Ooggetuige
53
Oranje-Nassau. ‘Een grote verrassing,’ zegt Ruijling, ‘en een nog veel grotere eer.’ Die heeft hij eerst en vooral te danken aan zijn inspanningen voor de organisatie van de Sunset March. ‘In 2013 werd de brug over de Waal naar Nijmegen, de Oversteek, geopend’, vertelt Ruijling, gevraagd naar het verhaal achter zijn bijzondere initiatief. ‘Ik had gelezen dat bij het ontwerp van de brug 48 paren straatlichten hoorden die bij zonsondergang één voor één aangaan. Deze lampen verwijzen naar de 48 Amerikaanse parachutisten die in september 1944 omkwamen toen ze roeiend de Waal overstaken, als onder- deel van Operatie Market Garden. Dat vond ik zo’n bijzondere geschiedenis dat ik naar de brug ben toegegaan. Toevallig stond ik erbij toen het eerste lichtpaar aanging en toen ben ik de brug overgelopen in het tempo waarin de lampen aangingen. Ter plekke kreeg ik het idee voor de Sunset March: de dagelijkse oversteek van de brug door een veteraan, bij zonsondergang. Ik nam me meteen voor om het te gaan regelen.’
Positieve beeldvorming Dat het niet bij een voornemen is geble- ven, bewijst het feit dat al sinds 19 okto- ber 2014 elke dag een veteraan de mars over de brug loopt. Hoe heeft Ruijling dit voor elkaar gekregen? ‘Ik heb dat uiteraard niet alleen gedaan. Ik woon in Elst en ken in die contreien veel veteranen. Toen ik vier van hen voor- stelde dit te gaan organiseren, kreeg ik uitsluitend enthousiaste reacties. We hebben een aanpak besproken en een van ons heeft een website ingericht die drie weken later online stond.’
door moeilijke momenten heen
‘Je helpt elkaar
en levert prestaties echt samen’
Al snel bleek dat het ritueel een snaar raakt: bij veteranen én bij burgers. ‘Er zijn heel veel veteranen, nationaal en internationaal, die de Sunset March graag willen lopen. Sommige deden hem zelfs al meerdere malen. Een vete- raan loopt hem in principe alleen, maar wordt meestal gevolgd door mensen – burgers, toeristen, jong en oud – die zich erdoor aangesproken voelen.’ Ruijling is er zeker van dat de dagelijk- se, twaalf minuten durende mars over de brug bijdraagt aan een positieve beeldvorming van veteranen. Dat die niet alleen landelijk veel publiciteit kreeg, maar ook de internationale pers haalde, vervult hem met trots. ‘Zelfs de New York Times besteedde er aandacht aan.’ Voor de dagen dat er geen veteraan be- schikbaar is of ‘de veteraan van de dag’ door omstandigheden uitvalt, hebben Ruijling en zijn kompanen ‘Team 31’ samengesteld. ‘Het aantal veteranen dat tot die groep behoort, is gelijk aan het aantal dagen van een lange maand’, legt hij uit. ‘Zij vangen de gaten in de planning op.’
Stokje overdragen Ruijling besteedt dagelijks enkele uren aan de coördinatie van de mars. Zo houdt hij bij wie wanneer ‘veteraan van de dag is’ en zorgt hij ervoor dat elke veteraan die de mars voor het eerst loopt een certifi caat krijgt. Hij hoopt ermee door te gaan tot zijn 70e
verjaardag, in februari 2022, en het stokje dan aan iemand anders over te kunnen dragen. Wat hem betreft wordt de dagelijkse mars voortgezet zolang er veteranen zijn. ‘Uiteindelijk gaat het ritueel niet alleen over de geallieerde soldaten die sneuvelden tijdens hun oversteek over de Waal, maar óók over mensen die nú op missie zijn’, zegt hij. ‘Daarmee is het ook een signaal aan de burgerbevolking. Die wordt eraan herinnerd dat er mensen zijn die zich altijd inzetten voor vrede en veiligheid. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Het is heel belangrijk dat mensen dat steeds opnieuw beseff en.’
OV Tim Ruijling ER
Tim Ruijling (1952) begon zijn mili- taire loopbaan als dienstplichtige in 1971. Als beroepsoffi cier diende hij bij de Luchtmacht en hij beëindigde zijn militaire loopbaan in 2007 als plaatsvervangend commandant en chef-staf bij het RMC-Zuid van de Landmacht in Vught. Tussendoor had hij diverse functies bij Defen- sie. Ruijling nam twee keer deel aan een missie. Na zijn pensioen werkte hij nog zes jaar voor het Platform Defensie Bedrijfsleven.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108 |
Page 109 |
Page 110 |
Page 111 |
Page 112 |
Page 113 |
Page 114 |
Page 115 |
Page 116 |
Page 117 |
Page 118 |
Page 119 |
Page 120 |
Page 121 |
Page 122 |
Page 123 |
Page 124