This page contains a Flash digital edition of a book.
“WE KUNNEN TOT OP DE METER NAUWKEURIG DE POSITIE VAN LOOPGRAVEN, BOMKRATERS EN BLINDGANGERS BEPALEN”


De explosievenopsporing start met het historisch vooronderzoek, het terrein van Van den Berg, conform de richt- lijnen WSCS-OCE (werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeem- certificaat opsporen van conventionele explosieven). “We raadplegen alle publi- caties over een gebied tijdens de Twee- de Wereldoorlog, plus de militaire stan- daardwerken, archieven van onder meer gemeente, provincie, politie, luchtbe- schermingsdienst en schade-enquête- commissie waar burgers schadeclaims konden indienen voor oorlogsschade als bijvoorbeeld de pannen van het dak waren geschoten”, vertelt hij. “Die infor- matie combineren we met Britse, Ame- rikaanse en Canadese archieven, log- boeken van eenheden met details over aantal, kaliber en ontstekingstype van bommen. Ook de Duitsers hielden der- gelijke gegevens bij. Verder betrekken we het Nationaal Archief, NIOD, De- fensiearchieven en de EODD, die sinds 1970 per gemeente bijhoudt wat er aan- getroffen en tussentijds geruimd is. Dit resulteert in een goed overzicht van wat er destijds in het onderzoeksgebied ge- beurd is.”


steunen bij de contractering. Denk aan het opstellen van de juiste offertecriteria en/of het formuleren van de juiste be- stekposten. Daarnaast kunnen we na- mens de opdrachtgever onderhandelen met de (onder)aannemer(s) van het pro- ject in het veld en de uitvoering van de explosievenopsporing begeleiden”, zegt Van den Berg. Bombs Away telt negen- tien medewerkers, van wie vier perma- nent onderzoek doen in The National Archives and Records Administration te Washington DC.


Conditionerende werken Als een opdrachtgever plannen heeft voor gebiedsontwikkeling waarmee werkzaamheden in de grond gemoeid zijn, moet hij rekening houden met de vier zogeheten conditionerende werk- zaamheden, te weten archeologie, mi- lieu, kabels & leidingen en explosieven.


Risicokaart Een andere belangrijke bron zijn luchtfo- to’s en films. “De Britten en Amerikanen hebben ruim 1,5 miljoen foto’s van Ne- derland gemaakt tijdens de oorlog. Ook de debriefing van piloten en filmbeelden gemaakt van bombardementen van- uit de toestellen zijn van belang”, aldus Van den Berg. Bombs Away verwerkt al deze gedigitaliseerde informatie in AR- CGIS, een geavanceerd geografisch in- formatiesysteem. “We kunnen tot op de meter nauwkeurig de positie van loop- graven, bomkraters en blindgangers be- palen.” De resultaten legt Bombs Away neer in een advies aan de opdrachtge- ver omtrent verdenking van explosie- ven in de bodem. Betreft het een groot stedelijk gebied, dan is het uitvoeren van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) aan te raden, waarna gemeenten exact weten waar ze qua explosieven rekening mee moeten houden bij toe-


komstige ontwikkeling. Het vooronder- zoek neemt doorgaans zes tot acht we- ken in beslag; een risicokaart voor een hele gemeente duurt een jaar, afhanke- lijk van hoeveel er in het gebied gebeurd is. “In Sneek hebben bijvoorbeeld rela- tief weinig oorlogshandelingen plaats- gevonden, terwijl IJmuiden bijna dage- lijks gebombardeerd werd.”


Schatzoekers Een interessante vraag bij het ople- veren van de risicokaart is: hoe defini- tief is het ontwerp? Smulders: “Kun je op de plek waar zich zeven meter on- der de grond een bom bevindt het heien vermijden en een park inplannen en de wolkenkrabbers op onverdacht gebied bouwen? En dan nog moet je naden- ken over de gevolgen als zo’n bom op die plek ontploft.” Het hebben van zo’n kaart is één, de informatie openbaar maken een tweede. “Sommige gemeen- ten houden het onder de pet, uit angst voor vragen van burgers over de WOZ- waarde van hun woning. Andere hebben liever geen schatzoekers. Vliegtuigbom- men van 500 kilo neem je niet zomaar mee. Maar op plekken waar grondge- vechten hebben plaatsgevonden, zijn nog steeds handgranaten te vinden en dat kan levensgevaarlijk zijn.” Vervol- gens kan Bombs Away opdrachtgevers een niet-bindend advies geven over de meest efficiënte detectiemethode, met een overzicht van mogelijkheden en bij- behorende kosten.


Kader CE


Nut en noodzaak van explosievenop- sporing staat niet bij alle opdrachtge- vers op het netvlies. “Dan wordt het in de planfase of de MER-studie gewoon vergeten en vraagt men zich vlak voor het slaan van de eerste paal of bij het op de markt brengen van het bestek in- eens af hoe het zit met de explosieven”, stelt Van den Berg. “Vervolgens wordt ons gevraagd of wij het onderzoek als- jeblieft in twee dagen kunnen uitvoeren. Gelukkig weten steeds meer opdracht- gevers en aannemers van de hoed en de rand, en vragen zij ernaar met het


Nr.6 - 2018 OTAR O Nr.6 - 2018TAR 35


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48