This page contains a Flash digital edition of a book.
er slechts het Oorlogsherinneringskruis, weliswaar een mooie blijk van waardering, maar geen dapperheidson- derscheiding. Ook bleek dat hiervoor eerst de doopceel van de betrokkenen gelicht werd. Hoewel dit gebruikelijk was, werd het door velen van de schepelingen als ‘kren- kend’ ervaren. Met het lichten van de doopceel komen we bij een ander facet van het uitreiken van dapperheidsonderscheidin- gen dat in de recente geschiedenis met Marco Kroon ook speelde. Waar eindelijk na jaren weer een militair voor- gedragen werd voor de hoogste militaire onderscheiding, kon diezelfde onderscheiding gelijk weer van rechtswege vervallen bij een veroordeling tot een gevangenisstraf van tenminste een jaar. Kroon werd uiteindelijk vrijgesproken van het hem ten laste gelegde drugsbezit. Alhoewel Kroon volgens eigen zeggen de eerste zou zijn om zijn MWO weer in te leveren bij een schuldigverklaring, begon menigeen vraagtekens te stellen bij het zo strikt toepassen van de regels, zelfs al zou het middelenmisbruik zijn aan- getoond. Wanneer men bedenkt dat in de Tweede Wereldoorlog de vliegers, maar ook vele anderen, onder wie niet de minsten, benzedrine gebruikten om maar wakker te blij- ven, dan kan men op zijn vingers nagaan dat er heel wat MWO-dragers geweest zijn die dan vandaag de dag, ook als het gebruik officieel was voorgeschreven, absoluut niet meer voor die onderscheiding in aanmerking zouden komen. Er is echter niemand die op grond van dit soort achteraf te constateren feiten de toegekende MWO’s ter discussie zal stellen. Met al dit soort tumultueuze benaderingen van het al dan niet terecht toekennen van dapperheidsonderscheidingen wordt er vaak vanuit gegaan dat het uiteindelijke toeken-


nen dan ook zaligmakend is. Toch is dit ook niet waar. Juist het bestaan van de scheve ogen of de publicitaire toestanden die iemand als Kroon heeft moeten doorstaan naar aanleiding van de toekenning, maken het ook belas- tend (zie ook kader).


Bronzen leeuw


In het Nationaal Archief zijn de stukken te vinden aan- gaande de voordrachten tot toekenning van onderschei- dingen en eervolle vermeldingen uit de periode van de meidagen van 1940. Hier zijn ook gegevens terug te vinden van Sitter. Zo ook wie hem uiteindelijk heeft voor- gedragen, want dat is hij ook nooit te weten gekomen: majoor M.G van Voorthuysen.


‘Is gedurende de dagen 10 t/m 14 mei ondanks alle geva- ren en vermoeienissen voortdurend bereid gevonden alle hem opgedragen vluchten te ondernemen, terwijl bekend was dat het overwicht van den vijand in den lucht zoo groot was, dat de kans om terug te keren uiterst gering was. Heeft o.a. deelgenomen aan de vlucht naar den Grebbeberg op 13 mei. Waarschijnlijk 2 vijandelijke vlieg- tuigen afgeschoten’, aldus deze majoor in de voordracht van Sitter. Allen die een eervolle vermelding kregen voor hun daden in de meidagen van 1940 werden voorgedragen voor een dapperheidsonderscheiding. In de map waar diegenen worden genoemd die worden voorgedragen voor de Bronzen Leeuw staat Sitter. Hij staat in het gezelschap van namen als Plesman en Sonderman. Bij elk van deze namen staat met potlood in de kantlijn ‘afgedaan’. Plesman en Sonderman hebben de Bronzen Leeuw uitgereikt gekregen. Het lijkt er op dat aan Sitter de Bronzen Leeuw zou worden toegekend. Het is er nooit van gekomen.


Geen verzekering voor geluk


Het is niet zo dat na toekenning van een dapperheids- onderscheiding de rest van het leven van de onderscheidene meteen van geluk en voorspoed verzekerd is. Zo lijkt bij- voorbeeld de in 1986 gestorven kapitein Willem de Roos, die voor zijn inzet bij de gevechten om Hedel in 1944 met de Prinses Irene Brigade de Militaire Willems-Orde kreeg uitgereikt, voor de rest van zijn leven met een ongekende rusteloosheid opgezadeld te zijn. Hij verhuisde van hot naar her over de hele wereld, om uiteindelijk zelfs , zijn gezin achterlatend, de eenzaamheid van de wildernis van Canada te verkiezen boven de bewoonde wereld. Volgens zijn zoon had zijn vader hem verteld dat zijn beste jaren de oorlogsjaren waren geweest en dan niet het daadwerke- lijke vechten, maar de tijd ertussenin. ‘He said he felt the most alive during those years, mostly because he and others lived their days as if they may be their last (Hij zei dat hij voelde dat hij leefde tijdens die jaren, omdat hij en ande- ren iedere dag leefden alsof het hun laatste was)’, aldus de zoon in het boekje Een Dapper Man over het leven van De Roos, dat geschreven werd door Tweede Wereldoorlogve- teraan Gilles Borrie (zie ook Checkpoint 1-2011).


10


De uitreiking van de Militaire Willems-Orde aan Willem de Roos (tweede van links). Foto: privécollectie Gilles Borrie


JUNI 2014


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65