This page contains a Flash digital edition of a book.
dat materialen niet goed en gemakke- lijk demontabel zijn. Bijvoorbeeld om- dat ze aan elkaar zijn verlijmd of gekit. Dat is niet gunstig voor het eindproduct, het product dat we kunnen aanbieden voor hergebruik. Als we bijvoorbeeld gipsplaten leveren aan een gipsprodu- cent waar nog allemaal plak of kit aan- kleeft, dan krijgen we daar een lagere prijs voor. Dit omdat de gipsproducent het geleverde materiaal moet bewerken. In het slechtste geval ziet een fabrikant om deze reden zelfs af van afname. De kwaliteit na demontage heeft dus een grote impact op de mogelijkheden van recycling. Makkelijker demonteren levert bovendien tijd en geld op, terwijl zo min mogelijk aangetaste eindproducten dus meer opbrengsten genereren op de af- zetmarkten.”


culair slopen het geval is, komt meer in de richting van een gebouw strippen. Het kost ook meer voorwerk zoals de eerder genoemde stoffeninventarisatie. Daar bovenop de praktijk van alledag. “Als een sloopaannemer een woning- blok uit de jaren ’60 moet slopen, is er negen van de tien keer asbest in het ge- bouw aanwezig. Vanwege de overigens begrijpelijke strenge wetgeving die hier- voor bestaat, moeten er extra maatre- gelen worden genomen om dit volgens de meest veilige condities uit te voe- ren. Ook dat brengt extra kosten met


44 Nr.6 - 2018 OTAR


zich mee. Dit is ook van toepassing voor het afvoeren van asbestmaterialen naar speciaal daarvoor ingerichte stortplaat- sen”, aldus Zoontjes.


Plak en kit


De conclusie die Zoontjes stelt is dat de kosten van circulair slopen vooralsnog hoger zijn dan de opbrengsten, hoewel de balans langzaam beweegt naar ho- gere opbrengsten en lagere kosten. Op beide parameters zijn echter nog verbe- teringen mogelijk, stelt Zoontjes. “Wat we vaak in de praktijk tegenkomen is


Stenen stapelen Om deze reden wil VERAS in de toe- komst meer betrokken zijn bij de ont- werpfase van gebouwen. Vanuit de kennis binnen sloopbedrijven over hoe materialen in de eindfase van een ge- bouw het beste gedemonteerd kunnen worden, is daar flinke winst te boeken. “We zouden graag met de ontwerpers of architecten van bouwwerken om de tafel zitten om onze expertise over ma- teriaalkeuze en montage in te brengen in het ontwerp. Op deze manier kunnen we de materialen op een betere manier circulair maken. Om een voorbeeld te geven: bakstenen stapelen gebeurt nu in de regel met cement. Aan het einde van de keten, bij de sloop van het ge- bouw, levert dit veel vervuiling op, met een kostbaar proces om hergebruik mo- gelijk te maken tot gevolg. Om het re- cyclen te vergemakkelijken zou het be- ter zijn stenen te stapelen met een soort kliksysteem. Dit gebeurt nu op pilot- schaal. Om dit te verbeteren en te kun- nen opschalen zou de hele keten van ontwerp tot circulair slopen de verschil- lende expertises kunnen koppelen om dit mogelijk te maken.”


Hergeboorte gebouwen Ontwerpers en architecten zouden vol- gens de insteek van VERAS naast het begin van een bouwwerk zich daarom in toenemende mate moeten richten op het einde van een gebouw. Of, nog be- ter, zoals Zoontjes het formuleert: met


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48