p 7 december 1957 wordt de bemanning van de onderzeebootjager Hr.MS. Drenthe opgeroepen onmiddellijk van verlof terug te keren om met spoed naar Nieuw-Guinea te vertrekken. Als
19-jarige beroepsmilitair hoor ik daar ook bij. Op 11 december vertrekken we uit Den Helder en op 28 januari 1958 komen we – via Pearl Harbor – aan in Hollandia. Nu kan het echte werk beginnen: patrouilleren, overdag met rustige snelheid, 's nachts op full speed. Op 20 februari 1958 treffen we het KPM-schip de Kasimbar. We sommeren het schip te stoppen, maar dat wordt genegeerd. Het waarschuwingsschot ‘voor de boeg’ wordt beantwoord met geweervuur. Op dat moment ben ik via de buitentrap op weg naar de brug naar de officier van de wacht en hoor drie inslagen naast mij. Al snel volgt het commando ‘oorlogswacht op post’. Voor mij betekent dat de laadruimte van het 12 cm kanon. Onderwijl is de Kasimbar midscheeps getroffen en staak het alle vijandigheden. Die treffer was overigens op zes meter van een laadruimte met kerosine. De op de Kasimbar aanwezige militairen worden gevangengenomen. Na alle hectiek die dag besluit ik te kijken waar ik mij bevond toen het schieten begon. Ik zie een treffer naast de trap in de brug, één in de schoorsteenoploop en één bij het richttoestel. Nog vaak denk ik terug welk geluk ik die dag heb gehad.