This page contains a Flash digital edition of a book.
kamp was een gracht van drie meter diep en drie meter breed gegraven om ontsnapping te voorkomen. Later werd duidelijk dat deze gracht ook bedoeld was om er, zodra het werk aan de Birmaspoorlijn was voltooid, de gevangenen in te drijven en hen met mitrailleurvuur te vermoorden. Deze massamoord werd voorkomen door de atoombommen die de geal- lieerden op Nagasaki en Hiroshima gooiden.


Kennis van de natuur Tijdens het loodzware werk aan de


Julius Ernst (vooraan) wacht op de boot naar Java. De boot op de foto is een begeleidingsschip. Foto: privécollectie Julius Ernst


gebruiken in plaats van zand. Bij het testen van een gereed stuk spoor- weg gingen de Japanners daarom niet over één nacht ijs. Ze lieten een zwaarbeladen wagon over het nieuwe deel van de spoorbaan rijden om te zien of de ondergrond stevig genoeg was. De voorste wagon was leeg, de wagons daarachter waren geladen en reden voorzichtig de


gevangenen naar het moederkamp Tamarkan en van daaruit weer naar een volgende paal of kamp. Om de tien dagen was er een rustdag, die meestal werd gebruikt om te vis- sen. Daarbij werd met toestemming van de Japanners vaak dynamiet gebruikt.


Massamoord ‘Door de


atoombom werd de massamoord op krijgsgevangenen voorkomen’


rails op. Werd er zo’n zwakke plek ontdekt, dan werd die met zand en stenen opgehoogd. Koreanen fun- geerden daarbij als bewakers; zij waren vaak wreder dan de Japan- ners. Als het werk aan een deel van de spoorbaan klaar was, gingen de


48 JUNI 2014


Hoe de gevangenen het opgedragen werk aan de spoorbaan volhielden, is nauwelijks voor te stellen. De beroepsmilitairen hadden tijdens hun opleiding geleerd hoe je in het oerwoord kon overleven, maar er werkten ook burgerambtena- ren en niet te vergeten duizenden romusha’s, jonge Javaanse dwang- arbeiders, mee. Bij de aanleg van de Birmaspoorlijn zijn in totaal 18.000 dwangarbeiders, onder wie 2203 Nederlanders en een enorm aantal romusha’s om het leven gekomen. Eenmaal terug in Ban Pong ver- huisde Ernst naar een ander kamp, waar hij moest helpen bij het bevoor- raden van de krijgsgevangenenkam- pen en jappenkampen met rijst, olie, vlees en vis. Treinen moesten geladen worden. De krijgsgevange- nen werden kaal geschoren, zodat ze direct herkend zouden worden als ze de benen wilden nemen. Om het


Birmaspoorlijn stierven veel gevan- genen aan cholera en dysenterie. In de groep van Ernst bevonden zich ook een arts en een chirurg. Dankzij hun medische kennis en Ernsts eigen kennis van de natuur slaagden zij erin om de darmaandoeningen enigs- zins te bestrijden. Ze trokken bijvoor- beeld thee van gedroogde pitten van de inheemse jambu klutuk, bij voor- keur van de soort die rode vruchten draagt. Ze mengden een handvol jonge blaadjes ervan met een thee- lepel fijngehakte kayu pulasari en twee kopjes water en lieten dat tot de helft inkoken. Het aldus verkregen vocht moest men twee maal daags innemen. Dat hielp de diarree te stoppen. Hetzelfde gold voor thee getrokken van de vruchten van de custard-appelboom. “Wij waren in Indië vertrouwd met dit soort mid- deltjes”, vertelt Ernst. Bij gebrek aan verbandmiddelen voor etterende wonden werden in het oerwoud soms ook knabbel- visjes gebruikt om de wonden te zuiveren. In Europa wordt voor dit doel nog steeds gebruikgemaakt van garra rufa visjes. Deze visjes, ook wel pedivis, Dr. Fish of Kangalvis genoemd, bevinden zich in de ther- male wateren rondom de stad Kangal in Turkije, in Iran, in Syrië en in Irak, landen waar de heilzame werking van deze vis allang bekend is en vooral wordt gebruikt ter genezing van huidaandoeningen als psoriasis en eczeem. Wellicht is het te danken aan de ken- nis van wat de natuur te bieden heeft ter bestrijding van cholera en dysen- terie in de krijgsgevangenenkampen dat van de tweehonderd krijgsgevan- genen waarmee Ernst aan de Birma- spoorlijn heeft gewerkt, er slechts drie hun gevangenschap niet hebben overleefd.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65