This page contains a Flash digital edition of a book.
Om te beginnen, zo doceert Moelker, moeten we kame- raadschap niet verwarren met vriendschap. “Kameraad- schap is vooral gebaseerd op de gezamenlijke ervaring, het gevoel met z’n allen in de prut te hebben gezeten.” Dat kan dus best betekenen, benadrukt hij, dat mijn kameraad een rotzak is. “Maar hij is wel mijn rotzak, op wie ik kan vertrouwen.” Kameraadschap is ook niet synoniem aan groepscohe- sie. Zie groepscohesie vooral als functionele kameraad- schap: de ‘gesloten gelederen’ die eenheden nodig heb- ben om gevechtskracht te ontwikkelen. Esprit de corps, ten slotte, gaat vooral over symboliek en het corporate image. Zeg maar de tradities, de ceremonies en de uni- formen. “Kameraadschap draait bovenal om loyaliteit, je buddy door dik en dun steunen en het voor hem opne- men”. De schaduwzijde is dan natuurlijk misplaatste loyaliteit: het toedekken van ongewenst gedrag.


Netwerken Moelker bevestigt dat de officiersopleidingen wat betreft het aankweken van kameraadschap inderdaad onder druk staan in onze moderne maatschappij. De indivi- dualisering vergroot onmiskenbaar de afstand met de officiersopleiding. Die nam je vroeger 24 uur per dag, zeven dagen per week in beslag. Nu maakt de cadet of adelborst deel uit van een hele serie netwerken. “Vaak gaat de magnetronpizza vóór de gezamenlijke maaltijd in de mess”, zo vat hij samen. Ook de moderne officiers- gegadigde is graag permanent online. “Je ziet dat veel cadetten bij de introductiebivak al moeite hebben met het afstand nemen van de smart phone. Best lastig in een organisatie die soms gesloten móet zijn.” Ook de claim vanuit de thuissituatie is groter geworden, zo ver- telt Moelker. Vroeger ging de dienst standaard vóór het meisje. Dat is niet meer zo. Ook cadetten hebben kinde- ren en krijgen zorgtaken. Zo is tegenwoordig een dood- zieke oma een legitieme reden voor afwezigheid. De rationalisering leidt bovendien tot een grotere drang naar efficiency en meer procedures. Dat haalt onver- mijdelijk iets weg van de mystiek van kameraadschap, meent Moelker. Want kameraadschap is uiteindelijk vooral een gevoel. Kameraadschap kweek je. Al dit soort doelmatigheidsprocessen maakt het lastiger om te bepa- len: ‘Wie zijn wij eigenlijk?’ Toch is de militair-socioloog niet pessimistisch. Er is inderdaad veel veranderd, maar steeds tegen de stroom in zwemmen is zinloos. Een goed voorbeeld is de ont- groening als instrument om kameraadschap te kweken. “Eigenlijk wordt het woord ontgroening al niet meer gebruikt”, vertelt Moelker. De opleiding moet wel aan- trekkelijk blijven. “Die mag best zwaar zijn, maar er wordt ook in een Excel-bestand bijgehouden wie er bles- sures heeft.” Grof taalgebruik is niet uit den boze, maar zinloos kwetsen en afzeiken wel. Dat werkt alleen maar averechts, benadrukt Moelker. Mensen die het onder- gaan, moeten zelf kunnen relativeren en snappen wat ze overkomt. “Noem het maar arbotechnisch verantwoord ontgroenen. Superveilig.” Hij wijst tevens op een andere interessante ontwikkeling op de NLDA. Naast de ‘lang model’ officiersopleidingen met een duur van vier à vijf jaar bestaan de ‘kort model’ opleidingen van anderhalf jaar. De specialistenopleiding duurt zelfs maar maximaal tien weken. Bij de kortere opleidingen zijn de onderlinge banden onvermijdelijk


dunner. Deelnemers aan de kortere opleidingen zijn vaak ook wat ouder. “Ze vinden dat cadettengedoe soms maar een beetje flauw.” Moelker stelt vast dat de kame- raadschapsdynamiek in de opleidingen minder dik is geworden. “Kameraadschap light.” Hij onderstreept tegelijkertijd dat de operationele inzet de kameraadschappelijke banden juist versterkt. “Bij jongere veteranen heerst een sterk gevoel van kameraad- schap; ze trekken naar elkaar toe.” Iemand met een of meerdere uitzendingen onder de riem krijgt hoe dan ook een andere status in de groep. “Die kun je niet meer kinderachtig benaderen.”


Elite Moelker ziet de uitdagingen van de moderne maatschap- pij knagen aan het gesloten elitekarakter van de oplei- dingen. Echt verontrustend vindt hij dit niet. Een strikt afgeschermd model, zoals dat in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bestaat, werkt in Nederland niet. Als


Officiers in opleiding.


militair maak je daar deel uit van een allesomvattende militaire gemeenschap. Je hoeft als het ware de kazerne niet meer af: alles is er, overal wordt voor gezorgd. “Zo is ons cadettencorps al minder een secret society dan vroeger. Tradities verdwijnen: het bedrijfsrestaurant vervangt de besloten maaltijd in de mess.” Moelker meent dat we daar niet met weemoed naar hoe- ven kijken. Maatschappelijke normen veranderen en de opleidingen passen zich aan. Het militaire beroep blijft uniek, alleen al vanwege de risico’s. “Militairen zijn anders, maar niet wereldvreemd.” De militair-socioloog bestrijdt het beeld dat er bij de opleidingen nooit iets verandert en dat excessen onuitroeibaar zijn. De toleran- tie is gegroeid. “Door al die dubbele netwerken en soci- ale media hou je sowieso niks meer geheim.” Hij verwijst hierbij naar onderzoek van de Amerikaanse socioloog Mark Granovetter. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontwikkelde Granovetter de invloedrijke theorie The strength of weak ties. Hierbij vergeleek hij netwerken met spinnenwebben: hoe dun de afzonder- lijke draden ook zijn, het eindresultaat is een sterke en flexibele constructie. “Veel beter dan een paar stugge staaldraden. Zo kun je modern kameraadschap light ook zien”, besluit Moelker.


juni 2016 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65