This page contains a Flash digital edition of a book.
Column


Checkpoint Barry


We gotta get out of this place


O


ndanks het gevoel dat mijn kameraden de enigen waren die me begrepen, heb ik in de eerste jaren een aantal


reünies overgeslagen. Die vroegste ontmoetingen op die vreemde planeet waarop we waren afgezet, maakten een storm in mij los. Alsof we met 100 kilometer per uur op elkaar botsten. Ik trok het niet meer en trok me terug. De verbondenheid was te groot. Te veel geschiedenis, te veel vriendschap, te veel verhalen die me terug het verleden introkken. Een deel van mij had daar altijd willen blijven, met die mensen. Oorlog roept het ergste in mensen op, maar ook het beste en mooiste. Ik denk dat ik op een verknipte manier verslaafd was aan allebei. Maar die kameraadschap… Sommige jongens heb ik daarna nooit meer gezien. En het zijn diegenen die ik nooit meer heb gezien aan wie ik misschien nog wel het meest denk. Een van hen heb ik vorig jaar via Facebook gevonden en ik was zo blij als een kind en opgelucht als een bezorgde moeder. Misschien wordt kameraadschap in tijd van oorlog wel zo hoog gewaardeerd, omdat er verder ook niet zoveel is. Het leven in een oorlog is kaal en minimalistisch. Sober en doelgericht en op een bepaalde manier leeg. Geliefden, familie en vrienden zijn ver weg. In feite is iedereen alleen. Kameraadschap in oorlogstijd is een levensbehoefte, uitgegroeid tot overlevingsmechanisme. Tegen de eenzaamheid, tegen de waanzin, tegen de gedachte dat er wellicht in ieder mens een moordenaar schuilt. Dat gevoel van kameraadschap, gesmeed in het laaiende vuur dat oorlog heet, is iets onbeschrijfelijks. Het vuur smolt onze zielen aan elkaar. We hebben gelachen en gehuild, gepraat en


20 juni 2016 Foto: Birgit de Roij


Barry Hofstede maakte van november ’92 tot mei ’93 als dienstplichtig chauffeur deel uit van het 1e NL/BE VN Transportbatal- jon in Centraal-Bosnië, waarna hij tien jaar nodig had om die periode enigszins een plek te geven. Sinds 2002 ontplooit hij zich als (toneel)schrijver. Hij schrijft over uiteen- lopende zaken, maar oorlog en veteraan zijn in Nederland zijn terugkerende thema’s in zijn werk. In 2013 verscheen zijn eerste boek, NL-Peacekeeper. Daarnaast is hij hartstochtelijk muziekliefhebber. Hij denkt nog iedere dag aan wat hij heeft gezien en meegemaakt tijdens zijn uitzending.


Het vuur smolt onze zielen aan elkaar


gescholden. Alles even schaamteloos. Wat zijn vrienden meer dan vreemden zonder schaamte. Kameraadschap en (galgen)humor zijn misschien wel de belangrijkste weermiddelen tegen de waanzin van


een oorlog. Net als velen mis ik soms ook dat gevoel van verbondenheid en het onvoorwaardelijke aspect. We hadden alleen elkaar. Midden in de nacht, met zijn tweeën in een wachtbunker. Dan ontstaan de gesprekken. Terwijl iedereen slaapt, zit jij daar, half ingegraven, half begraven. De schoten in de verte zijn als punten achter de zinnen en je vraagt je af of er zojuist weer iemand is gestorven. Praten over thuis, over vroeger. Wat je deed en wie je was, voordat je de oorlog inging, met een kop vol dromen en een hart vol verlangen om wat van de wereld te zien. Vol jeugdige overmoed, aangewakkerd van hogerhand. We gaan die klus klaren, de rotzooi opruimen, de wereld een beetje beter maken. Totdat je met zijn allen in de kantine zit, die voor de gelegenheid is omgebouwd tot aula, met vooraan in het midden de kist. Je wilt het liefst naar huis en laat ze dat hele klotenland maar met de grond gelijk bombarderen om er een grote parkeerplaats van te maken. Je ziet elkaar veranderen, en niet altijd ten goede. De oorlog kroop bij eenieder onder de huid en nestelde zich in de ziel. Haast onmerkbaar. Het is als een kamer, waar iedere nacht iemand binnengaat die al het meubilair een millimeter verschuift. In het begin merk je er niks van. Totdat op een ochtend alles op een andere plek staat. Terug in Nederland probeer je er voor elkaar te zijn. Maar waar je dienstmaten je beste kameraden zijn, ben je zelf je ergste vijand geworden. Het contact verwatert en de herinneringen vervagen. Maar dat gevoel, dat machtige gevoel van één voor allen en allen voor één, zul je een leven lang met je meedragen. En iedere reünie voelt een beetje als thuiskomen. Ik hou van jullie allemaal.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65