This page contains a Flash digital edition of a book.
volgens Wecke de Wereld Onderscheiding E


r worden in ons vaderland nogal wat onderscheidingen uitgereikt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen


onderscheidingen voor burgers en voor militairen. Je hebt ze van hoge, lage en laagste rang. Je hebt ze voor dapperheid, voor toewijding of voor een niet-mili- taire prestatie. En je hebt ze kennelijk voor staatshoofden en een enkele keer ook voor leeghoofden, mits van hoge status. Voor een onderscheiding zijn drie perso- nen of instellingen nodig: de aanvrager, de beoogde te vereren persoon, groep of instelling en uiteraard de instantie die het ereteken verleent. Een onderschei- ding strekt tot eer van zowel de gedeco- reerde als de gevestigde maatschappij van waaruit de onderscheiding wordt aangevraagd. Een onderscheiding ver- sterkt enerzijds de gevestigde orde door toevoeging van een extra toegewijde burger of militair, terwijl die anderzijds de gedecoreerde de officiële erkenning geeft dat hij of zij van maatschappelijk belang is. Een probleem bij onderscheidingen blijft altijd: wie krijgt er wel één en wie niet? Natuurlijk zijn er voor elke onder- scheiding wel criteria geformuleerd, maar toch blijken velen buiten de boot te vallen. Ook worden er nog steeds onderscheidingen verleend aan perso- nen die gewoon gedaan hebben waar ze (dik) voor betaald werden of worden. Bovendien is de keuze voor de hoogte van de onderscheiding vaak mede afhankelijk van de maatschappelijke status van de beoogde ‘decorandus’. Een enkele keer weigert die het ereteken in ontvangst te nemen; dan staan de aan- vragers voor schut. Dit gebeurt vaker bij burgers dan bij militairen. Militai- ren zijn ook in dezen gehoorzamer en gewend om een van bovenaf verordon- neerde behandeling blijmoedig te onder- gaan.


De hoogste Nederlandse militaire onder- scheiding is de Militaire Willems-Orde:


documenten over het hek, zulks om hun weerzin tegen de Vietnamoorlog te demonstreren. Het teruggeven van eer- der ontvangen eretekens kan van meer maatschappelijke betekenis zijn dan ze te ontvangen.


‘tot belooning van uitstekende daden van moed, beleid en trouw, bedreven door diegenen, welke, zoo ter zee als te lande, in welke betrekking ook, en zonder onderscheid van stand of rang, Ons en het Vaderland dienen’, aldus koning Willem I bij de instelling in 1815. Het gaat daarbij dus om dapper- heid, bedachtzaamheid en het zich houden aan bepaalde waarden. In 1946 benoemde koningin Wilhelmina haar schoonzoon prins Bernhard tot Ridder der tweede klasse of Commandeur in de Militaire Willems-Orde. Zij zou daarmee de traditie gevolgd hebben dat de com- mandant van een legerkorps, in dit geval de Binnenlandse Strijdkrachten, deze onderscheiding na een behaalde over- winning ontvangt. Dat de prins dapper was, soms bedachtzaam en minstens trouw aan zichzelf, zijn schoonmoeder en bepaalde vooroorlogse waarden staat buiten kijf. Maar militairen en met name veteranen kunnen, nadenkend over hun werkzame leven, tot de conclusie komen dat ze het, bij nader inzien, niet eens zijn met de indertijd opgedragen acties. Zo heeft de huidige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry op 23 april 1971 als veteraan zijn medailles – driemaal een Purple Heart, een Silver en een Bronze Star – bij het Capitool over het hek gegooid. Hij was niet de enige, tijdens een demonstratie gooiden in ruim twee uur tijd achthonderd vetera- nen hun onderscheidingen, medailles, lintjes, hoofddeksels, jassen en militaire


Inmiddels kent de Amerikaanse krijgs- macht een nieuwe onderscheiding: de Distinguished Warfare Medal. Het is een eremetaal met name bestemd voor drone-piloten die op duizenden kilome- ters afstand op de knop drukken. Geen wonder dat de Amerikaanse militairen in Afghanistan, maar ook veteranen, daar ‘enige’ kritiek op hadden. Men noemde de onderscheiding denigrerend de ‘Nintendo-medaille’, de ‘Medaille voor Oorlogvoeren op grote afstand’. Voor nieuwe vormen van oorlogvoeren door middel van drones is niet langer moed vereist, wel beleid in de zin van bedachtzaamheid. Al moet dat laatste ook niet overdreven worden. De drone- piloot die te veel nadenkt over de aard van zijn werkzaamheden en die van zijn slachtoffers, maakt kans op posttrauma- tische stress, een risico dat, naar men zegt, de hoogwaardige militaire onder- scheiding meer dan rechtvaardigt. Moed is dus niet langer nodig voor deze drone-medaille. Volgens de Ameri- kaanse minister van Defensie biedt de medaille ‘een speciale erkenning voor de buitengewone prestaties die direct impact hebben op de gevechtsoperaties, maar die niet te maken hebben met moed of fysiek risico’. Misschien valt in dat licht niet uit te sluiten dat het thuis- front van de uitgezonden militair, dat immers van groot belang is voor het moreel van de strijdende manschappen, ook voor een onderscheiding in aanmer- king komt: de Thuisfrontmedaille (met de Digitale Zwaarden).


Drs. Leon Wecke is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en oud-directeur van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken.


JUNI 2014


15


Column


Foto: William Moore


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65