This page contains a Flash digital edition of a book.
ARJAN VAN WEELE:


“ALLIANTIES GEVEN BETERE PRESTATIES DAN DE HUIDIGE CONTRACTVORMEN.”


DBFM is daarmee de inflexibiliteit ‘in- georganiseerd’.” Joep Rats beaamt het, maar stelt dat DBFM- contracten ook veel goeds hebben gebracht, zoals ver- snelling. Toch rijst de vraag of DBFM als contractvorm het best past bij de vervangingsopgave. Van Weele noemt aansprakelijkheid als knelpunt; Van der Velde de beperkte flexibiliteit. “Er zit- ten teveel elementen in die ons niet hel- pen”, zo stelt hij. Het gesprek leidt tot de vraagstelling of er, gelet op de grote maatschappelijke impact van het vervangingsprogramma, en de snelheid waarmee de maatschap- pij evolueert, niet meer commitment moet komen vanuit de overheid met dit soort programma’s?


Allianties


Commitment vertaalt zich dan bijvoor- beeld in alliantieachtige samenwer- king, waarbij naast commitment, ken-


nisuitwisseling en risicospreiding ook de flexibiliteit is gebaat! Door alle keten- partners op te nemen in de alliantie heb je een gezamenlijke betrokkenheid en uitdaging in de hele keten gewaarborgd. Arjan van Weele brengt in dat er met de weinige allianties die we in de dit land hebben gehad, veel beter is gepres- teerd dan met andere contractvormen. Op die manier kan het verschil in ken- nis tussen de markt en overheid als het gaat over ICT, I&A en nieuwe bouwtech- nieken worden weggenomen. “De uit- vraag moet dan geen objectvraag meer zijn maar een mobiliteitsoplossing, die bepaalde functionaliteiten moet hebben en waarin die digitale oplossingen zijn geïncorporeerd.” De overheid is tot nu toe vrij terughoudend geweest met dit soort constructies. Zelfs bij grote pro- jecten, laat staan met onderhoudspro- jecten, werd volstaan met DBFM. Dat heeft vermoedelijk met het budgetrecht


van de Tweede Kamer te maken, waar- bij jaarlijks het onderhoudsbudget wordt vastgesteld. Het is lastig om onderhoud er langjarig in te krijgen, omdat dit de vrije keuzeruimte van de parlementa- riërs beperkt. Een alliantievorm lijkt de gespreksdeelnemers veel geschikter als samenwerkingsvorm in een netwerk dan de oude control en ketenbenadering en het overwegen waard voor de grotere projecten en programma’s.


Duurzaamheid Arjan van Weele legt het duurzaam- heidsvraagstuk voor. Hoe gaan we om met dit vraagstuk, definiëren we op een zinvolle en toepasbare manier de duur- zaamheidsdoelen en hoe implemente- ren we het in de vervangingsopgave? Jenne van der Velden: “Als we de ko- mende vervangingsopgave niet duur- zaam aanpakken, dan moeten we weer 40 jaar op een nieuwe kans wachten.” Er is al geconstateerd dat het meren- deel gemeentelijke bruggen zijn, waar gemeenten dus opdrachtgever zijn. Van Weele: “Onderzoek heeft uitgewezen dat van alle GWW-projecten die in het afgelopen jaar door gemeenten zijn uit-


Nr.6 - 2018 OTAR O Nr.6 - 2018TAR 11


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48