This page contains a Flash digital edition of a book.
hetzelfde in de D-batterij. In onze spaarzame vrije tijd waren we altijd samen, ook tijdens de treinreizen naar het Groninger land en de terugreis naar Ede. Op 22 oktober 1948 kwamen we in Indië aan en werden we ondergebracht in het doorgangskamp te Soebang (West-Java) om te acclimatiseren. Negen dagen na aan- komst in dat kamp kwam Stoffer van der Maar (plaats- genoot van Jan) en vaste chauffeur van Ds. W.F. Jense, onze legerpredikant, ons kamp opgereden op zoek naar Jan. Dominee Jense moest onverwacht preken in Soeka- mandi, zo’n 40 kilometer van Soebang verwijderd. Hij had bescherming nodig en vroeg of Jan en ik gewapend mee wilden gaan. Wij zochten onze dienstdoende offi- cieren, maar die waren niet te vinden, dus stapten wij, gewapend met onze Lee Enfieldgeweren, bij Stoffer in de jeep. We pikten dominee Jense op en we reden naar Soekamandi. Bij terugkomst in Soebang werden we door de wacht- commandant van ons kampement aangehouden en opgenomen in de cellenbarak, omdat we zonder toe- stemming van de dienstdoende officieren met de domi- nee op pad waren gegaan. Gewapend nog wel. Dominee Jense probeerde de officieren te overreden om ons vrij te laten, maar dat mocht niet baten. Jan en ik verbleven één nacht in de cel, zeer tot vermaak van degenen die ons bewaakten, want dat waren onze slapies. De volgende ochtend moesten Jan en ik voor de officieren verschij- nen. We kregen een mondelinge berisping. Daarna hadden Jan en ik nog veel contact, ook al waren we bij een verschillende batterij ingedeeld. We gingen samen naar de pasar, de kerk en op bezoek bij dominee Jense en Stoffer. Tien maanden na het uitstapje met de dominee, op 29 juli 1949, zagen Jan en ik elkaar voor het laatst. Jan ging één dag met verlof naar Bandoeng en ik werd, op mijn verzoek, overgeplaatst naar Bandoeng om daar ingelijfd te worden bij het Korps Militaire Politie. Naarmate ik ouder werd, kwam steeds vaker de vraag naar boven: hoe zou het met Jan zijn? Hij bleek naar Canada te zijn geëmigreerd. In maart 2009, bijna zestig jaar later, had ik Jan aan de telefoon en sindsdien hebben we nog steeds contact, via e-mail. We zijn beiden bijna 88 jaar.


Jaap Tuinder IJzersterke band


Mijn brother in arms is Willem Bouwman en onze vriendschap gaat terug tot in 1979. Na een aantal jaren samen gevaren te hebben, verloren we elkaar uit het oog, tot een toeval- lige ontmoeting in Schagen. Ik had net gehoord dat ik als vlootman mee moest naar Cambodja. Ik vond dat niet leuk, maar sprak er niet met Willem over. Op maandag meldde ik me in Doorn bij het Korps Mariniers en wie kom ik daar tegen? Willem die ook naar Cambodja ging. Ser- geant Willem Bouwman werd buddy van korporaal Nieuwenbroek.


18 juni 2016


V.l.n.r: grenadiers Pieter Koning, Marcel Diemont, Denis Plinsinga, Rob Helweg en Sijmen Schouten.


Op 2 november opgekomen bij de 2e nieuw opgerichte elite-eenheid 11 Infanterie Luchtmobiele Brigade bij de Bravo ‘Stier’-compagnie. De mannen op de foto vormen een letterlijke vertegenwoordiging uit vier windstreken: Amsterdam, Eindhoven, Arnhem en Rotterdam. Totaal verschillend, maar sinds de opkomst en het behalen van de Rode Baret en de uitzending naar Srebrenica als Dutchbat I voor altijd brothers in arms en grenadier! Het heeft een aantal jaren geduurd maar het contact tussen de oud-stieren word intensiever. Het lijkt wel of iedereen nu op een leeftijd is gekomen dat ze er behoefte aan hebben om weer contact met elkaar op te nemen. Iedereen heeft zijn eigen leven, maar er is iets wat ons altijd blijft binden: onze tijd bij de Bravo Compagnie en onze uitzending naar Srebrenica. Zelf ervaar ik deze


Willem maakte regelmatig een wandelingetje over het kamp en ging dan op een uitkijktoren staan. Als iemand vroeg waar hij was, zei ik: ‘Hij staat op de brug.’ Aan boord ga je daar na het eten vaak even heen. De meeste mariniers wisten uiteraard niet wat er bedoeld werd en gingen dan hoofdschuddend weg of vroegen om uitleg. In Den Helder moest je altijd over de vice-admiraal Moormanbrug naar het marineterrein. In Cambodja maakten we onze ‘eigen’ brug en sloegen met steigerma- teriaal een brug over een droge sloot, met rood en groen (stuurboord en bakboord) licht. Door dit soort ervaringen werd onze band steeds sterker. Na de uitzending scheidden zich onze wegen. Enkele jaren later werd Willem mijn leidinggevende. Na mijn FLO verhuisde ik naar Bonaire, maar in december 2014 waren we in Nederland. Willem was gevraagd voor een fotoreportage en wilde ook graag een foto van ons bei- den. Ik had geen tenue bij me, maar leende een polo van Cambodjaveteranen en een blauwe baret (zie foto). Mede namens Willem kan ik zeggen dat onze uitzending naar Cambodja een stempel op ons gedrukt heeft en een ijzersterke band gesmeed heeft voor onze vriendschap. Samen gaan we naar de Veteranendag en nemen we deel aan het défile in de groep Cambodjagangers.


René Nieuwenbroek


Lichting 92-11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65