This page contains a Flash digital edition of a book.
Logistiek in de bouw Arthur van Dijk van TLN vraagt aan- dacht voor de logistiek van de bouw. Het gebruik van verschillende modali- teiten, zoals vervoer per spoor of over water, wordt volgens hem veel meer toegepast, maar het ontbreekt aan een integrale visie over logistiek transport. “Uiteindelijk gaat het om het totaalplaat- je voor de lange termijn. Goede door- voer is essentieel voor onze Europese rol. Het is belangrijk voor de concurren- tiekracht van Nederland. We moeten in dat opzicht echt een next step maken.”


Lagere overheden


In het publiek zit ook Ton Kneepkens, directeur van TPA Nederland en pro- jectleider van REDMIJNWEG. Hij maakt zich zorgen over het weglopen van ken- nis bij lagere overheden. “Een gemeen- te heeft steeds minder deskundigheid op dit vlak. Hoe kan deze overheidslaag nou een stelling innemen als de aanne- mer met een slimme oplossing komt? Maar gemeenten zijn wel belangrijke opdrachtgevers. Zo’n 40 tot 50 pro- cent van de opdrachten komt van ge- meenten.” Ook Van Dijk van TLN her- kent dit beeld. “Soms worden wegen opeens afgesloten voor doorgaand ver- keer, waardoor transportbedrijven voor een probleem komen te staan. Gemeen- ten zien soms niet dat ze deel uitmaken van een groter geheel. Het is triest als dit gebeurt door een gebrek aan ken- nis.” Dronkers erkent het probleem en vindt dat overheden veel meer zouden moeten samenwerken. “Als Rijkswater- staat hebben wij erg veel ervaring. Wij kunnen die overheden helpen en pro- beren die samenwerking nu ook van de grond te krijgen.” Verhagen stelt dat hij in toenemende mate een kruisbestui- ving tussen Rijk, provincie en gemeente ziet. “Ze hebben ook steeds meer met elkaar te maken.” Tweede Kamerlid Vis- ser pleit ervoor om meer afspraken te maken over het onderliggend wegennet bij het toekennen van de budgetten. “Er gaat jaarlijks twee miljard naar de lage- re overheden. Er zouden afspraken over gemaakt kunnen worden in het MIRT, maar dat automatisme zit er nog niet in. Beheer en onderhoud van infra is mak- kelijk om op te bezuinigen. Maar veel in- fra is aan het einde van de levensduur.”


NL als exportproduct Maar zijn er nu ook oplossingen? Vol- gens De Boer moet Nederland ‘water’ als exportproduct meer uitnutten. “Wij zijn daarin the top of the world. Maar als ik naar het Deltaprogramma kijk, dan zie ik als einddatum 2050, maar zie dat de financiering slechts tot 2028 veilig is gesteld. Als Nederland de top of the world wil blijven, dan moet dat naar vo- ren worden gehaald. Ik zie onvoldoende oproep tot urgentie.” De Boer roept op om de mainportstrategie weer af te stof- fen. Hij ziet Nederland graag als living lab, “waarin we moeten bewijzen hoe goed we zijn”. Een omschrijving waar Rijkswaterstaat DG Dronkers zich in kan vinden. “Niet alleen op het gebied van water, maar ook qua mobiliteit. Kijk wat er op dit moment rondom Helmond ge- beurt, waar een permanente testomge- ving voor slimme verkeerssystemen is. Als je innovaties in eigen land kunt la- ten zien, is dat een enorme kans voor de export. We moeten dat uitnutten en versterken.”


Vitale delta Ook Verhagen ziet oplossingen: “Het gaat om investeringen. Het gaat om vele miljarden. Hoe garandeert de po- litiek dat die er komen en in een spe- ciale ‘spaarpot’ gaan? Wettelijke nor- men helpen, ‘harde’ politieke afspraken of fondsvorming ook. Maar waterdichte garanties zijn het niet. Het voormalige FES en het huidige Infrastructuurfonds waren pogingen om genoeg te reserve- ren voor infrastructuur – tot de crisis uit- brak. Dus moet er allereerst iets op een


De visie van Ton Kneepkens


REDMIJNWEG moet het credo zijn en blij- ven van de beheerders van infra. Als de hand op de knip worden gehouden bij het bestuur, omdat ze niet weten wat de dag van morgen brengt, dan is in elk geval be- langrijk voldoende fi nanciële ruimte te re- serveren of te behouden voor het in stand houden van de infra in de openbare ruim- te.


Onderhoud betekent niet meer en niet minder dan echte grote investeringen uitstellen. Máár onderhoud is véél meer. Het is óók zorgen voor levensduurverlen- ging van bouwwerken, het is duurzaam omgaan met nog beschikbare primai- re grondstoffen en met reeds in de bouw toegepaste grondstoffen. En het is vaak minder hinder voor de gebruiker van de infra en voor de omgeving. Kortom, ON- DERHOUD infra loont op vele vlakken. Géén onderhoud zou dan ook een vorm van een economisch delict kunnen of moeten zijn en overheden die hierop be- zuinigen, zouden beboet moeten worden. Want elke euro onderhoud nu bezuinigd, is het veelvoudige uitgeven in de nabije toekomst!


REDMIJNWEG heeft de afgelopen jaren met acties onderhoud infra op de kaart gezet. Met actuele thema’s als Winter- schade, Koud is duurzaam, Meer met minder, Voorkomen is beter dan genezen en Houd uw weg in conditie is onderhoud bij wegbeheerders weer bekend gewor- den. een gezicht gegeven. Maar RED- MIJNWEG is niet alléén voor de tech- neuten, het is nog meer een appèl aan beleidsmakers en bestuurders om onze leefomgeving leefbaar te houden. Daarom was REDMIJNWEG aanwezig in de week van de bouwkeet om Onderhoud onder de aandacht te brengen bij politici. REDMIJNWEG is kennis maken, nemen en delen, het is communicatie met de markt om het belang van onderhoud te belichten. Want onderhoud is de oplos- sing voor problemen door de problemen juist te voorkomen.


Ir. A.G. Kneepkens Directeur TPA Nederland Projectleider REDMIJNWEG, Bouwend Nederland


Nr.7 - 2014 OTAR O Nr.7 - 2014TAR 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48