search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
geval van afwijkende of verdachte me- tingen – als je bijvoorbeeld een sonde- ring met afwijkende coördinaten tegen- komt – zijn bronhouders verplicht dit binnen 20 dagen terug te melden voor- dat data in de BRO terechtkomen en moet de bronhouder terug naar de leve- rancier voor controle. Dit alles is nood- zakelijk om vervuiling van data tegen te gaan.”


Zegen voor belastingbetalers Waar bestuursorganen verplicht zijn data over de ondergrond aan te leve- ren, moet de GWW-sector voortaan bij werkzaamheden verplicht gebruik- maken van deze gegevens. Een goede zaak, volgens Van der Made. “Op dit moment is er geen maat gesteld aan wat je moet weten over de ondergrond en de betrouwbaarheid van je onder- grondmodel voordat je gaat aanbeste- den of rekenen. De overheid neemt een onbekend risico, de aannemer bouwt veiligheidsmarges in in het ontwerp, wat resulteert in te dure constructies en – als het misgaat – in faillissementen, eindeloze vertraging en budgetten die met honderden miljoenen overschreden worden. Eén zo’n misser is duurder dan de hele BRO. De wettelijke verplichting om alle data uit de BRO te gebruiken in combinatie met grenzen aan onzeker- heden voordat je gaat aanbesteden of bouwen, is daarom een zegen voor de belastingbetalers.”


Verkenningsfase cruciaal Een andere vereiste is dat de onder-


grond in kaart is gebracht vóór een project begint. “Natuurlijk kan een aannemer na gunning aanvullend grondonderzoek laten uitvoeren, maar dat gebeurt vaak niet vanwege dead- lines in projecten. Dus moeten we de manier van aanbesteding aanpassen. En leren van de petrochemie die voor- af zo veel mogelijk data verzamelt om de ondergrondse onzekerheden goed in beeld te brengen. Op basis daarvan bepalen zij waar een productieplatform en de boringen precies moeten komen om kansen optimaal te benutten en ri- sico’s maximaal te beheersen. Want een tunnel of dijk kost evenveel geld en daar doen we het niet”, betoogt Van der Made. En als onzekerheden al in de ver- kenningsfase zo goed mogelijk in kaart gebracht worden in plaats van pas in de realisatiefase, bespaart dat ook tijd en geld. Omdat data voor iedereen be- schikbaar zijn, is het niet nodig in elke fase opnieuw te meten. “Neem het pro- ject A7 Amsterdam-Hoorn. Daar wordt in de MIRT-verkenning al een integraal beeld van de boven- en ondergrondse risico’s gemaakt. Dan zit je ruim voor de realisatiefase waarin vaak alles con- tractueel wordt dichtgetimmerd”, al- dus Peersmann. “Als je dan pas met de ondergrondse risico’s rekening gaat houden, ben je te laat en resulteert dat doorgaans in juridische conflicten. Daar wordt niemand beter van, zeker het pro- ject niet. Het is dus zaak zo vroeg mo- gelijk in de MIRT-fasen risico’s goed te beheersen en er ook in de contractvor- men rekening mee te houden.”


Het in kaart brengen van zowel de ondergrond als de bovengrond in de ver- kenning van het project bespaart tijd en geld en geeft inzicht in de kansen.


Grotere rekenkracht


Hoewel sommige 3D-modellen van de bodem al langere tijd beschikbaar zijn, was het niet eerder mogelijk alle ver- schillende ontwerpsystemen en data- bases aan elkaar te koppelen. Nu data digitaal zijn en er dankzij de steeds gro- tere rekenkracht van computers sneller en betrouwbaarder berekeningen uit- gevoerd kunnen worden, is het moge- lijk een maat voor de toegestane onze- kerheid te stellen. “Een opdrachtgever zou zo veel data moeten aanleveren dat het risico van de ondergrond be- perkt wordt en een aannemer een goe- de prijs en een slim ontwerp kan ma- ken. Dit is echt een gamechanger, een van de grootste ontwikkelingen op het gebied van geotechniek”, zegt Van der Made. Daardoor verandert volgens Van der Roest ook het verdienmodel van grondboor- en sondeerbedrijven. “Nu wordt er nog weleens geprikt voor de zekerheid, straks is die kennis aanwe- zig en is daardoor minder veldwerk en meer bureauwerk nodig. Dat vergt een ander type medewerker en daar moeten we ook de opleidingen op afstemmen.” De VOTB ziet ook voordelen. “Als er een maat wordt gezet op onzekerheid, gaan wij veel meer grondonderzoek uitvoeren voor allerlei projecten. Nederland is nog lang niet in kaart gebracht, en hoewel we uiteraard niet overal gaan bouwen, hebben we dan nog voor jaren voldoen- de werk.”


Visualisatie N33 22 Nr.5 - 2019 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48