This page contains a Flash digital edition of a book.
Vestigingsvoorwaarden Hans de Boer, die eerder dit jaar Ber- nard Wientjes opvolgde bij VNO-NCW, vertelt dat hij niet blij werd toen hij zich voorbereidde op de bijeenkomst. “Ik zie gestapelde bezuinigingen op infra, 6,5 miljard euro minder voor het Infrafonds en een verdubbeling van het aantal fail- lissementen. Ieder jaar gaan er wel 3000 banen in deze sector verloren.” Hij sig- naleert een inbalans met het autoge- bruik dat volgens hem jaarlijks 20 mil- jard oplevert, terwijl er ‘slechts’ voor 5 miljard wordt geïnvesteerd. “Goede in- fra levert veel op. Denk aan mooie ves- tigingsvoorwaarden. Van oudsher is Nederland de ‘Gateway to Europe’ en staan we bekend om onze cultuur – we spreken onze talen goed -, goede IT, goede infra, et cetera. Als je dat mooi- er maakt, verbetert het vestigingskli- maat en draait de economie dus beter. Het moet helemaal tip-top zijn. Ik zeg niet dat het nu superslecht is, dat zeker niet, maar het moet uitblinken.” Volgens De Boer is de infrasector teveel in het defensief gedwongen. “Maar dat moet veranderen naar een offensief.” Twee-


de Kamerlid Visser is het met hem eens. “We staan aan de top qua waterveilig- heid en het moet goed zijn. Al er iets misgaat, gaan investeerders twijfelen.”


Niet rooskleurig Dronkers, DG van Rijkswaterstaat, on- derschrijft dat de situatie in de bouw nou niet bepaald rooskleurig is. “Het lijkt op het eerste gezicht mooi, want de mobiliteit neemt toe, we hebben het Deltaprogramma, veel van de wegen en kunstwerken zijn na de Tweede We- reldoorlog gebouwd en moeten gere- noveerd worden. Maar helaas gaat het toch niet goed in de bouw.” Hij stelt dat het tijd is om de relatie opdrachtgever – opdrachtnemer te herijken. “Met func- tioneel specifi ceren hebben we een po- ging gedaan, maar dat is toch niet echt gelukt. We moeten het samen doen.” Als positief voorbeeld noemt hij de Ruimte voor de Rivier-projecten. “Daar is de markt vroegtijdig bij betrokken. Op 34 plaatsen in het rivierengebied werken we aan ruimte voor het rivierwater. Op deze manier beveiligen we de Randstad tegen overstromingen. Tegelijkertijd ge-


ven we hier een impuls geven aan na- tuur, recreatie en de lokale economie.” Vooral bij dit soort projecten moeten volgens Dronkers Rijkswaterstaat en de markt hun krachten bundelen, om sa- men te komen tot projecten met meer maatschappelijke kwaliteit. “De grootste winst is te boeken als je al in de plan- fase samen optrekt. Daar kunnen we samen problemen in beeld brengen en werken aan vernieuwende oplossingen met maximale meerwaarde voor de om- geving.”


Co-creatie


Ook de landtunnels bij de A2 en in Maastricht noemt hij als voorbeeldpro- jecten. “Daarmee slaan we drie vlie- gen in één klap. We zorgen ervoor dat de doorgaande snelwegen de lucht in de stad niet langer vervuilen en de stad in tweeën splijten. Bovenop die tunnels worden stadsparken en sportvelden aangelegd en woningen gebouwd. Een slimme combinatie van uiteenlopende functies, dus. Bovendien kan het com- bineren van dit soort verschillende doe- len en functies in een gebied kostenbe-


Nr.7 - 2014 OTAR O Nr.7 - 2014TAR 13


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48