This page contains a Flash digital edition of a book.
Tjerk Spriensma. Foto: Jan Peter Mulder


over de hectiek van deze acties. “Je hebt geen tijd om te denken. Je doet je werk waarvoor je bent opgeleid. Je denkt niet: Oh God dit, dan kan het te laat zijn. En je hebt je maten, want denk erom: we controleren elkaar en je bent van elkaar afhankelijk. Je gaat naar je kanon toe en doet je taak.” Nu, bijna zeventig jaar later, is hij nog steeds zeer te spreken over de bemanning van de Evertsen en het teamwerk. Ook over de com- mandant is hij nog vol lof. “Een machtige kerel. Ik ben hem later nog eens tegengekomen in Den Hel- der en hij herkende mij meteen.” Aan zijn manier van leidinggeven en die van zijn officieren was het volgens Spriensma ook te danken dat de bemanning heel veel voor elkaar over had, ook bij mannen die eerst onenigheid met elkaar hadden gehad. “Die verhoudingen bij ons,


dat was fantastisch. Het was één grote familie. Als het nodig was, dan was je er voor elkaar”, aldus Spriensma.


Bevolking Spriensma werd hierna ingedeeld bij de landingsdivisie. Dat bete- kende dat zij mariniers, maar ook wel eenheden van het KNIL, aan land moesten zetten. Het hield echter ook in dat hij zelf mee moest aan land. Het was het soort werk dat Spriensma, met gevoel voor understatement, als “niet leuk” bestempelt. Zo werd hij bijvoorbeeld geconfronteerd met de afschuwe- lijke gezondheidssituatie van de bevolking op Grissee, iets waarvan hij nu nog emotioneel kan worden. Ook kwam hij in benauwde situaties terecht. Bij een van de landingen stond hij helemaal alleen op wacht bij een huis dat zo vol lag met


explosieven, dat “half Groningen was weggeblazen” als ze waren afgegaan. “Het water loopt je dan in de schoenen, eerlijk waar, want je weet niet wat je te wachten staat. Het is donker en dan hoor je dit en dan hoor je dat. En dan hoor je zus en daarna weer zo.” In deze situ- atie schrok hij al van wat het geluid van vallende klappers uit de bomen bleek te zijn. Hij liet het allemaal maar gelaten over zich heenkomen. “Je zit bij de landingsdivisie en je gaat maar”, aldus Spriensma. Maar hij was wat blij, toen eindelijk de aflossing kwam. Toch zal hij gebeurtenissen zoals het sneuvelen van de KNIL-jongen vlak naast hem nooit meer vergeten. De jonge KNIL’er was ‘uitgeleend’ aan het landingsvaartuig LCT 105 en moest na de landing mee met de in een baai van Borneo aan wal gezette KNIL-eenheid. Bij een patrouille


juni 2016 45


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65