This page contains a Flash digital edition of a book.
ie dagelijks de corridor Schiphol – Amsterdam - Al- mere (SAA) gebruikt, be- grijpt het besluit de capaciteit van deze verbinding te vergroten. Hiervoor is het ‘programma SAA’ ontwikkeld. Naast het vergroten van de vervoerscapaciteit op deze corridor, is er veel aandacht voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in aangrenzende woonge- bieden. De meest in het oog springende maatregel daarvan is de Gaasperdam- mertunnel. Hier wordt de weg getrans- formeerd van een hooggelegen weg, dwars door stedelijk gebied, naar een landtunnel waarvan het dak onderdeel wordt van het maaiveld in dat stedelijk gebied.


W


Kabels en leidingen en de tunnel


Het KBL-pakket in dit project is kenmer- kend voor een stedelijk gebied. Het om- vat alle nutsvoorzieningen die bij een stad horen en het ligt in zones langs het onderliggende voet- en fietspadennet dat de Gaasperdammerweg kruist. Het project ‘Functievrij maken KBL Gaas- perdammertunnel’ heeft grote invloed op het dagelijks leven van de bewoners in de aangrenzende woongebieden. De overlast wordt veroorzaakt door tijdelij- ke verkeersroutes, een tijdelijk verdwe- nen groenstructuur, parkeergarages die lastig te bereiken zijn, geluid- en tril- linghinder en een openbare ruimte die grootschalig tot werkterrein is verwor- den.


De verleggingsopgave De Gaasperdammerweg ligt op een aar- den baan die tevens de waterkering


vormt tussen de polders aan de noord en aan de zuidzijde van de weg. Een van de tunnelwanden zal deze waterkerende functie over moeten ne- men. Voor het bepalen van de verleg- gingsopgave zijn naast het aspect van de waterkering nog een aantal aspecten in ogenschouw genomen om tot een ri- sicoprofiel van het verleggingswerk te komen. Deze aspecten zijn: 1. Welke bestaande kabels en leidingen vormen een knelpunt voor de bouw- opgave?


2. De techniek van de civiele opgave;


HET PROJECT


VEROORZAAKT ERNSTIGE HINDER VOOR HET VERKEER IN EEN GEBIED VAN CIRCA 6 KM2


in welke mate interfereert een verleg- ging met het civiele werk?


3. Wat is de geschatte doorlooptijd en hoe staat deze in relatie tot de start- en totaal beschikbare uitvoeringstijd van het DBFM-contract?


4. De mate van zekerheid van de nood- zaak van een verlegging; staat deze vast of hangt hij af van het uitvoe- ringsontwerp?


5. Welke partij is het best in staat het risico van een tijdige verlegging te managen; de opdrachtgever of de opdrachtnemer van het DBFM-con- tract?


Resultaten verkenning Voor de te bouwen tunnel bleek het verleggen van alle kabels en leidin- gen vooraf noodzakelijk. Meenemen in het DBFM-contract bracht een te groot tijdsrisico met zich mee.


De bestaande leidingen liggen letterlijk 34 Nr.7 - 2014 OTAR


Foto: Jorrit Lousberg


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48