This page contains a Flash digital edition of a book.
u vragen of ook Ton Bodaan voor een onderscheiding in aanmerking komt? Hij heeft zijn leven gegeven.’ En toen was het antwoord: ‘Nee, hij is gesneuveld.’ Daarop ben ik boos geworden en heb ik gezegd dat ik geen prijs stelde op welke koninklijke onderscheiding dan ook als men op deze wijze meende zich te moeten uitspreken over een collega van mij die gesneuveld is. Daarna ben ik wegge- lopen.” Het trieste van dit verhaal is dat zijn vriend Bodaan, het was Sitter zelf die in de dagen na mei 1940 meeging om de ouders persoonlijk in te lichten over het sneuvelen van hun zoon, later wel degelijk postuum de Militaire Willems-Orde (MWO) kreeg toegekend. Sitter zelf heeft nooit meer iets vernomen en is daarmee waarschijnlijk de enige Nederlandse vlieger met een luchtoverwinning op zijn naam en die ook nog elke dag van de meidagen is ingezet, die geen enkele onderscheiding heeft gekre- gen. Hij geeft nu aan dat hij toen overweldigd werd door emoties, die hem bleven achtervolgen na de traumatische gebeurtenissen van de meidagen, en dat dit op zijn optre- den bij de commissie van invloed is geweest.


Meten met dezelfde maat Geen enkele onderscheiding krijgen, is natuurlijk wrang,


maar de geschiedenis kent ook tal van voorbeelden waar- bij je je af kan vragen of er wel altijd met dezelfde maat gemeten is bij het toekennen van onderscheidingen. Als men de staat van dienst van bijvoorbeeld een vlieger als Bob van der Stok vergelijkt met die van Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema, dan zal iedereen het er over eens zijn dat Roelfzema die MWO verdiende, maar zich afvragen waarom Bob van der Stok dan niet. Hij had als jachtvlieger op een Fokker DXXI in de meidagen van 1940 en later als Spitfire-piloot meerdere overwinningen op zijn naam staan, zou twee keer als Engelandvaarder bevrijd gebied bereiken, waarbij één keer uit het krijgs- gevangenkamp Stalag Luft III (waarop de film The Great Escape gebaseerd was) en zou wel de meest gedecoreerde Nederlandse militair worden, maar niet de MWO krijgen. Blijkbaar, en dat is ook niet vreemd, is het voor een dap- perheidsonderscheiding vooral belangrijk dat het door getuigen, liefst hoog in rang, gezien wordt. In het geval van Roelfzema werkte de nabijheid van de koningin natuurlijk in zijn voordeel. Ook kan het ene krijgsmacht- deel er beter in zijn om het dappere gedrag van zijn manschappen te herkennen dan het andere. Zo heeft bij de Koninklijke Marine de nabijheid van een meerdere op een schip vanzelfsprekende voordelen als het gaat om het voordragen van mensen voor dapperheidsonderschei- dingen. Bij de Koninklijke Marine zal aan de andere kant wel weer de kans kleiner zijn dat men in de strijd ‘in de eenzaamheid van de schuttersput’ moed kan bewijzen.


Scheef beeld Het is dan ook onmogelijk om te veronderstellen dat bij


de toebedeling van de dapperheidsonderscheidingen iedereen datgene krijgt wat hij verdiend heeft. Het is ook niet zo dat men er ‘recht’ op heeft na een bepaalde prestatie. Men kan op voordracht hiervoor in aanmerking komen, waarna officiële toekenning mogelijk is. Scheve ogen zullen er echter altijd blijven. Ook generaal Van Nijnatten, de generaal die verantwoordelijk was voor de onderscheidingen die na de meidagen werden uitgereikt,


Vlieger Henk Sitter. Foto: privécollectie Henk Sitter


concludeerde bij deze afhandeling in 1941 al: ‘Terwijl sommige commandanten dus op zeer ruime schaal voor- drachten voor het toekennen van eervolle vermeldingen indienden, hebben anderen gemeend zich tot enkele sprekende gevallen van betoonde dapperheid te moeten beperken.’


Daar waar er sprake is van een patroon kan hier natuur- lijk, ook achteraf, kritisch naar gekeken worden. Bij- voorbeeld in het geval van de inzet van de koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog, waarbij 3400 zeelieden zijn omgekomen en honderden schepen verloren zijn gegaan, kan men stellen dat de koopvaardijlieden er wel heel karig vanaf zijn gekomen. Met slechts een handvol MWO’s voor een aantal gezagvoerders en verder nog wat andere dapperheidsonderscheidingen kan het niet anders dan dat dit een scheef beeld geeft van wat er werkelijk gebeurd is en hoe ze zich hebben ingezet. Generaal Van Nijnatten schreef daarom ook al in 1941: ‘Dat ook deze onbekende dapperen, bij de verdere bestudering der krijgsgeschiedenis voor het voetlicht zullen treden. Als- dan zullen nadere voordrachten worden ingediend.’ Voor het overgrote deel van het koopvaardijpersoneel was


JUNI 2014 9


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65