zij louter positieve kanten kent. Kameraadschap maakt het legerleven, zeker in het geval van daadwerkelijke inzet, draaglijker. Volgens sommigen is het zelfs juist door die kameraadschap dat zij de tijd die zij in de krijgsmacht hebben doorgebracht altijd als de mooiste tijd van hun leven zien en zullen blijven zien. Maar kameraadschap kweekt ook loyaliteit en de loyaliteit die de één opbrengt zal ook van een ander worden verwacht, zelfs geëist. Daardoor hebben niet alleen buitenstaanders vaak moeite toegang tot de krijgsmacht te krijgen, maar het maakt ook dat soldaten die zich niet aan de ongeschreven regel houden dat het allemaal geweldig was en dat niemand iets heeft misdaan, buiten degenen die aan de andere kant van het front zaten, een zware tijd tegemoet gaan. Kameraadschap kweekt groepsgedrag en in een groep worden afwijkende, kritische geluiden vaak niet geduld. Dit kweekt weer zelfcensuur. Ook degenen die beter weten, houden hun mond om de kameraden niet tegen het hoofd te stoten. Individuele standpunten blijven onuitgesproken, omdat de prijs die daar waarschijnlijk voor zal moeten worden betaald, voor hen te hoog is. Een prijs die bijvoorbeeld eind jaren zestig werd betaald door Joop Hueting (om van ‘Poncke’ Princen maar niet te spreken). Zoals ieder nadeel zijn voordeel hep, hep dit voordeel dus ook zijn nadeel. Maar da’s logisch.


juni 2016 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65