search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Betere keuzes Bronhouders staan aan de basis van het succes van de BRO: hoe meer data in de BRO, hoe meer en nauwkeuriger data straks beschikbaar zijn. “De be- trouwbaarheid van je model wordt veel groter. Dat betekent dat je sneller door de MER kunt, meer draagvlak verwerft en ook nog eens 15 tot 20 miljoen be- spaart in tijd en geld”, stelt Peersmann, die het project rond de N33 als voor- beeld geeft. “Daar hebben we met een multidisciplinair team in vier weken tijd voor 30.000 euro een storymap ge- maakt, compleet met alle meetgege- vens uit andere basisregistraties en uit BIM. Integraal denken is het credo voor alle opgaven.” Een dergelijke storymap is bovendien een handige tool voor de omgevingsmanager bij inspraakavon- den en overleg met stakeholders. Ver- volgens is het zaak om als contractpart- ners na elke fase risico’s, onzekerheden en kansen door te spreken. “Samen in de dataroom aan een project werken, is veel efficiënter. En we hebben het sys- teem zo ingericht dat aan het eind van het project alle data met één druk op de knop in de BRO opgeslagen worden.” Oude data met grotere onzekerheid of uitgevoerd volgens oude normen, wor- den separaat opgeslagen; over de ge- bruiksmogelijkheden hiervan maakt het werkveld te zijner tijd nadere afspraken.


Enorme kansen Als data straks allemaal hetzelfde for- mat hebben en de software voor be- werkingen en berekeningen voorhanden is, gaat de doos van Pandora open, al- dus Van der Made. “De BRO biedt enor- me kansen, waar we als BV Nederland goed geld mee kunnen verdienen. Maar dan moet wel iedereen erover naden- ken, anders hebben we straks een bak met data en missen we de essentie”, zegt hij. “Dat is ook het rendement van de BRO, dat we preciezer weten welke onzekerheid in de cijfers zit en waar het ontwerp op is gebaseerd. De huidige missing link, het georisico, is dan vol- doende duidelijk in beeld.” Tijd voor de GWW-sector om in actie te komen, stelt Peersmann. “De overheid heeft de bes- te en meest actuele data en tools be- schikbaar gesteld om op basis daarvan goede aanbiedingen te kunnen doen.


Planning Wet BRO De Wet BRO, die op 1 januari 2018 van kracht werd, verplicht bronhouders (bestuursorganen zoals ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen en rijksorganisaties, opgeteld zo’n 600 partijen) alle gegevens in het kader van wettelijke taken openbare ruimte aan te leveren. Bronhouders leveren deze gegevens per registratieobject aan, die gegroepeerd zijn in zes domei- nen: Bodem- en grondonderzoek, Bodemkwaliteit, Grondwatermonitoring, Grondwatergebruik, Mijnbouwwet en Modellen. De basisregistratie wordt in vier tranches opgebouwd en bevat zo steeds meer data, die voor iedereen kosteloos beschikbaar zijn conform het opendatabeleid (eenmalige inwinning, meervoudig gebruik).


Nu is het aan de bouwpartners om met elkaar in gesprek te gaan en samen het verschil te maken in de verkenningsfase.”


Aandacht voor gebruikskant De BRO leidt met name tot veranderin- gen in de voorbereiding van infrastruc- turele werken, beaamt Van der Roest. “Wij gaan ervan uit dat meer kennis van de ondergrond op termijn resulteert in minder faalkosten door het afnemen van kostbare contractwijzigingen. Dit door de enorme kwaliteitsslag in de vastleg- ging van metingen en uniformering van de registratie van gegevens.” De leve- ringsplicht van Rijkswaterstaat bete- kent dat medewerkers die zich met de ondergrond bezighouden er een taak bij gekregen hebben: het controleren en vrijgeven van aangeleverde gegevens. Daarnaast heeft dit bestuursorgaan ook zijn bedrijfsprocessen aangepast, met veel aandacht voor de gebruiks- kant. “Ingenieurs, architecten, construc- teurs moeten weten dat wij verlangen dat zij gebruikmaken van de gegevens


die in het kader van de BRO zijn opge- slagen. Dat moet bij aanbestedingen goed in de contracten staan”, stelt Van der Roest, die waarschuwt tegen ‘eigen systeempjes’. “Bij langjarige projecten als Zuidasdok en Schiphol-Amsterdam- Almere worden tijdens de rit allerlei on- dergrondgegevens verzameld in de pro- jectadministratie. Het is dan de kunst om de actualiteit in de gaten te houden en die informatie vooral ook in de BRO op te slaan en er gebruik van te maken.” Inmiddels heeft het grootste deel van Rijkswaterstaat kennisgenomen van de BRO. “In een technische organisatie als de onze is administratie niet altijd een favoriete bezigheid, maar het moet wel op orde zijn. De BRO moet net zoiets worden als ’s ochtends en ’s avonds tan- denpoetsen: gewoon doen.”


Praktijkvoorbeelden:


www.basisregistratieondergrond.nl/praktijk Nr.5 - 2019 OTAR


O Nr.5 - 2019TAR 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48