search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
NAAM Niek Fonteine


MISSIE UNPROFOR


RANG Soldaat


Niek Fonteine


Terug naar Bosnië


O


nverwachts komt mijn 16-jarige zoon met de vraag of we samen op vakantie naar Bosnië zullen gaan. Hij wil nu wel eens met


eigen ogen zien wat Bosnië voor een land is na alle verhalen die hij van mij heeft gehoord. Enthousiast plannen we in één avond de route. Grotendeels langs de plaatsen die ik in 1993 tijdens mijn uitzending naar Centraal Bosnië als dienstplichtig soldaat heb bezocht. Gedurende een half jaar heb ik voor UNPROFOR/UNHCR (de vluchtelingenor- ganisatie van de VN) hulpgoederen gereden bij het 1 NL/BE UN Transportbataljon. Vaak aangeduid als de vergeten missie, omdat ‘Srebrenica’ alles wat Nederland in Bosnië heeft gedaan, overschaduwt.


Gebouwen met littekens Onze reis begint in Tuzla met een overnachting. Van daaruit rijden we via Lukavac en Zenica naar Vitez. Niet de meest toeristische route, maar wel een met voor mij veel herinneringen.


In Lukavac en Zenica staan nog steeds de oude warehouses (magazijnen) waar we hulpgoe- deren brachten met onze 10-tonner vracht- wagens. Het contrast met toen is enorm. Met alle rijkdom en overdaad van nu, kan ik mijn zoon niet uitleggen dat er toen honger was en dat de bevolking afhankelijk was van de UNHCR-transporten. De wederopbouw geeft een Westerse indruk. Nu is er eten in overvloed en is wifi alom beschikbaar. Toch dragen veel gebouwen nog de littekens die kogels en granaten achterlieten. De natuur met bossen, bergen en beekjes geeft een vakantiegevoel. Maar bij alles wat ik zie, komen ook de herinne- ringen terug aan de ontberingen en het geweld dat de lokale bevolking moest ondergaan en waar wij dagelijks getuige van waren. Om alle frontlinies heen werden steeds meer huizen verwoest. We zagen mensen vluchten met hun schamele huisraad op handkarren en geplunderde huizen waar de geur van dood en verderf rondhing. Zuiveringen. In de meeste dorpen en steden is hiervan nu gelukkig weinig meer te zien.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124