Berichten uit Doorn
61
spotlight VERENIGING
De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren (KVNRO) is opgericht na de Eerste Wereldoorlog. In de periode van de mobilisatie was een groot aantal reserveofficieren onder de wapenen. Velen van hen waren voor een langere periode weg van huis en haard en konden hun civiele loopbaan niet voortzetten. Om de belangen van de reserveofficieren ook na demobilisatie te kunnen behartigen, werd op 22 december 1917 de Vereniging van Verlofsofficieren der Nederlandsche Land- en Zeemacht opgericht. De later tot AVNRO omge- doopte vereniging kende op een hoogtepunt in 1957 een aantal van 3500 leden. In 1977 ontving de vereniging van de toen- malige koningin Juliana het predicaat Koninklijk. Naast het Korps Nationale Reserve vervullen velen een functie als specialist of als functionaris in de veiligheidsregio’s. De krijgsmacht heeft in deze tijd onvermin- derd behoefte aan reserveofficieren. Het recent ingezette project
Adaptieve Krijgsmacht zal het aantal reservisten nog aanzienlijk doen toenemen. De vereniging neemt deel aan het georganiseerd overleg met het Ministerie van Defensie en is ook vertegenwoordigd op alle niveaus van de krijgs- macht waar beleidsmatig wordt gewerkt met reserveofficieren. Belangrijk zijn ook de sociale aspecten van de vereniging, saamhorig- heid met de bijbehorende activiteiten spelen een grote rol. De vereniging organiseert bijv. jaarlijks de Tweedaagse Militaire Prestatietocht (TMPT) voor alle categorieën militairen uit binnen- en buitenland, neemt deel aan internationale schiet- wedstrijd en organiseert periodiek seminars met als onderwerpen Cyber War en Crisisbeheersing. Bovenal draagt de reserveofficier bij aan de verdediging en veiligheid van ons grondgebied in bondgenootschappelijk verband en is tevens een ambassadeur van de krijgsmacht voor de samenleving.
Veteranennota 2019–2020
De veteranennota is voor de veteranen van groot belang. Met deze nota legt de Minister van Defensie verantwoording af over de uitvoering van de Veteranenwet en tweejaarlijks wordt dieper ingegaan op het beleid zelf. De veteranennota is een belangrijk middel voor de volksvertegenwoordiging om haar controlerende taak uit te voeren en voor het Veteranen Platform om de belangenbehartiging op af te stemmen. In een notaoverleg bespreken Kamerleden de veteranennota met de minister. Ter voorbereiding daarop organiseert de Tweede Kamer een rondetafelconferentie met ervaringsdeskundigen waaronder van het Veteranen Platform en worden schriftelijk vragen aan de minister gesteld. Helaas blijkt de praktijk dit jaar anders. Met infographics wordt inzicht gegeven in wat is bereikt, maar niet hoe. Terwijl het hoe inzicht geeft of de erkenning, waardering en zorg ook in de toekomst zijn geborgd. In de voorliggende veteranennota zijn door het Veteranen Platform aangedragen punten niet of summier verwerkt. Door de Coronacrisis is de rondetafelconferentie vervallen en dus heeft het Veteranen Platform niet de kans gehad om met Kamerleden in gesprek te gaan. De Kamerleden hebben niet de gelegenheid gehad om vragen aan de minister te stellen. Ten slotte is de veteranennota niet in een apart overleg met de minister besproken maar op 18 juni in een gecombineerd overleg. Dat heeft mij doen besluiten de Kamerleden per brief te wijzen op essentiële zaken die in de ogen van het VP onvoldoende in de veteranennota aan bod zijn gekomen met het verzoek deze met de minister te bespreken. Mocht de behandeling van de veteranennota onvoldoende opleveren, dan maakt het Veteranen Platform zich hard om de veteranennota opnieuw op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen in een aparte bijeenkomst of anders in het notaoverleg Personeel in oktober. De veteranennota en daarmee de veteranen verdienen een prominente plaats in het overleg tussen de minister en de Kamer.
Brigadegeneraal b.d. Hein Scheffer, voorzitter Veteranen Platform. Het Veteranenplatform behartigt de belangen van veteranen en de aangesloten organisaties:
www.veteranenplatform.nl
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108 |
Page 109 |
Page 110 |
Page 111 |
Page 112 |
Page 113 |
Page 114 |
Page 115 |
Page 116 |
Page 117 |
Page 118 |
Page 119 |
Page 120 |
Page 121 |
Page 122 |
Page 123 |
Page 124